Saving Mr. Banks

We vergeven het je graag als je bij de naam Walter Elias “Walt” Disney eerst en vooral denkt aan de onvergetelijke, magische animatiefilms uit je kindertijd. Snow White and the Seven Dwarfs, Peter Pan en Sleeping Beauty behoren allemaal tot het nostalgische canon waarmee heel wat kinderen en volwassenen zijn opgegroeid. Maar de geestelijke vader van Mickey Mouse is misschien ook wel het meest complexe karakter uit de geschiedenis van de animatiefilm. Hij gaf vermeende communisten aan op de beruchte hoorzittingen van McCarthy, had naar verluidt antisemitische symathieën en ga zo maar door. Daarom is het soms ook aartsmoeilijk voor de Disneygeneratie om de magie van Disney met een kritisch oog te bekijken. In het geval van de nieuwste prent van de Walt Disney Studio’s, Saving Mr. Banks zal iedereen met een voorliefde voor betoverend sentiment zijn enthousiasme even moeten onderdrukken. Want zonder ondersteuning van de flinke portie nostalgie die de kijker zelf van thuis meebrengt en het degelijke acteerwerk had deze prent wel eens heel manipulatief en smakeloos kunnen ogen.

Wanneer Walt Disney’s dochters hem in het medio jaren veertig smeken om Pamela Travers’ kinderboek “Mary Poppins” te verfilmen, begint Disney aan zijn pogingen om de rechten te verkrijgen van schrijfster Pamela Travers. Aanvankelijk denkt hij dat hij de kokette Mary – “Never just Mary!” – Poppins probleemloos zal kunnen Disneyficiëren op het witte doek, maar dat was dan buiten de schrijfster gerekend, die twintig lange jaren blijft weigeren. Saving Mr. Banks laat ons zien hoe de hartverwarmende musical die Mary Poppins uiteindelijk werd, dan toch tot stand kwam. Travers (Emma Thompson) wordt geportretteerd als een onbuigzame, strenge Britse lady die geen enkele intentie heeft om haar favoriete nanny door de Mickey-machine te laten misvormen en alleen met de film instemt omdat ze in geldnood zit. Wat volgt is een vijandige samenwerking die begint in 1961, waarin Disney (Tom Hanks) samen met zijn getalenteerde liedjesschrijvers, de gebroeders Sherman, een charmeoffensief op poten zet om Travers over de streep te trekken. Via flashbacks krijgt de toeschouwer bovendien een blik in het verleden van de schrijfster, waarin de zogenaamde ‘verklaring’ van haar gedrag te vinden is.

Eerst het goede nieuws: de dialogen, in 2003 al geschreven door Sue Smith en daarna herwerkt door Kelly Marcel, zijn vaak vlijmscherp. Marcel werkte het script af nog voor het de aandacht trok van de Walt Disney Studio, en na hun toestemming kreeg ze de kans om te gaan researchen in de Disneyarchieven. Walt’s brieven en de geluidstapes waarop de discussies tussen Travers en het creatieve team van Disney zijn geregistreerd, waren een grote hulp bij het realiseren van de film. Je ziet dan ook duidelijk dat de makers van de film geprobeerd hebben om althans dat aspect van het verhaal (de sessies waarin Travers het scenario doornam met de Shermans) zo waarheidsgetrouw mogelijk weer te geven.

Ook de setting mag er zeker zijn: het verhaal speelt zich af in het Los Angeles van de vroege jaren ’60 en ademt dus een onweerstaanbare Mad Men atmosfeer uit. Alle lof voor de costomièr(e)s en set-designers, die hun erin geslaagd zijn om de Walt Disney Studio’s (én Disneyland) uit die tijd opnieuw tot leven te wekken. Het enige wat uit de toon valt is het alarmerende gebrek aan dramatische sigarettenrookwolken die de sixties zo typeerden. Alsof werknemers in de Disneystudio toen nooit rookten of hun lippen niet regelmatig aan een glas whisky zetten. Eén keer zie je Disney haastig een sigaret uitdrukken wanneer Travers zijn bureau binnenloopt: “Ik zou geen slecht voorbeeld willen zijn voor kinderen”. Maar verder gaat het niet. En dat is nog maar het begin van de verbloeming van de gebeurtenissen.

Want als je een beetje kritisch wil blijven, moet je bij deze film steeds hetzelfde motto herhalen: het is een verhaal over Walt Disney, gebracht door Disney. En ook al deed de studio best wat toegevingen, toch wordt deze biopic gebracht met meer dan a spoonful of sugar. De stroperige flashbacks uit het verleden van Travers zijn daar perfecte voorbeelden van: we komen te weten dat Pamela’s vader (Colin Farrell) een liefhebbende maar alcoholische man was, wiens drankprobleem uiteindelijk de familie uit elkaar trok. Dat de Shermans van Mr. Banks een werkverslaafde bankbediende willen maken die zijn kinderen wegcijfert, valt dan ook niet in goede aarde bij Travers. Deze scènes zijn psychologisch gemakzuchtig en regelmatig er een heel eind over.

Maar vooral chauffeur Ralph (Paul Giamatti), die Travers overal naartoe voert is een personage dat alleen had kunnen bestaan in een Disneyfilm. Hij is altijd vrolijk, altijd vriendelijk, maar heeft (snik!) een gehandicapt dochtertje (tevens een Mary Poppins-fan) en doet daarmee Travers’s cynisme wegsmelten als sneeuw voor de zon. We durven betwijfelen of de werkelijkheid even idyllisch was.

Het is bij momenten moeilijk om een objectieve middenweg te zoeken in deze afwisseling van stroperig sentiment enerzijds en een zekere waarheidsgetrouwheid anderzijds. Gelukkig is er nog het sterke acteerwerk van Emma Thompson. Ze speelt een aandoenlijke en grappige Travers, wiens bijtend cynisme tegenover het hele Disneygebeuren bij momenten zeer treffend is – ze levert een analyse van het Disney-escapisme die misschien gemeen is, maar ook wel behoorlijk spot-on. Als Travers op een bepaald moment zelfs moeilijk doet over de kleur rood in de musical (“It’s just that – I don’t know what it is, I’m just suddenly very anti-red”) is de link met Disney’s anti-communisme niet ver te zoeken. Hetzelfde geldt voor haar rake opmerking over zijn vele hoesten (waarmee men alludeert op de longkanker die Disney slechts enkele jaren later zou vellen).

P.L. Travers heeft waarschijnlijk niet gezongen of gedanst op “Let’s go Fly a Kite”, en waarschijnlijk heeft Mickey Mouse haar ook niet bij de hand genomen op de première van Mary Poppins. Maar toch, waarheidsgetrouw of niet, slaagt de film er in om een gevoelige snaar te raken. We krijgen wel degelijk inzicht in Travers’ leven en gaandeweg krijgen we steeds meer respect en begrip voor haar. En begrijpen we ook dat strontvervelende pinguïns eigenlijk niet aan de orde zijn bij het verfilmen van haar geliefkoosde nanny. Een guilty pleasure voor Disneyfans die gek zijn op een gesuikerd laagje, een afrader voor de meerwaardezoeker die een waarheidsgetrouwe biopic verwacht.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in