Red Fang :: 15 maart 2014, Muziekodroom

De fans van woeste gitaarriffs zijn de voorbije week verwend. Na Truckfighters in de AB Club en Uncle Acid And The Deadbeats in Trix, stond er zaterdag in Hasselt een stonerfeestje op het programma. Ook Red Fang deed wat het moest doen: geweldig ass kicken.

Een zaal tot de nok gevuld met 850 ruige mannen met baarden: in de Muziekodroom staat overduidelijk geen fleurige indiepop op het programma. De Hasseltse concertzaal is een van de eerste haltes in het tweede luik van Red Fangs Europese veroveringstocht. Intussen is het ruige viertal uit Portland ook al bevestigd voor een reeks zomerfestivals waaronder Pukkelpop, waar ze samen op zaterdag met — niet toevallig? — Queens Of The Stone Age en Uncle Acid And The Deadbeats geprogrammeerd staan.

Het verbaast niet dat Red Fang de ene zaal na de andere uitverkoopt. Ze vielen voor het eerst op in 2009 met een hilarische videoclip van “Prehistoric Dog”, nog altijd publieksfavoriet nummer een, en timmeren zich sindsdien een weg naar de metaltop. Hoewel die niet bijster origineel is, vond Red Fang ook een eigen geluid: op het ene moment is het keiharde stoner metal, op het andere heavy rock dat meer naar Queens Of The Stone Age neigt. Een tweekoppig monster dus. Red Fang klinkt te toegankelijk om hem alleen metal te noemen, te hard voor het rockgenre en is ook niet honderd procent stoner.

Elkaar de hand schudden voor de start van de set en meteen lachende gezichten: ook dat is Red Fang. De sfeer zit er dan ook meteen goed in bij “Hank Is Dead”, hoewel het geluid — en vooral de cleane vocalen van Aaron Beam — nog niet goed zit. “DOEN”, afkomstig van het iets meer metal-gerichte Whales And Leeches, is er wel meteen boenk op en is net als “No Hope” samen te vatten in twee woorden: compromisloos beuken.

Murder The Mountains, een van de sterkste metalreleases uit 2011 en de meest radiogevoelige plaat, komt opvallend veel aan bod. Tot groot jolijt van de toeschouwers, want de nummers zijn stuk voor stuk publiekslievelingen. Geen betere voorbeelden van het Red Fang-geluid dan “Throw Up” en “Number Thirteen”: een gitaar- en drumsalvo wordt afgevuurd en uiteraard is er ook de unieke vocale maalstroom van Beam, die de leadvocalen meestal voor zijn rekening neemt, en Bryan Giles die met zijn rauwe refreintjes het ruigheidsgehalte verder opkrikt. Maar ook “In the Eye” en “Malverde”, die op het einde van de set wordt gespeeld, zijn groovemonsters.

Zoals gezegd: zijn nieuwste plaat Whales And Leeches neigt iets meer naar metal en zo klinkt ook de uptempo brok stoner metal “1516”, waarin Giles zich opnieuw kapot brult (‘There’s no way out/ God will not answer/ There’s no way out/ Damn all who enter’). Maar het publiek geniet ook met volle teugen van meer melodie (in het epische “Crowns In Swine”) en onomfloerste catchiness (“Blood Like Cream”).

Red Fang jaagt er in een razend tempo een vijftiental nummers door. Soms misschien iets te veel op automatische piloot, maar wat wil je als je al vijf jaar lang niets anders doet dan optreden? Afsluiten doet de band in stijl met “Wires”, dat een uitzinnig headbangfeest te weeg brengt, en met twee toegiften van hun debuut uit 2009 (“Good To Die” en “Prehistoric Dog”). Wij zien Red Fang met alle plezier graag weer op Pukkelpop en nadien misschien in een uitverkochte AB of, als we even mogen dromen, Lotto Arena.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in