Nymphomaniac

Als er ooit een film het risico liep om een slachtoffer te worden van zijn eigen marketingcampagne, dan is het Nymphomaniac wel. De jongste worp van Lars Von Trier werd werkelijk fantastisch in het collectieve bewustzijn van filmfans geplant, met zorgvuldig uitgekozen fragmenten (of appetizers), een provocerende trailer en een geweldige reeks affiches, waarop je de O-faces van de acteurs kon zien. Seks, seks, overal seks: Von Trier zou de grenzen tussen pornografie en regulier drama wel eens met één welgemikt schot omver blazen. Het risico is dan dat mensen gaan kijken en de zaal verlaten met een teleurgesteld: “is het dat maar?” Voor de goede orde: als je naar Nymphomaniac gaat kijken, doe dat dan niet voor de seks. Ga voor een fascinerende, uitdagende, soms tragische, soms duivels grappige en altijd lichtjes perverse filmervaring.

Charlotte Gainsbourg speelt Joe, een zelfverklaarde nymfomane die aan het begin van de film in elkaar geslagen wordt teruggevonden in een steeg door de schuchtere intellectueel Seligman (Stellan Skarsgard). Hij biedt haar een bed en een kop thee aan, en in ruil begint Joe haar levensverhaal te vertellen – een seksuele odyssee langs ontelbare mannen, waarvan er één telkens terugkeert: haar allereerste, Jerôme (Shia LaBeouf).

Het basisidee van de film is erg eenvoudig: in negen hoofdstukken, over een lengte van vier uur (gesplitst in twee delen), krijgen we het verhaal van een vrouw die een leegte in zichzelf ervaart, die ze probeert te vullen met seks – “Fill all my holes,” fluistert ze Jerôme toe, en dat bedoelt ze niet alleen fysiek. In het begin lukt dat nog, maar gaandeweg vindt ze zelfs in gewone seks niet meer de ontlading die ze zoekt. Ze gaat dan ook steeds verder, met extremere seksuele avonturen en experimenten met SM. Die leegte wordt door Von Trier nooit gedefinieerd – we weten niet welk tekort ze probeert goed te maken met haar seksverslaving, wat het personage én de film een fundamenteel mysterie meegeeft. Het enige dat we zeker weten, is dat Joe continu probeert om dingen te voelen – eerst via orgasmes en daarna via pijn probeert ze haar lichaam te dwingen om gevoelens te beleven waar ze mentaal niet toe in staat is.

Dat alles klinkt bloedserieus, maar wat opvalt, zeker tijdens het eerste deel, is hoe speels en levendig Von Trier te werk gaat. Tijdens het eerste anderhalf uur zitten er regelmatig bijzonder grappige scènes in Nymphomaniac, met als hoogtepunt het optreden van Uma Thurman als de echtgenote van één van Joe’s veroveringen. Met haar drie kinderen komt ze het appartement bekijken waar haar man haar bedriegt, inclusief the whoring bed. Daarop volgt een bizarre comedy of manners, die suggereert dat Von Trier nog een straffe zwarte komedie in zich heeft zitten.

Ook de raamvertelling, waarin Seligman Joe regelmatig onderbreekt voor zijn eigen intellectuele uitweidingen, is enorm amusant. Von Trier duwt Seligman eigenlijk in de rol van filmcriticus, die gaandeweg het hele gebeuren analyseert en protserige vergelijkingen maakt. Een seksuele veroveringstocht van Joe en een vriendin in een trein, wordt uitvoerig vergeleken met vliegvissen. En wanneer Joe vertelt hoe ze aan SM begon, lanceert Skarsgard een monoloog over de evolutie van de christelijke kerk. Lars Von Trier gebruikt die terzijdes om zijn film stilistisch te vormen – na een uitweiding over de polyfonie in de muziek van Bach, krijgen we bijvoorbeeld een segment dat in split-screen gemonteerd is, met Bach op de achtergrond, om een soort visuele polyfonie te creëren – maar ondertussen lacht hij er ook mee. Seligman is de pompeuze criticus (of arthouse-bezoeker), die meer leest in Joe’s verhalen dan wat er in zit. Het feit dat Nymphomaniac voorbestemd is om bloedserieus en compleet humorloos geanalyseerd te worden door heel wat schrijvers, is dan ook op zich al ironisch.

De film wordt ernstiger van toon tijdens de tweede helft. De beelden worden explicieter en zeker Joe’s bezoekjes aan SM-meester Jamie Bell zijn oncomfortabel om naar te kijken. Naarmate Joe zichzelf verder duwt, wordt ook de film harder; de lach sterft uit, de situaties zijn meer confronterend (inclusief een triootje met twee goed geëquipeerde zwarten en de steigerende piemel van een pedofiel). Maar nogmaals: denk zeker niet dat Nymphomaniac ooit erotisch of opwindend dreigt te worden.

Terwijl hij dat allemaal doet, maakt Von Trier van Nymphomaniac ook een soort synthesefilm. De in hoofdstukken opgedeelde structuur staat hem toe om regelmatig een andere stijl te hanteren: hij laveert van komedie naar drama naar grotesque en switcht vrolijk van kleur naar zwart-wit, gebruikt verschillende beeldformaten, stock footage, teksten die in beeld verschijnen en ga zo maar door. Ondertussen refereert hij vrolijk naar andere films (Last Tango in Paris, Irréversible, The Canterbury Tales, A Clockwork Orange, Andrei Rublev, La Pianiste), andere kunstvormen (klassieke muziek, uiteraard, maar ook iconografie en literaire werken van Histoire d’O over Lolita tot aan James Bond) en vooral ook naar zijn eigen leven en werk. Zo krijgen we een misleidende, zeer nadrukkelijke referentie naar Antichrist in het tweede deel en klinkt een monoloog van Gainsbourg over politieke correctheid verdacht sterk als een commentaar op de “Nazi-rel” die twee jaar geleden op Cannes ontstond.

Da’s een behoorlijk pakket voor een rijk gevulde film, en dan hebben we nog niet vermeld hoe geweldig Gainsbourg wel is, die zich met hart en ziel in de prent smijt. Niet alleen stelt ze zich fysiek kwetsbaar op, met veel naaktscènes, maar ook emotioneel gaat ze helemaal bloot. Ook complimenten voor Stacy Martin, die in haar eerste professionele filmrol indruk maakt als jonge Joe. Shia LaBeouf lijkt zich niet geheel op zijn gemak te voelen in dit gezelschap en deze vreemde film, maar hij kan de boel niet zinken. Jamie Bell verrast in een creepy rol, Uma Thurman is hilarisch en ook Christian Slater valt mee als Joe’s vader – in feite is hij nog iets te jong voor die rol, maar hij komt er mee weg.

Nymphomaniac is provocerend en geen kost voor oma en opa, maar het is ook een intelligente, meeslepende, opvallend speelse film. En vooral: het is één film – de opsplitsing in twee delen is wellicht financieel noodzakelijk, maar lijkt me als kijkervaring niet ideaal. Deel één heeft geen cliffhanger, deel twee begint gewoon in medias res. Probeer ze dus zo kort mogelijk na elkaar te bekijken, liefst als één marathon. En laat al je verwachtingen thuis. Wat je ook denkt dat Nymphomaniac zal zijn, dàt is het toch niet.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in