King Champion Sounds :: Different Drummer

Don’t judge a record by its cover. Ga voort op de foto van Bo Diddley en de zijnen en je verwacht een of ander bluesy retrofestijn, misschien met een streep Afrikaanse ritmes erdoor gejaagd, maar dan gaat die eerste beluistering wel voor een verrassing zorgen. King Champion Sounds mag dan wel behoorlijk bruisend en meeslepend klinken, het is geen naïeve, jolige oldieshap. En er is ook nog die urgentie, die het meteen een plaatsje bovenaan het luistervoer van dit najaar bezorgde.

De band werd opgericht door Ajay Saggar (The Bent Moustache, Donkey), een muzikant die er ook al jarenlange ervaring op had zitten als geluidsman van o.m. My Bloody Valentine en Dinosaur Jr., toen hij gevraagd werd als voorprogramma voor een concert van Mike Watt. Wat oorspronkelijk bedoeld was als een eenmalig iets, groeide uiteindelijk uit tot King Champion Sounds. Opmerkelijke aanwezigheid aan Saggars zijde, is G.w. Sok, de voormalige vocalist van The Ex, die vorig jaar ook al het mooie weer maakte met Cannibales & Vahinés. Hier mag hij opnieuw z’n onnavolgbare monologen afsteken, de ene keer haast bedachtzaam mijmerend, maar soms ook nog gedrenkt in dat bekende vitriool.

De twee worden ondersteund door een opvallende ritmesectie: bassist Oli Heffernan, die met een vanzelfsprekende cool een paar prominente baslijnen uit de mouw schudt die uit de beste Fall-traditie komen, en dan de 17-jarige drummer Mees Siderius, die hier misschien niet de meest complexe toestanden moet bovenhalen (het is geen hypertechnische progrock), maar zich wel met een opzienbarende souplesse van z’n taak kwijt. Zij worden tenslotte nog aangevuld met saxofonist Ditmer Weertman en trombonist Chris Moerland, die de muziek een vette drive kunnen meegeven, zoals duidelijk is vanaf opener “Here We Go Again”.

Een snedige gitaar en daarop een pakkend blazersmotief en het zestal is vertrokken voor een van hun begeesterde indiegrooves; gedreven en stevig, maar toch toegankelijk en aanstekelijk als de pest. Dansbaar op de koop toe. Zo mogelijk nog aanstekelijker: “World Of Confusion”. Het start als springerige punkpop, maar plooit al snel om in jachtige gitaarrock met kervende surfgitaar, Sok die een rant afsteekt over vanalles dat hem niet bevalt (“I want no choice of walking on White or Black street / or dance to a one way blurry grey dead-end beat / or somebody telling me what to do and who to meet”). Pik vooral ook die tumultueuze freak-out met gierende gitaarsolo mee in de tweede songhelft.

De overtuigingskracht zit ook in de andere rocksongs, al wordt er daar vooral op een andere manier omgesprongen met gitaarpartijen. De gruizige gitaargolven van “Orbit Macht Frei” zijn werkelijk op maat van het onderwerp – “Television, the ridicule religion” – en doordringen de song met een gelatenheid en melancholie die voortdurend de kop dreigt op te steken. Soks voordracht werkt ook erg mooi in “Shouting At The Moon”, terwijl gitaar en toetsen een voorzichtige grandeur opbouwen en de bas lekker blijft kronkelen. In “Shop Drop” wordt de moderne consumptiezucht gehekeld (“What to do with this wealth / How on earth do we spend it?”), terwijl surfgitaren op een zomerse blazersmelodie gestapeld worden. Een ongemakkelijke wrijving die het nummer z’n spanning bezorgt.

En dat is het eigenlijk zowat voor de ”conventionele” songs, want de overige twee laten een ander geluid horen. Het compacte “Free-dum Trail” — geen woorden nodig met zo’n titel — laat een ingetogen vrijage horen van sax, trombone en Siderius’ drums, terwijl afsluiter “El Problemo Grande”, opnieuw een instrumentaal nummer, vooral opvalt door die combinatie van hobo, flamencogitaar en atmosferische effecten van Saggar. Een prachtig stuk dat een waas van weemoed over de plaat drapeert. En na goed 35 minuten zit het er dan op. Je zou kunnen zeggen dat het aan de korte kant is, of je afvragen of die songs ook niet korter gekund hadden (en dan een paar extra nummers erbij), maar nu en dan hebben die lange aanlopen een mooi effect, alsof de band zich klaarmaakt voor dichter Sok in blues/soul revue-stijl.

Geen idee of de titel verwijst naar de veelgehoorde uitspraak “marching to the beat of a different drummer” (i.e. je ding blijven doen, los van verwachtingen), maar als dat het geval is, is het alleszins terecht. King Champion Sounds is veel te goed om een tijdelijk project te zijn. Dit is een bevlogen, overtuigende, geëngageerde band met een knoert van een sound en van het beste dat recent uit het Noorden binnengevallen is.

Het album werd voorlopig enkel in erg beperkte vinyloplage uitgebracht en kan hier besteld worden. De cd die bij het vinyl zit bevat een lange bonus track – “Massivemissivemessage From The Weird Mouth” – die een heel ander geluid laat horen: een Negativland-achtige noisecollage met een lange, bewerkte preek van ene Mike Nolan. Maar het is de moeite en er zit ook een tekstvel bij. Kan je lekker languit meelezen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in