Peter Buck :: I Am Back to Blow Your Mind Once Again

Solocarrières. Doorgaans is het niet meer dan een ellendig lang aanslepende stroom platen die bij luisteraars de verzuchting ontlokt dat het vroeger toch allemaal veel beter was. Peter Buck onderneemt daartoe zelfs geen poging. Sinds hij R.E.M.-gitarist af is, kan iedereen zijn zak opblazen en doet de man muzikaal helemaal zijn eigen zin.

Neen, een R.E.M.-reünie zal dus nog niet voor morgen zijn. Nochtans zou gesteld kunnen worden dat de band ons zelfs nog een tournee verschuldigd is: de nummers op uitzwaaiplaat Collapse into Now zijn de enige die nooit live gebracht zijn, en dat is geen klein beetje zonde.

Af en toe is er een klein prikje: vorig jaar was het zelfs twee keer bijna zover. In juni trad Peter Buck opnieuw in het huwelijk en, zoals de gewoonte is in het R.E.M.-kamp, hoort daar livemuziek bij. Van R.E.M.-leden. Ze hebben er gespeeld, Peter Buck, Mike Mills enmet de reeds eind jaren negentig gepensioneerde drummer, Bill Berry. En met Michael Stipe. Zij het nooit met meer dan drie tegelijk.
Bijna hetzelfde scenario vond plaats in november, wanneer Buck een soloconcert speelde in The 40 Watt Club in Athens, Georgia, een zaaltje waarvan de geschiedenis verstrengeld is met die van de band. Ditmaal is Stipe de enige die zich niet op het podium waagt. Hij is vanuit het publiek getuige hoe zijn drie medebandleden een fraai “(Don’t Go Back to) Rockville” (http://www.youtube.com/watch?feature=player_embedded&v=_gLqa2aHYdg) neerzetten.

Dat daardoor fans wereldwijd zichzelf voor het hoofd slaan, zal de band worst wezen, Peter Buck in de eerste plaats. Toen R.E.M. in september 2011 ontbonden werd, brak voor hem — nog meer dan voorheen — het tijdperk aan om exact te doen waar hij zin in had. Zoals een titelloze debuutplaat maken en die, enkel op vinyl, uit te brengen op Mississippi Records, een pietluttig label, opgericht door een platenzaak in Portland, Oregon, waarvan de uitbater horendol werd toen de telefoon onophoudelijk begon te rinkelen na de release van Bucks eerste.

Nauwelijks anderhalf jaar later ligt de opvolger, dankzij hetzelfde label, alweer in de winkel. Het enigszins tongue-in-cheek getitelde I Am Back to Blow Your Mind Once Again laat zowaar een Buck horen die vooruitgang heeft geboekt . Was ’s mans debuut zo nu en dan nog een rommelig allegaartje, dan lijkt Buck stilaan, zowel letterlijk als figuurlijk, zijn eigen stem gevonden te hebben.

“Fall On My Own Sword” zou zelfs in aanmerking kunnen komen voor airplay, mocht Buck niet zo gedesinteresseerd zijn in ook maar de geringste vorm van promotie. Tegenover dat fraai staaltje rock-‘n-roll staat dan wel een pesterig stuk muziek als “Roswell”. Maar met de rest van de plaat ergens min of meer in het midden tussen beide songs, kan niet gezegd worden dat Buck er een saaie solocarrière op nahoudt. De man rockt, en bij momenten doet hij dat verdacht goed.

Buck laat zich louter door zijn eigen muzikale obsessies leiden. “Gotta Get Outta The House” is een knaller zoals ze in de begindagen van de Ramones in zwang waren. “Life is Short” haalt, met Summer’s here and the time is right, herinneringen op aan de hete zomers van de sixties en met de vooruitgeschoven single “(You Must Fight to Live) On the Planet of the Apes” redt Buck een veel te lang onbekend gebleven kraker van The Mummies op zijn eigen bescheiden manier van de vergetelheid.

Soms gaat Buck uit de bocht, wanneer hij en zijn muzikanten tijdens “My Slobbering Decline” schijnbaar twee songs tegelijk proberen in te blikken. Maar als niet veel later het beklemmende “Southerner”, met Drive By Trucker Patterson Hood op ‘spoken word’ vocalen, langskomt, blijkt dat “Blue” er een fraai, op thuisbasis Georgia geënt, broertje heeft bijgekregen. Ook “Welcome to the Party” laat een meer introspectieve Buck horen.

Daarmee zorgt de gitarist voor een aangename verrassing met zijn tweede plaat. Ja, het zal vermoedelijk nooit zo magisch in het gehoor liggen als dat bij R.E.M. ooit het geval was, maar dat zal de tot singersongwriter vervelde gitarist worst wezen. De nozem in Buck heeft de bovenhand genomen en diens filosofie is vrij eenvoudig, zo blijkt uit een berichtje op de, nog steeds als primair communicatiemiddel gebruikte, R.E.M.-website: muziek maken. En that’s it. Geen interviews, geen promo, wie de muziek wil horen, kan ze vinden.

Peter Buck speelt al eens live, zij het dat ook dat aspect van zijn carrière niet de gestructureerdheid heeft die het ooit had. Wanneer The Baseball Project, Robyn Hitchkock and the Venus 3, Richard M. Nixon, Tuatara of Tired Pony ergens op de affiche staan, is de kans groot dat de man in de buurt is.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in