The John Lurie National Orchestra :: The Invention Of Animals

In de jaren tachtig en negentig was John Lurie een van de boegbeelden van New York cool, compleet met wit hemd, pencil tie en holle wangen. Hij leidde de essentiële skronk/jazzband The Lounge Lizards (met daarin goed volk als o.m. Anton Fier, Arto Lindsay, Marc Ribot) en was als acteur en/of filmcomponist betrokken bij een resem cultklassiekers van Jim Jarmusch (Stranger Than Paradise, Down By Law en Mystery Train), Wim Wenders (Paris, Texas) én David Lynch (Wild At Heart). Een twintigtal jaar geleden begon zijn gezondheid echter achteruit te gaan en bleek Lurie de ziekte van Lyme te hebben. Die zorgde er rond de millenniumwisseling voor dat hij de sax inruilde voor het penseel, al wordt de muzikale stilte nu ineens verbroken met deze nieuwe release.

Nu ja, helemaal ‘nieuw’ kan je dit album bezwaarlijk noemen, aangezien het gaat om opnames uit de eerste helft van de jaren negentig. De naam van het project mag trouwens met een korrel zout genomen worden, want dat nationale orkest bestond naast Lurie uit welgeteld twee muzikanten die toen de percussietandem van The Lounge Lizards waren: drummer G. Calvin Weston (overgewaaid van o.m. Ornette Colemans Prime Time) en percussionist Billy Martin (Medeski, Martin & Wood). Het is op het label van die laatste (Amulet Records) dat The Invention Of Animals werd uitgebracht.

In een commentaar op de plaat heeft Lurie het over magische interactie tussen de muzikanten. Er is geen reden om te twijfelen aan de oprechtheid van die uitspraak, want wat oorspronkelijk startte als een platform om te werken aan nieuw materiaal voor The Lounge Lizards werd, net omdat het zo goed klikte, een eigen project, maar toch kan je je afvragen waarom het dan tot nu geduurd heeft om dat materiaal uit te brengen. Bovendien kan je moeilijk spreken van een echte ontdekking, omdat een stevige hap van dit materiaal, vier van de zeven stukken, al eerder verscheen op de soundtrack bij Luries interviewreeks Fishing With John, en in deze vorm niet zo veel verschilt van de oorspronkelijke versies.

Het is wel de moeite om het eens gehoord te hebben, want het verschilt nogal van de gestileerde grootstadsjazz en de eclectische kruisbestuivingen waarmee The Lounge Lizards furore maakte. Lurie, die hier resoluut kiest voor de sopraansax, pakt uit met vrij sobere solo’s die ondersteund worden door ontmantelde, repetitieve ritmes. Het saxwerk klinkt doorgaans vrij en vloeiend, zonder z’n focus te verliezen, maar het geheel mijdt heftigheid of onvoorspelbaarheid en voert een lome dans uit. In “Flutter” nog enigszins ingehouden, in “The Beast” sensueler, energieker. Weston en Martin variëren hier en daar wat, maar willen vooral bijdragen aan het hypnose-effect. De compacte stukken “Little” en “Ignore The Giant”, respectievelijk twee minuten en 43 seconden, klinken als wat ze zijn: mooie, korte stukjes die geschikt zijn om onder beelden te plakken.

“Men With Sticks”, met lekker rollende percussie, lijkt gewoon de versie te zijn van het gelijknamige trioalbum uit 1993, dus dat zorgt dat er eigenlijk maar twee ‘nieuwe’ stukken zijn, beide live opnames uit 1993 en 1994. “I Came To Visit Here For A While” klinkt haast alsof Lurie z’n sopraansax laat ondersteunen door rinkelende en rammelende Afrikaanse folklore, maar het draait uiteindelijk allemaal om het gerekte titelnummer dat de plaat afsluit: “The Invention Of Animals” bevat niet enkel kleurrijk, gedreven en soms gehavend spel van Lurie en de bekende potten- en pannensound van de percussionisten, maar na verloop van tijd ook een heftiger, ritmische stuwing die het allemaal wat opwindender en meer lijfelijk maakt dan het voorgaande.

Op zich prima muziek die zelfs neigt naar het extatische van Coltrane & co., maar die ook niet echt kan verhullen dat het album als geheel toch niet dat onverhoopte, verloren gewaande meesterwerk is. Een zoveelste bewijs van Luries geïnspireerde spel, dat wel, maar ruim onder het niveau van het beste Lounge Lizards-werk.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in