Non-Stop

Aan het einde van Non-Stop hoor je een nieuwsverslaggever de historische woorden “In an unbelievable turn of events…” in de mond nemen. We zijn er nog niet helemaal uit of het een ironische kwinkslag van zelfspot is, of een onbewuste slip of the tongue die één van de essentiële eigenschappen van Jaume Collet-Serra’s nieuwe film in de verf zet. Hoe het ook zij, wie zichzelf graag van een rauwe portie realisme, gekruid met pikante geloofwaardigheid bediend ziet, hoeft niet meteen een bioscoopticketje voor Non-Stop te kopen. Wie al eens graag een flauwe, weinig memorabele maar bij momenten degelijke vliegtuigthriller ziet, voorzien van een hoofdrol voor onwaarschijnlijk actie-icoon Liam Neeson, mag dat wél doen.

Neeson, die zich sinds het onverwachte succes van Taken (deel 3 is aangekondigd) volledig heeft toegelegd op het spelen van hard-boiled actiehelden die niet vies zijn van een man-tot-man-gevecht (“eyeball to eyeball, that’s fucking combat!”), neemt hier de rol van US Air Marshal Bill Marks op zich. Marks is een ietwat getroebleerde figuur die tegen beter weten in z’n persoonlijke problemen tracht weg te drinken, en z’n professionele problemen graag met harde hand de nek omwringt. Dat is dan ook wat hij probeert te doen als één van de reizigers op de vlucht die hij moet beveiligen per sms dreigt om elke twintig minuten een passagier om te brengen indien er niet gauw 150 miljoen dollar op een rekeningnummer wordt gestort. Pijnlijk detail: het rekeningnummer staat op naam van Marks zelf, die door zijn oversten op de begane grond al gauw verdacht wordt van de vliegtuigkaping.

Het hoeft dan ook niet te verbazen dat Non-Stop zich ontpopt tot een combinatie van een kat-en-muisspelletje en een whodunit, waarbij je willing suspension of disbelief meer dan eens torenhoge sprongen moet nemen. Terwijl de spanning stijgt en de lijken zich in tussenpozen van twintig minuten opstapelen, moet Marks ontdekken welke malloot terreur aan het zaaien is. Het is vrij duidelijk dat de schuldige bepaald geen dommerik is, waardoor de hele passagierslijst – er zit er altijd eentje met een zuur humeur bij (Corey Stoll) die zondebokken wil gaan aanwijzen – zich langzaam maar zeker tegen Marks keert. Dat is een verhaaltechnische ingreep die zelden geloofwaardig is en soms zelfs storend wordt, aangezien de crimineel op wel heel vergezochte manieren ervoor moet zorgen dat Marks telkens weer iemand naar gene zijde stuurt, maar soit, het helpt wel om je hoofdpersonage onder druk te zetten.

Het valt moeilijk te voorspellen hoe spannend de film had kunnen uitdraaien mochten ook Collet-Serra en zijn scenaristenteam de kijker in het ongewisse hebben gelaten over de motieven van Marks, maar het doet er niet zo veel toe: wij weten dat de man niets met de kaping te maken heeft, en we willen maar wat graag met hem uitzoeken wie er dan wel verantwoordelijk is. Op zich kan je aan de bekendheid van de namen die de cast van Non-Stop uitmaken, wel al een gefundeerde gok doen wie dat gaat zijn, maar wat belangrijker is, is dat doorheen de film voorzichtig clues over de dader worden gelost. Personages als die van de vriendelijke passagier die zonder enig motief Marks blijft steunen (Julianne Moore in een erg atypische en eerlijk gezegd ook wat miscaste rol) worden net iets te snel verdacht gemaakt om ook echt in aanmerking te komen en het was wel érg politiek incorrect geweest mocht het de bebaarde moslim (Omar Metwally) zijn, maar uiteindelijk weten de makers de spanning er lang genoeg in te houden om je als kijker te boeien tot aan de aftiteling – ook al moet je daarvoor wel érg veel onwaarschijnlijkheden door de vingers zien.

Bij ‘de makers’ rekenen we voor alle gemak ook even Liam Neeson, de Ierse acteur die twintig jaar geleden nog meer dan terecht een Oscarnominatie op z’n naam kreeg geplakt voor het karaktergedreven WO II-drama Schindler’s List, maar zich sinds een jaar of vijf heeft ontpopt tot een vreemdsoortig actie-icoon. We willen hier zeker niet van de daken gaan schreeuwen dat Neeson sindsdien het ene meesterwerk na het andere heeft gemaakt (integendeel), maar ’s mans down-to-earth-benadering van de actieheld, maakt slechte films soms al gewoon bekijkbaar. Zo ook in Non-Stop: Bill Marks is geen geweldig hoofdpersonage, maar Neeson is zelfs als hij op routine staat te draaien, nog altijd degelijk, en dat zorgt ervoor dat Non-Stop voldoende drive meekrijgt. Zoals de acteur zelf ooit Clint Eastwood citeerde in The Graham Norton Show: “You hit a few marks, you say a few lines. What’s the problem?

Aan de prestaties van de rest van de cast willen we geen volledige paragraaf wijden: laten we gewoon zeggen dat Julianne Moore hier langs geen kanten thuis hoort, en het behoorlijk vreemd is om Oscarhype Lupita Nyong’o aan het werk te zien als stewardess in een Star Trek-uniformpje. De regie van Jaume Collet-Serra (die eerder Orphan maakte, alsook Unknown, eveneens met Liam Neeson in de hoofdrol) is overigens al even uniform – het stijlboekje van de Spaanse regisseur is niet bepaald omvangrijk, maar op z’n beste momenten merk je dat de man een aardige actiethriller in elkaar heeft gebokst, die slim profiteert van de essentiële kenmerken van het genre: kleine ruimtes, een ongemakkelijk gevoel, en de deadline van een tikkende tijdbom.

Inderdaad, Non-Stop rijgt de clichés aan elkaar – en dan hebben we het nog niet gehad over Marks’ familiale achtergrond of het kleine bange meisje dat voor de eerste keer alleen vliegt. Of dat erg is? Ja en nee. Op een strikt structureel niveau werken ze immers wel, maar het gebrek aan inventiviteit waarmee ze worden aangewend doet je te vaak met je ogen draaien of met je tenen krullen. Uiteindelijk is het maar wat u van een film verwacht: Non-Stop is geen luxevlucht, maar wel eentje die je brengt waar je moet zijn – het gebrek aan comfort, de geforceerde landing en de horten en stoten moet u er dan maar bijnemen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in