Go March + Stadt :: 24 oktober 2013, Charlatan

Om de release van Kind Of Diversion kracht bij te zetten, speelde de Gentse band Stadt een concert in zijn hoofdkwartier, het illustere etablissement Café Charlatan. Er heerste dan ook een groot ons-kent-onsgevoel in de zaal. De band gaf er een goed, maar niet zijn beste concert.

Voorprogramma Go March, een trio met drums, gitaar en keyboards, pakte uit met zware repetitieve drones en overstuurde synthesizerklanken en deed terugdenken aan Trans Am, een fijne band die in de jaren negentig furore maakte en die we bijna vergeten waren. Waarvoor dank! Een elektronische Mogwai of beter nog: Battles maar dan op valium, zo zou je de band ook kunnen omschrijven. We voelden ons bovendien even teruggeworpen naar de periode van de new wave, een tijd waarin het zelfs bij dunbevolkte concerten nog zwart zag van het volk. Dat kwam door een song – de titel moeten we u helaas schuldig blijven — waarbij als vanzelf de tekst van DAF’s “Der Mussolini” even hallo kwam zeggen. Soit, we konden Go March best wel smaken.

Ook Fulco Ottervanger en co speelden een fijn, doch bij momenten rommelig concert. Vooral de aanvang was wat chaotisch. Al lag dat ook wel aan het geluid, dat pas na een nummer of drie, vier in de juiste plooi viel. Stadt wist de geluidsnormen trouwens niet aan zijn kant. Vooral de stukken die hoorden te overrompelen, vielen te licht uit, maar dat valt de leden van de band niet verwijten. Eerder moet de vinger gewezen richting hare tsjevigheid Joke Schauvliege en haar ridicule, gargantueske decibelnormen.

Maar goed, breek ons daar de bek niet over open of we zijn volgende week nog aan het foeteren. Belangrijker is immers dat Stadt – ze speelden als voormalige huisband een thuismatch in de Charlatan – ondanks al die technische mankementjes ongelofelijk veel muzikale warmte uitstraalde. Het Gentse viertal – voorheen Marvelas Something –
grossiert in eclectische gitaarrock die zijn wortels heeft in flink wat stijlen. Het makkelijkst valt de band nog te vergelijken met pakweg de jonge Pink Floyd, Can of Beefheart.

Net als op de plaat stak de groep het vuur aan met het wat vervreemdende “Healthy” en de oorwurm “Giant Castle”. Om dan meteen prijsbeest “Bits Of Time” — de vooruitgeschoven single die heel wat meer airplay had mogen krijgen op de vaderlandse radio’s — in de strijd te gooien. De fik ging er helemaal in met het door gitarist Frederik Segers geneuzelde “Come In Third”. Meteen ook het fotogenieke moment van de avond: Segers die door de pick-ups van zijn gitaar stond te kwelen.

Zanger Fulco Ottervanger nam de micro weer over in het afwisselend lieflijk getokkelde en vervaarlijk scheurende “Sweet Joy Of Loneliness”. Verder was “Healing Night” erg de moeite — een nummer dat baadt in een inktzwart grootstedelijk sfeertje en gestut is op een rollende drumpartij van de hand van Simon Segers. De man heeft op het podium trouwens veel weg van Animal van The Muppets. Afsluiten deed Stadt met het erg geslaagde en op kreetjes van herkenning getrakteerde “Favourite Song”, dat een mooi gelaagde outro heeft die ons altijd doet denken aan het prachtige “Queen Of Hearts” van Fucked Up.

Als bisnummer haalde Stadt nog het bluesy “Muggemepper” van stal, een ernstige song met een silly tekst, intussen zowat het handelsmerk van songsmid Fulco Ottervanger. De zanger in hem vond overigens ergens zowat in de helft van het optreden de juiste toon en stond plots vol vertrouwen en vol vuur te zingen. Net als de broers Segers, trouwens, die samen hier en daar voor een streep achtergrondzang zorgden.

Vergeet ook de diep massieve baslijnen van Joris Cool niet. De man – muzikaal de minst uitgesproken van het viertal – houdt zowat in zijn eentje een band met drie ultracreatievelingen samen. U zou het moeten zien: soms als bij wonder weet hij de muzikale exploten van zijn groepsgenoten te kaderen zoals het een echte bassist betaamt. Rustige vastheid noemt men dat. Hoe kan het ook anders met zo’n achternaam?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in