Diplomatie

Het Louvre. De Opéra. De Dôme des Invalides. En niet in het minst: de Eiffeltoren. Imposante monumenten die voor eeuwig in ons collectieve geheugen geprent zitten en vanwaar dagelijks honderden selfies wereldkundig worden, maar die ook ei zo na volledig in de as werden gelegd aan het einde van de Tweede Wereldoorlog door de terugtrekkende Duitsers. Rond deze beslissing – blazen we de hele boel op of niet? – draait Diplomatie, de nieuwste van regisseur Volker Schlöndorff (ook bekend van de Gouden Palm-winnaar Die Blechtrommel uit 1979). Politieke intriges verfilmen is riskant, omdat ze vaak overschaduwd worden door nodeloos ingewikkelde intriges en vakjargon. Maar Diplomatie bewijst dat politieke verwikkelingen ook kunnen leiden tot een helder gestructureerde thriller die je tot op het puntje van je stoel brengt. Ook al is er maar een citytrip naar Parijs voor nodig om te weten hoe dit verhaal zal eindigen.

Onder begeleiding van de zevende symfonie van Beethoven krijgen we archiefbeelden te zien van instortende gebouwen in Warschau (1939). Met deze kakofonie van nazi-geweld tracht ‘Diplomatie’-regisseur Volker Schlöndorff zijn kijkers mee te trekken in de wereld van de Tweede Wereldoorlog. We maken kennis met generaal von Choltitz, die op de vooravond van de Duitse overgave in Parijs het onmenselijke bevel krijgt om de Franse hoofdstad met de grond gelijk te maken. Explosieven onder alle bruggen en monumenten zullen ervoor zorgen dat de Seine uit zijn oevers barst en duizenden onschuldige burgers de dood zullen vinden. Maar von Choltitz krijgt bezoek van Zweeds diplomaat Nordling, die hem ervan probeert te overtuigen de orders naast zich neer te leggen. Met als inzet: zijn liefde voor de stad.

Toegegeven, een film die zich grotendeels afspeelt in één ruimte en draait rond politieke onderhandelingen tussen een generaal en een diplomaat: het klinkt niet echt aanlokkelijk. Bovendien is het verhaal gebaseerd op het gelijknamige toneelstuk van Cyril Gely (dat overigens grotendeels fictief is), wat het risico met zich meebrengt dat de film op een onaangename manier claustrofobisch en stagy aanvoelt. Maar geen zorgen. In de praktijk zorgt het fictieve kader van de film er voor dat de politieke stof gemakkelijker te pruimen is, en geeft de structuur van de film aanleiding tot enkele memorabele, intense praatscènes. Diplomaat Nordling geeft Choltitz vaak lik op stuk met rake, goedgeschreven argumenten. We zien Nordling voortdurend van tactiek veranderen, en dat is erg fascinerend. Als hij merkt dat Choltitz geen enkele affectie heeft voor Parijs, schakelt hij over naar zelfrespect, of naar de gevolgen die de misdaad kan hebben voor zijn vaderland, of zijn familie.

Frans acteur Niels Arestrup (Un Prophète, Quai d’Orsay) zet een – op het eerste zicht – eenzijdig personage neer als de zoveelste nazigeneraal die zijn bevelen blindelings opvolgt en de hele dag met zijn rug naar de prachtige wereldstad gekeerd zit, niet wetende wat zich daar allemaal afspeelt. Hij is nors en koppig, en het is aan Nordling (André Dussolier, bekend van Ne le dis à personne) om daar verandering in te brengen. De diplomaat staat symbool voor de Zweedse neutraliteit en slaagt erin om een andere kant van Choltitz te laten zien door zijn snuggere aanpak en charismatische monologen. Monologen die trouwens letterlijk van op de planken komen, wat het best knap maakt dat de twee acteermonumenten (die het stuk al 200 keer speelden) erin slagen om hun routine van op de planken om te zetten in een spontane filmperformance. Het is duidelijk dat de acteurs elkaar (en hun tekst) door en door kennen en genieten van het psychologische en morele kat- en muisspel tussen generaal en diplomaat.

Diplomatie moet wel opboksen tegen de onvermijdelijke voorspelbaarheid van het eigenlijk verhaalverloop. De Eiffeltoren staat er nog steeds, en buiten de sterke dialogen tussen Nordling en Choltitz bevat de film narratief dan ook weinig verrassingen. Het duo staat centraal in de film, en de rest van de rollen lijken overbodig en vervangbaar door telefoonstemmen of telegrammen. Los van de vele kwaliteiten ervan, mist de dialoog hier en daar ook wat perspectief: het gaat vooral over de het potentiële gevaar van Parijs, terwijl andere aspecten van de Wereldoorlog vreemd genoeg bijna geheel verzwegen worden. In combinatie met de korte speelduur – met moeite anderhalf uur – verleent dat de film ontegensprekelijk een sterke focus, maar een ruimer kader zou misschien nog een inhoudelijke extra hebben opgeleverd.

Afronden doet Diplomatie dan wel weer in stijl, met indrukwekkende beelden van een hedendaags Parijs – badend in het pastelkleurige ochtendzonlicht. Michel Amathieu verlegt grenzen in zijn cinematografie om de schoonheid van de lichtstad vast te leggen. Terwijl Josephine Bakers “J’ai deux amours, mon pays et Paris” door de boxen galmt, benadrukken de sprookjesachtige shots hoeveel Parijs wel niet te danken heeft aan deze twee mannen.

Diplomatie is een politiek drama zoals het moet zijn: een rationeel debat waar er ook plaats is voor de nodige emoties, en waarin we als kijker gaandeweg empathie – niet te verwarren met sympathie – krijgen voor de beide standpunten. Een eenvoudig verhaal over een zwaar onderwerp, dat het hier en daar wat diepgang mis, maar sowieso de moeite waard is om een avond aan te spenderen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in