The Reflektors (Arcade Fire) :: 24 november 2013, Hallen van Schaarbeek

Een goed georkestreerde hype in de aanloop naar je albumrelease heeft ook een perfect orgelpunt nodig. En dat breit Arcade Fire momenteel aan Reflector met een korte spurt langs enkele uitgelezen Europese grootsteden. Aangekondigd als “The Reflektors” werd ook in de Hallen van Schaarbeek een exclusief concert voorgeschoteld. Een schreeuwerige geluidsmix en een tam publiek maakten er echter maar een tam feestje van. Zelden werd het meer dan gewoon goed.

Nochtans doet de groep erg zijn best om van deze releaseconcerten evenementen te maken. Tickets kon je voornamelijk te pakken krijgen via een code die je kreeg als je de nieuwe plaat voorbestelde via de site van de band, een dresscode kreeg je er gratis bovenop: avondkledij, aub. Ook wij kochten voor de gelegenheid dus een heuse vlinderdas, trokken onze beste outfit aan, en zetten onze auto op goed geluk ergens in een zijstraat van de Rogierstraat. Het was lang geleden dat er nog eens een rockconcert in de nochtans sfeervolle Hallen van Schaarbeek werd georganiseerd, onze oude parkeerroutines in die buurt zijn we al lang kwijt.

Nog meer sfeerzetting: om het helemaal bijzonder te doen lijken, werd het publiek niet voor acht uur in de concertzaal gelaten. Een lange rij schoof dus om een aantal hoeken; stuk voor stuk bijzonder proper uitgedoste jongens en meisjes, dames en heren, als een huwelijksfeest dat zomaar zonder reden over enkele honderden meters werd uitgerekt.

Was het laatste concert in deze opwarmtour nu al deze heisa waard? Het opkleden werkt alvast anticipatiebevorderend. Net als iedereen heb je vooraf zitten dubben wat je aan zult trekken, je zit samen met de rest van het publiek in een aparte trip. De verwachting is hooggespannen. En dat de lat zo onwezenlijk hoog is gelegd, is al duidelijk bij de opwarmmuziek vooraf. Aan het volume te horen zit iemand met een ernstig gehoorprobleem achter de mengtafel, en niemand denkt eraan hem daar van achter te sleuren; ook tijdens het concert staat het geluid onredelijk hard, wat vooral voor veel onnodige vervorming zorgt.

Die bemerking terzijde begint Arcade Fire goedgemutst aan de set, met een korte sketch waarbij een copycatband met de papier-machéhoofden uit de Here Comes The Night Time-film van het podium wordt verjaagd, en Win Butler “Normal Person” inzet, dat na een korte rustige aanzet ontploft in een wolk van gierende gitaren en woest refrein. Dat het publiek iets minder uitzinnig is dan je zou mogen verwachten, passons; dit is Brussel, wij zijn de laatste toeschouwers van de tour, we krijgen meteen ook uitzonderlijk het oudje “Wake Up”. Ha, dit kende u al beter, en u brult massaal die “aah-aah-aah”’s mee.

Daarmee is het ijs wel gebroken. Een dansend “You Already Know” van de nieuwe plaat ontaardt in een vraag-en-antwoordspelletje met het publiek, het door Régine Chassagne gezongen “Sprawl II” — een van de sterkhouders van vorige plaat The Suburbs met zijn aan “Heart Of Glass” herinnerende discofeel — is een eerste momentje euforie, dat de groep doelbewust laat volgen door het ingetogen “Supersymmetry” dat alles even stil legt, zelfs al bouwt een diepe beat onderhuids toch wat op.

Butler ontpopt zich ondertussen tot een ongemakkelijke frontman: laat zijn gitaar al eens voor wat hij is om met microfoon alleen de rand van het podium op te zoeken. Hij is echter geen funky dansman, wel een houterige, ietwat nurkse man in een veel te groot en onhandig lichaam. Het maakt van Reflektor ook zo’n vreemde maar broodnodige plaat, waarop Arcade Fire uit zijn eigen ernst probeert te breken, maar af en toe botst op de ongemakkelijkheid daarvan. “Flashbulb Eyes”, een jammerklacht over te veel gefotografeerd worden, werkt daardoor niet helemaal, net als het al te cerebrale van “It’s Never Over (Oh Orpheus)”, dat net iets te hard heeft nagedacht over zjin thematiek en de donderende drumbreaks daarin.

Goed dus dat “Afterlife” meteen daarna voor een absoluut hoogtepunt zorgt. Butler zet de single in met een flard a capella gezongen “Porno”, maar zoekt al snel de verlossing waar “Can we, can we work it out” herhaaldelijk om smeekt. Het publiek kent dit nummer, plaatst de “ooooh”’s juist, en danst zich suf op de climax die maar blijft duren. Even is het opnieuw 2005 en is dit het Cirque Royale waar Arcade Fire zich met zijn debuutplaat de legende inspeelde.

Ook “We Exist”, met zijn van “Billy Jean” geleende baslijn, en een wel erg punky ingezet “Joan Of Arc”, blijven morsen met energie. Toch krijgt de groep de sfeer niet helemaal in de Hallen, en dat ligt ongetwijfeld aan het nogal afstandelijke Belgische publiek dat dansen iets te veel moeite vindt — denk u eens in wat uw buur niet van u zou kunnen denken, nietwaar? — en ook de obscure Ramonescover “Today Your Love, Tomorrow The World”, waarbij Win Butler vooraan rondhost met zijn eigen papier-machéhoofd als masker, gelaten ondergaat. Onterecht overigens: Arcade Fire is beter in punk dan het ooit zelf zal toegeven, en broer William Butler een betere zanger dan hij misschien zelf denkt.

“Here Comes The Night Time”, geïnspireerd op de Haïtiaanse rara-muziek is een vreemd nummer om de set mee te eindigen. De versnelling waarmee het begint wordt afgeremd, en op het ritme van de speciaal voor deze tour aangeworven congaspeler en een steeldrum deint het naar zijn einde; geen punt, eerder drie flets uitdovende puntjes achter een degelijke set met uitschieters. Goed dat er een bisronde is dus, om met single “Reflektor” — ha, u kent dat precies, aan uw enthousiasme te zien — en het daverende “Neighbourhood #3 (Power Out)” dan toch een uitroepteken te plaatsen.

Echt boven zichzelf uitstijgen deed Arcade Fire zondagavond echter niet. Dat de groep er plezier in heeft om de dansbenen uit te slaan, en zich de ernst uit de kleren te kloppen, is duidelijk, maar Win Butler mist de warmte om echt connectie te maken met het publiek, en ook de nieuwe songs zitten nog niet helemaal in de vingers, zo bleek uit enkele soms stroef aanvoelende momenten en het gebrek aan spontaniteit. Wij hebben Richard Reed Parry veel en veel te weinig op alles wat los en vast zat zien drummen om echt de Arcade Fire van 2005 naar de kroon te steken. Het kan dus nog veel losser en nog veel minder ernstig.

Maar voor u ons verkeerd begrijpt: Arcade Fire blijft bij de sterkste bands om live te zien. Alleen hebben ze de lat deze keer zelf iets te hoog gelegd. Wie een evenement belooft, moet zelf ook meer uit de kast halen dan “gewoon goed”. Ondertussen tellen we de maanden winterslaap af die ons nog scheiden van het komende festivalseizoen, waarin we de groep ongetwijfeld opnieuw zullen ontmoeten.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

19 − 5 =