Ender’s Game

Games en film: wat is de relatie tussen die twee de dag van vandaag? Eerst en vooral zijn het twee zeer lucratieve entertainmentindustrieën, waarbij Hollywood qua winst zelfs sterk overschaduwd wordt door de ontwikkelaars van videospellen. Maar waar ligt de grens wanneer beide op artistiek vlak elkaar het hof lijken te maken? Games die opteren voor een filmische aanpak zorgen veelal voor een dankbare maturiteit in het medium. Games concentreren zich meer en meer op narratief, visuals en personages, waardoor je soms meer krijgt dan enkel een leuk spelletje om je mee te amuseren. Films die neigen naar de beeldtaal van games zijn een heikeler punt. Soms komen regisseurs er mee weeg (denk aan het gebruik van point-of-view in Gravity), soms vallen ze volledig op hun bek. Dat laatste is het geval met Ender’s Game, de verfilming van de populaire scifi-roman van Orson Scott Card. De film verliest zich in opzichtige emoties, halfbakken metaforen en vooral onaantrekkelijke gevechtssimulaties die lijken weggewandeld uit een strategy game.

Het uitgangspunt van Ender’s Game is dat de mensheid op voet van oorlog leeft met een ras lelijke buitenaardse insecten. We hebben in het verleden al invasies van die zogenaamde Formics weten af te slaan, maar er is nog steeds nood aan voorbereiding op nieuwe aanvallen. De hoop van ons voortbestaan ligt bij jonge tieners, en dan vooral bij Ender Wiggin (Asa Butterfield). Ender blijkt een meesterlijk tacticus voor zijn leeftijd en wordt gerekruteerd door Kolonel Hyrum Graff (Harrison Ford) om deel te nemen aan een opleiding aan The Battle School. Daar zal Ender gevormd worden om het later tegen de Formics op te nemen. Ender ontwikkelt zijn tactische mogelijkheden, krijgt te maken met de nodige strubbelingen en komt voor de uitdaging van zijn leven te staan.

Bekentenis: ondergetekende heeft het boek niet gelezen, dus verwacht u niet aan gedetailleerde vergelijkingen. Maar na wat opzoekwerk en hier en daar wat details te hebben opgepikt over de thema’s in het boek, had ik me ergens wel verwacht aan een volwassen brok sci-fi met tieners in de hoofdrollen. Jammer genoeg was dat wat te voorbarig. Niet dat Ender’s Game uitdraait op een regelrechte kinderfilm, maar het niveau van de gemiddelde jongerenroman overstijgt hij ook niet. Zo wordt Ender geïntroduceerd als kerel die gepest wordt omwille van zijn tactische gaven. De conflicten zijn vaak voorspelbaar, aangedikt met opzichtige dialogen en vooral herkenbaar voor jonge tieners. Ook krijgt Ender nog een soort vrouwelijke sidekick in de vorm van Hailie Steinfeld, maar uiteindelijk blijkt ook dat een trein die nergens naartoe gaat.

Het boek waarop de film gebaseerd is, is voor een groot stuk populair door het feit dat je in het verhaal omtrent Ender heel wat actuele problematieken kan herkennen. Hot topics als dubieuze militaire tactieken, kindsoldaten en moderne oorlogsvoering komen allemaal aan bod. Vooral bij dat laatste kan je een duidelijke knipoog noteren naar het gebruik van drones. U weet wel, van die vliegtuigjes die op afstand bestuurd worden om ergens aan de andere kant van de wereld enkele terroristen om zeep te helpen. Het kan zijn dat die thema’s in het boek sterk worden uitgewerkt, maar in de film gaat het niet verder dan wat halfslachtige knipogen. Het oorlog voeren van op afstand wordt in Ender’s Game opgevoerd als een tactisch videospel waarbij weinig emotie komt kijken. Tot zover klopt de link met drones wel, maar de grote afknapper is dat je als kijker nooit echt het gevoel krijgt dat er iets van afhangt. De vijand bestaat uit niets meer dan te vernietigen pionnen en het gevecht wordt steeds van achter computerschermen gevoerd. Dit kan uitdagend zijn als je zelf mag beslissen over je volgende zet in een gelijkaardig computerspel, maar als cinema werkt het gewoon niet. Wanneer aan het einde dan blijkt dat er effectief wel iets op het spel stond voor Ender, komt het veel te laat en kan het je nog maar weinig schelen. Wat meer psychologische diepgang omtrent de manier waarop er wordt gevochten in de film had het geheel zeker wat meer inhoud gegeven om je in vast te bijten. Helaas kiest regisseur Gavin Hood voor een constante oppervlakkige aanpak om vooral een jonger publiek niet af te schrikken.

Wat we niet kunnen zeggen is dat het er niet knap uitziet. De visuele effecten voldoen grotendeels aan de eisen en zorgen soms wel voor leuke scènes. Vooral de scènes waarin Ender en zijn opleidingsgenoten het tegen elkaar opnemen in een gigantische gewichtloze ruimte zorgen voor enkele genietbare en mooi georkestreerde momenten. Ook over de acteurs mogen we niet te veel klagen. Harrison Ford lijkt zich eindelijk eens niet voor de volle honderd procent te vervelen, maar doet toch enige moeite om een interessant personage af te leveren. Viola Davis staat Ford bij als zijn rechterhand en zorgt er als sterke actrice ook voor dat Ford iemand heeft met enig niveau om zich aan op te trekken. Asa Butterfield valt beter mee dan verwacht als Ender. De jonge man weet zijn personage op de juiste manier een zekere volwassenheid en gevatheid mee te geven, wat maakt dat het niet helemaal vervalt in een kinderfestijn. Het ventje dat we het meest op zijn muil wilden slaan was dan weer Moises Arias.

Ender’s Game is een film die belangrijke dingen hoopt te vertellen en ondertussen een zo groot mogelijk publiek wil bereiken, maar dat op zo’n futloze manier doet, dat het je nooit bij het nekvel grijpt. Het verhaal sleept zich voort zonder je van je sokken te blazen en werkt toe naar een climax die als een ijle wind aan je voorbij gaat. Een misbaksel is het niet, maar het is cinema waarbij je zo hard je schouders ophaalt dat je sleutelbeenderen bijna tegen je oren slaan. En alsjeblief, laat de manier waarop in deze film inspiratie wordt gehaald uit games niet te veel meer terugkeren. Een absolute dooddoener.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in