Expo Jijé :: Het huis van het stripverhaal, Keizerinlaan 1 in 1000 Brussel

De huidige generatie stripliefhebbers weet de naam Jijé niet altijd meer exact te duiden. Ten onrechte, want Joseph Gillain (1914-1980) oftewel Jijé was in de absolute beginperiode van het weekblad Robbedoes een van de eerste echte steunpilaren. Naar aanleiding van de honderdste verjaardag van zijn geboorte wijdt het gespecialiseerde Huis van het stripverhaaleen retrospectieve met originele tekeningen aan hem.

Uitgangspunt van de tentoonstelling is de veelzijdigheid van Jijé die zich uitte in zijn schilderkunst en beeldhouwkunst, die bijna even belangrijk voor hem waren als zijn stripverhalen. De tentoonstelling is voorzien van foto’s, tekeningen, data en duiding. Joseph Gillain kwam uit een kroostrijk gezin en groeide op in de katholieke zuil in de buurt van Dinant en Namen. Geen wonder dat hij enkele van zijn eerste stripfiguren, Blondie en Blinkie, schiep in de persen van de abdij van Averbode. De expo toont zijn evolutie naar uitgeverij Dupuis toe. Hier diende hij in 1941 onverwacht de basiscreatie Robbedoes over te nemen van de tekenaar Rob Vel, toen deze laatste in Frankrijk geblokkeerd zat tijdens de oorlog. Het werd de grote kans voor Jijé: hij breidde het universum van Robbedoes uit met diens gekke vriend Kwabbernoot. De exacte beweegredenen voor de diverse wendingen in de carrière van Jijé blijven echter onbesproken. De tentoonstelling is opgebouwd uit panelen die opgesteld staan in een zijlokaal van een grote stripwinkel, maar de opbouw met begin- en eindpunt als één plaats draagt niet bij tot verdieping.

Daarnaast was Jijé ook een vertegenwoordiger en zelfs de grondlegger van wat bekend is geworden als de School van Marcinelle. Zijn discipelen Franquin, Morris en Will maakten er deel van uit. Zij zagen het stripverhaal eerst nog als een aanhangsel van de tekenfilm en trokken zelfs naar de Verenigde Staten en Mexico om daar voor Walt Disney te gaan werken. Maar veel meer dan dat, ontdekten ze zichzelf daar, en groeiden ze uit tot voortrekkers van het Belgische stripverhaal. Ontroerend mooi zijn de foto’s uit deze tijd: Jijé met winterbescherming terwijl hij schildert op de straat in Mexico, de tijd in de mooie tuin in Cuernacava, het ontstaan van strips zoals Blondie en Blinkie in Mexico bij de terugkeer. Hij was nog helemaal onder invloed van de machtige landschappen. Ook over deze voor het Europese stripverhaal zo belangrijke episode ontbreekt echter de nodige duiding. Men lijkt er vanuit te gaan dat de bezoeker zelf de nodige voorkennis zal meebrengen.

De tentoonstelling mag dan wel tekort schieten op het vlak van de eentalig Franstalige namen van strips, maar de originelen zijn fraai in beeld gebracht en geven de ontstaansgeschiedenis telkens goed weer. De achterliggende technieken komen minder aan bod, evenals de inspiratiebronnen. Dat het leven niet altijd gemakkelijk was in die periode, blijkt uit de vele verhuisepisodes: van Tervuren over Amerika en Mexico naar Franse kuststeden. Intussen bleef Jijé zich specialiseren in series zoals de western Jerry Spring of nam hij Tanguy en Laverdure over. Ook over deze cruciale periode in de Europese stripgeschiedenis, waarbij het leegbloeden van Robbedoes parallel liep met de opbouw van het Franse tijdschrift Pilote en de uitbouw van uitgeverij Dargaud, wordt niets verduidelijkt of in context geplaatst. Jijé bleef ondanks een korte afwezigheid altijd een basis voor het weekblad Robbedoes: de familie Dupuis had aan hem altijd veel te danken gehad. Zijn persoonlijke verhaal komt er echter niet uit.

Jijé verdient aandacht en dat heeft men goed begrepen: dit jaar komt er ook nog een biografie uit, een hele reeks herdrukken, verzamelde werken en een huldeboek. Geen overbodige luxe voor deze gigant.

Nog tot 29 juni 2014. Open van dinsdag tot en met zondag van 10 uur tot 18 uur.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in