Jake Bugg :: Shangri La

Eindelijk een grote naam die in 2013 kan bevestigen. Jake Bugg effent met Shangri La het pad naar absolute muzikale glorie en levert, zonder zich al te veel in te spannen, een van de beste platen van het jaar af.

”There Is A Beast And We All Feed It”, een boutade van jewelste of eerder een eerlijke kijk op de moderne muziekindustrie? De titel van het openingsnummer op Jake Buggs tweede album betekent vast niets speciaals, maar een mens gaat zich al snel vragen stellen. Waarom komt die plaat er nu al, bijvoorbeeld. Zijn het B-kantjes die niet allemaal aansloten bij het gevoel dat Jake Bugg, album nummer één, moest opwekken? Werd er in zeven haasten besloten een tweede plaat uit te brengen om de populariteit van de jonge zanger nog wat uit te melken tijdens de kerstperiode? Joost mag het weten; feit is dat Bugg op Shangri La weergeeft dat er wel degelijk een singer-songwriter in hem schuilt die nog even mee kan.

Het is vast niet makkelijk om op relatief jonge leeftijd overladen te worden met superlatieven. Die dingen stijgen naar je hoofd, weet je wel. Van sterallures heeft Bugg gelukkig geen last. Amper een jaar na de grote doorbraak slaagt de jongeman erin om haast in zijn eentje het gapende gat te vullen dat de broertjes Gallagher na de split van Oasis achterlieten. Uiteraard zijn er andere groepen die het geprobeerd hebben, maar dankzij de authentieke, doorleefde zang en het gemak waarmee Bugg nummers schrijft die moeiteloos door verschillende generaties worden opgepikt , lijkt hij de logische volgende stap in de evolutie van de britpop. Vergeet het melige geleuter van Tom Odell en die arbeidersbehoefte van Miles Kane, schuif die High Flying Birds aan de kant: Jake Bugg is the next big thing.

Een aantal nummers op Shangri La kunnen inderdaad gezien worden als een gemakzuchtige manier om het basisidee uit Jake Bugg, die schelmachtige klaagzang in combinatie met een snel gitaarspel, nog wat verder uit te werken. De versnellingen die “Slumville Surprise” zo aanstekelijk maken, lijken uit het eerste album te komen en, ondanks de toevoeging van een elektrische gitaar en een fraaie solo in het midden van het nummer, klinkt het geheel als een licht opgewaardeerde versie van gelijk welk uptempo-nummer uit album nummer één. Overtuigen doet de jonge snaak op Shangri La met “Messed Up Kids” en “Pine Trees”, twee songs volledig gestript van alle tierlantijntjes waarin Bugg op niets anders terugvalt dan op zijn talent om onmiddellijk te beklijven. Strictly speaking blinken beide nummers absoluut niet uit in originaliteit, maar het eindresultaat pakt iedere muziekliefhebber met een zwak voor authenticiteit zo in. In het zoetzure “All Your Reasons” komt Bugg dan weer voor de dag als een oudere man die zijn levenswijsheid op muziek probeert te zetten. ‘Summer’s almost gone/And I’ll be singing all the songs’, zingt hij bij wijze van waarschuwing dat zelfs de mooiste dingen in het leven een duistere kant hebben.

Daarnaast telt het album met “What Doesn’t Kill You”, “Kingpin” en het prachtige “Me And You” nog wat sterkhouders die de plaat mijlenver doen afstaan van de muzikale eenheidsworst die je op Buggs debuutalbum te horen kreeg. Shangri La is in dat opzicht de gedroomde tweede plaat; het album waarmee de artiest de verwachtingen niet alleen waarmaakt, maar veruit overstijgt. Bugg slaagt erin zijn nummers die muzikale en emotionele gelaagdheid mee te geven die oudere collega’s keer op keer lijken te missen. Op Shangri La is Bugg dan ook veel meer dan de kleine jongen die droomde dat hij Bob Dylan was. Het schijnt dat die van Werchter weer aan het ronselen zijn: ik weet alvast op wie ik inzet om een van de kleinere podia af te sluiten.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in