Jay Z :: 21 oktober 2013, Sportpaleis

Vorig jaar betrad Jay Z het Sportpaleis voor een rondje spierballenrollen aan de zijde van Kanye West. Eind februari keerde Kanye al terug naar ons land met een teleurstellende show. Vanavond is het aan Jay Z om beter te doen, om zijn troon op te eisen.

Je moet van slechte wil zijn om niet te zien dat Jay Z zijn buik vol heeft van het groteske dat die Watch The Throne-tour typeerde. Alle ballast wordt vanavond overboord gekieperd en de focus ligt op de essentie, zijnde de man en zijn muziek. De aankleding van het podium oogt sober en bestaat enkel uit twee schermen en een metalen zwart-witconstructie waarop de bandleden plaatsnemen. Naast een prima gitarist, die “U Don’t Know” van een fijn einde voorziet, bespeuren we ook oudgediende Timbaland achter de knoppen. Bij zijn toegevoegde waarde kunnen wel vraagtekens geplaatst worden, zo draagt zijn DJ-set in het midden van de show, waarin hij flarden van “The Rain”, “Get Ur Freak On”, “Are You That Somebody” en “Cry Me A River” koppelt aan nieuwe nummers, weinig bij aan het geheel. Integendeel, het haalt de vaart uit de set.

De aanwezigheid van Timbaland moet gekaderd worden in het groepsgevoel waar speelplezier centraal staat, dat Jay Z’s laatste plaat Magna Carta… Holy Grail typeerde, en dat de rapper ook naar het podium van het Sportpaleis weet te vertalen. Op dat album nam Jay Z zijn buddy Timbaland opnieuw onder de arm als producer, en leverden vrienden als Justin Timberlake, Frank Ocean en echtgenote Beyoncé gastbijdragen. Het moest vooral plezant zijn, en dat is vanavond ook merkbaar. Een goedgeluimde Jigga schuwt de humor niet en neemt een loopje met de hip-hopclichés. Zo worden kogelschoten op het einde van “Fuckwithmeyouknowigotit” vervangen door een hoogstemmige brrrah en steekt Jay-Z op het einde van “Somewhere In America” de draak met starlet Miley Cyrus (“Twerk, Miley, Miley, twerk twerk”). Met een dikke knipoog, als volleerd pooier, koppelt Jay Z hier fijntjes “Big Pimpin’” aan.

Het zelfvertrouwen is groot en nu de spots enkel op hem gericht zijn, valt het eens te meer op wat voor een geweldige rapper Jay Z is. Knappe, nu eens pientere, dan weer geestige verzen aan elkaar rijmen met een unieke flow, blijft zijn handelsmerk. Noem ons vijf betere rappers bij leven en welzijn en wij noemen u een leugenaar. Dat wordt vooral duidelijk tijdens nummers als “Nigga What, Nigga Who” en “Big Pimpin’”, die een a capella slot aangemeten krijgen. Nieuwe tracks als “Tom Ford” en “Picasso Baby” winnen live aan overtuigingskracht, al is het met een oudje als “Dead Presidents II” (1996) dat Jigga zich helemaal kan onderscheiden.

De laatste jaren heeft Jay Z echter ook de wereld van de popmuziek omarmd. De rapper uit Brooklyn is beste maatjes met Chris Martin, die er enkele dagen geleden in Londen nog bij was, en refereert op zijn laatste plaat expliciet aan R.E.M. en Nirvana. Vanavond levert die pop-omhelzing een dubbel resultaat op. Enerzijds behoren de samenwerkingen met Rihanna (“Run This Town”) en vooral met Alicia Keys (“Empire State Of Mind”) zeker tot de hoogtepunten waarvoor een groot deel van het publiek naar het Sportpaleis is afgezakt. Anderzijds werpt de tenenkrullende afsluiter “Young Forever”, waarop Jay Z rapt over Alphaville’s “Forever Young”, een smet op een verder voortreffelijk concert. Jammer.

Maar van de drie hiphopmoguls die we dit jaar aan het werk zagen, kwam Jay Z veel relevanter dan Eminem en een pak minder geforceerd dan Kanye West voor de dag. Akkoord, de man heeft niet veel tot niets meer te bewijzen, maar zijn liefde voor het spelletje zal hij nooit kwijtspelen. Dat zien wij graag.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in