Thor :: The Dark World

Mag deze inleidende paragraaf voor een keer eens de plaats zijn om een andere film in de kijker te zetten? En mogen we daarbij meteen onze excuses aanbieden aan Chris Hemsworth, omdat we één van z’n betere rollen straal hebben genegeerd? Zijn drie weken geleden uitgekomen film Rush hebben wij, in onze besmettelijke filmfestivalkoorts, nogal achteloos links laten liggen, of toch onbesproken gelaten – damn you, Film Fest Gent! Nerds als we zijn, hebben we ‘m inmiddels wel bekeken, en het resultaat is al bij al een meer dan puike prent over de concurrentiestrijd tussen de charismatische playboy James Hunt (Hemsworth) en de professionele opportunist Niki Lauda (Daniel Brühl), die zich grotendeels afspeelt op en om een Formule 1-circuit. Jaja, Ron Howard heeft daar een fijn filmpje van gemaakt, en dat weet u bij deze ook alweer.

Maar de kans bestaat natuurlijk dat James Hunt of Niki Lauda u geen hol kunnen schelen, en dat u gewoon wil weten of Hemsworth ook een beetje te genieten valt in Thor: The Dark World – na Thor en The Avengers alweer de derde film waarin de blonde acteur de rode cape van de Marvel-superheld om z’n schouders drapeert en met ’s mans hamer Mjolnir jongleert. Ditmaal doet hij dat om nog maar ‘ns de wereld te redden, maar laat dat u niet misleiden: de jobomschrijving van een superheld mag dan niet bijster gevarieerd zijn, op de manier waarop de wereld gered kan worden, zit wel wat speling. In dit geval komen daar wat teleportalen tussen verschillende mythische werelden bij kijken, een ongure Donkere Elf genaamd Malekith (Christopher Eccleston) die Asgard wil vernietigen om de hele boel weer in duisternis te hullen, en wat hulp van Jane Foster (Natalie Portman), haar kompanen en Thors labiele adoptiebroertje Loki (Tom Hiddleston). En dat allemaal dik tegen de goesting van Thors pa, Odin, of toch tegen die van Anthony Hopkins, die zo vermoeid en nukkig staat te wezen dat we maar wat graag een hamer tegen z’n gezicht wilden pleuren.

Thor is altijd al een beetje een buitenbeentje onder de superhelden geweest: de Noorse dondergod heeft geen alter-ego, geen kostuumpje of maskertje dat hij bij wijze van supertransformatie opzet, en heeft behoorlijk weinig uitstaans met de aardse realiteit, behalve dan met Jane Foster. In de eerste Thor leidde de splitsing tussen z’n thuis in het mythische Asgard en zijn verblijf in onze wereld tot een al bij al guitige cross-over tussen een superheldenfilm en een cultuurshock-komedie, met enkele Shakespeariaanse trekjes onder impuls van regisseur Kenneth Branagh. In de tweede Thor resulteert dat in een behoorlijk schizofrene prent; zoals de titel suggereert, mocht het wel wat donkerder worden, en daarom werd Game of Thrones-gelegenheidsregisseur Alan Taylor aangetrokken, en werden veel van de komische kantjes van de eerste film overboord gegooid.

In de praktijk komt dat neer op een film die het grotendeels moet hebben van een mythisch fantasy-sfeertje – een Game of Thrones-regisseur, weet u nog wel – dat wordt aangelengd met een behoorlijk degelijke superhero-finale, waarbij de wereld wordt gered en gebouwen tegen de grond gaan. ’t Is dan ook vooral in het eerste uur dat het grondig fout gaat in The Dark World: de prent opent met een overhaaste, ietwat geforceerde en zelfs slordige proloog, waarin een strijd tussen Donkere Elfen en Thors voorvaderen uit de doeken wordt gedaan, met als inzet de Aether, een vloeibaar spul waarmee Malekith het heelal in duisternis wil hullen. Met die insteek als drijfveer voor de hele film, speelt driekwart ervan zich af in Asgard – en dat werkt gewoon niet, om verschillende redenen.

Zo voelt de film te vaak als een weinig smakelijke mengelmoes tussen Lord of the Rings en Star Wars aan: er zijn Elfen die hun eigen gefingeerde taaltje spreken, en ruimteschepen met Stormtrooper-Elfen die iedereen doodlaseren. Bovendien wordt er gedurende de ontwikkelingen op Asgard heel sporadisch, en vaak op erg vreemde momenten, eens naar de toestand op aarde gecut, om te zien wat er daar gebeurt – meestal komt dat neer op Darcy (Kat Dennings) die even voor wat comic relief moet zorgen, of Dr. Erik Selvig (Stellan Skarsgård) die zonder broek door Stonehenge huppelt. Het resultaat: wat er op Asgard gebeurd, varieert van weinig opwindend tot ronduit clichématig, en de situatie in Londen laat je Siberisch koud.

Bovendien rammelt het scenario van The Dark World langs alle kanten. Er worden hele scènes uitgetrokken voor de begrafenis van Thors moeder Frigga, terwijl je die doorheen de franchise nauwelijks hebt leren kennen: qua extreem halfbakken poging om je hoofdpersonage emotioneel wat uit te diepen, kan dat tellen, want de sequentie werkt voor geen meter. Ook de moeite op dat vlak: de manier waarop personages als Selvig concepten als ‘convergentie’ (en het hoe, waarom, waar en wanneer die plaatsvindt) uitleggen, zodat de kijker zich ervan kan vergewissen dat de hele plotopzet weldegelijk klopt, ook al snapt-ie er geen jota van – ’t is tenslotte een professor die ons verzekert dat er in Greenwich een teleportaal tussen negen verschillende werelden ontstaat.

Het is pas wanneer Thor zijn toevlucht zoekt tot Loki om het plan van Malekith te kunnen dwarsbomen, dat The Dark World eindelijk een beetje op gang komt. De dialogen tussen de twee godenbroers zijn de meest spitante uit de hele film, en Loki is omwille van zijn gespletenheid en weinig rechtlijnige karakter sowieso al één van de meest interessante personages uit het Thor-universum. De sequentie waarin hij en z’n halfbroer al dan niet samen Malekith willen verslaan, is veruit de meest spannende (niet dat dat erg veel wil zeggen) uit de prent. Tom Hiddleston is ook één van de betere acteurs hier – niet dat Chris Hemsworth of Natalie Portman slecht bezig zijn, maar ze moeten om verschillende redenen (een te rechtlijnig of voorspelbaar personage is de voornaamste) het onderspit delven op dat vlak.

Christopher Eccleston kan als slechterik dan weer niets toevoegen, en Anthony Hopkins slaagt, zoals eerder vermeld, er alsnog in om met de titel van ‘meest enerverende element van de hele film’ te gaan lopen. En dat kan tellen, want er schort veel aan Thor: een insteek die langs niet al te veel kanten werkt, een zwak scenario, een gebrek aan humor, een gebrek aan kleur (even serieus: een film wordt niet altijd beter door alles door een grauwgrijze kleurenfilter te halen), en bovenal een langdurig gebrek aan echte, ouderwetse opwinding. Thor zwaait duchtig heen en weer met z’n hamer, maar slaat in The Dark World zelden raak.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

14 − veertien =