Captain Phillips

Het wordt eens tijd dat Paul Greengrass de erkenning krijgt die hij verdient. Niet dat de Britse regisseur nog steeds een nobele onbekende is, of nog niet de nodige lofbetuigingen heeft gekregen van de wereldwijde filmpers, maar toch voelt het aan alsof de man nog niet echt naar waarde wordt geschat. Greengrass bewijst zichzelf meer en meer als één van de essentiële vertegenwoordigers van de Amerikaanse cinema van na 9/11, van de moderne actiethriller en van het documentair en actueel realisme. De eerste films die een mens te binnen schieten bij de naam Greengrass zijn The Bourne Supremacy en Ultimatum, maar toch zijn het zijn andere wapenfeiten waar je moet naar kijken om te doorgronden wat voor een regisseur hij werkelijk is. Net zoals met Bloody Sunday en United 93 construeert de Brit met Captain Phillips een zenuwslopende verfilming van een feit uit de recente geschiedenis, wat een film oplevert die loopt als een Zwitserse klok.

Piraterij is niet meer wat het geweest is. Vergeet de olijke figuren die rum zuipen, schatten najagen en plunderen. De moderne piraat is meestal een sjofele Somaliër die gebukt gaat onder armoede en met alle plezier gebruikt maakt van Russia’s finest: de Kalasjnikov. De crew van het Amerikaanse vrachtschip MV Maersk Alabama kan daar van meespreken. Het schip was in 2009 onderweg van Oman naar Mombasa om hulpgoederen af te leveren, en moest daarvoor door riskante wateren, waar al eerder piraten gespot waren. Het vrachtschip werd dan ook gekaapt door vier Somalische piraten. De kapitein, Richard Phillips (Tom Hanks), en de crew deden hun best om de piraten te geven wat ze wilden, maar voor Phillips werd de hele ervaring een ware lijdensweg. Een reddingsboot, agressieve piraten en het machtsvertoon van de Amerikaanse marine zouden de ingrediënten blijken van de meest zenuwslopende dagen uit Phillips zijn leven.

In andere handen zou dat verhaal allicht geleid hebben tot een zoveelste thrillertje, maar dat is dan buiten een regisseur gerekend, die eerder al bewees dat hij weet hoe hij historische gebeurtenissen moet benaderen. En dan vooral gebeurtenissen die zich afspeelden over een beperkte periode van enkele uren of dagen. Met Bloody Sunday en United 93 – zeker die laatste – zorgde dat al voor cinema waarbij je los door de rugleuning van je bioscoopstoel bijt en met Captain Phillips is het niet anders. Met een bewonderenswaardige beheersing weet Greengrass de tijdslijn van de kaping gedetailleerd uit de doeken te doen, zonder ook maar iets over het hoofd te zien. Hij belicht verschillende standpunten, zonder dat het ooit een onoverzichtelijk boeltje wordt. Zo voor de vuist weg kunnen we niet meteen een andere filmmaker noemen die zo goed een constante spanning aan kan houden en een tastbaar realisme kan hanteren, terwijl hij de menselijkheid van zijn personages nooit uit het oog verliest en de filmische tools die hij voor handen heeft ten volle uitbuit.

Zo is Greengrass de man van de hand-held camera. Veelal levert dat enerverende cinema op, maar Greengrass weet perfect op welke manier hij dat moet toepassen. Angst om zeeziek te worden tijdens Captain Phillips is allesbehalve nodig, want het camerawerk bevordert enkel maar het realisme van de hele situatie en zorgt ervoor dat je intens dicht op de huid zit van Hanks en co. Ook in de montage is hij zoals steeds onverbiddelijk scherp. De actiescènes bevatten de nodige adrenaline, maar geven ook geen blijk van te veel haast. Je weet meestal wel hoe de situatie zich zal ontplooien, maar toch bouwen die scènes een ongelooflijke suspense op, dankzij het “hier en nu”-gevoel van de film. Wij weten misschien al hoe het afloopt, maar de personages nog niet.

Greengrass heeft ooit nog als journalist gewerkt, wat nog steeds een voelbare stempel drukt op zijn films. De feiten primeren en worden op perfectionistische wijze uit de doeken gedaan. Je krijgt een blik op de achtergrond, menselijkheid en motivaties van de piraten, op het reilen en zeilen op het vrachtschip en op de doorgedreven werking van de Amerikaanse marine. Bij dat laatste is het makkelijk om te denken dat Greengrass vervalt in plat militarisme, maar niets is minder waar. Greengrass gebruikt de marine in zijn beeldtaal om een sterk contrast te scheppen met de onmacht van de povere piraten, en lijkt zelfs te mikken op een metafoor voor de ridicule machtsverhoudingen die er bestaan in de wereld. Wat ook een kenmerk van Greengrass blijkt te worden zijn mensen die bevelen schreeuwen tegen computers in controleruimtes.

Naast de sublieme regie van Greengrass verdient Tom Hanks verder alle lof voor deze film. Het lijkt al eeuwen geleden sinds Hanks nog eens een echt stevige rol onder handen heeft genomen, dus het is een opluchting dat hij hier één van de sterkste prestaties uit zijn carrière aflevert. Hanks houdt steeds het hoofd koel en levert een zeer berekende acteerprestatie af, waardoor je een personage krijgt dat beheerst en rationeel de situatie ondergaat waarin hij zich bevindt. Er is geen seconde wanneer je Hanks niet gelooft. Het mooiste komt aan het einde wanneer Hanks zijn vislijn helemaal uitwerpt naar een Oscarnominatie en er nog even een hartverscheurende krachttoer bovenop gooit.

Captain Phillips is zonder twijfel een van de betere actuele en historische actiethrillers van de afgelopen jaren, samen met Zero Dark Thirty. Niet dat de film geen schoonheidsfoutjes kent. Zo vergrijpt Greengrass zich bij aanvang wat te veel aan doorzichtige voorafschaduwing, krijgt Catherine Keener beschamend weinig schermtijd en grenst de speelduur aan het acceptabele. Maar wat je daarvoor in de plaats krijgt maakt dat alles meer dan goed. Captain Phillips is een film perfect past in de traditie van het moderne realisme dat dit soort films definieert. Koelbloedig, berekend, gedetailleerd, procesmatig en verdomd onderhoudend. Niet te missen kost. Oorah!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in