Carrie

Brian De Palma heeft geen nieuwe film gemaakt dit jaar – niet dat ondergetekende, Passion nog indachtig, daar ongelooflijk om maalt – maar toch gaat z’n naam weer over de tongen tijdens het Filmfestival van Gent 2013. De reden daarvoor is de preview van Carrie, de remake van De Palma’s doorbraakfilm uit 1976, waarin een jonge Sissy Spacek haar carrière lanceerde met behulp van een emmer varkensbloed en een even angstige als beangstigende blik in haar ogen. Niet dat de nieuwe Carrie zich graag wil profileren als een remake – de producers hebben al meermaals benadrukt dat ze een nieuwe adaptatie van Stephen Kings gelijknamige roman hebben gemaakt, en gaan er prat op dat hun versie het meest trouw is aan het bronmateriaal. Of de nieuwe Carrie dat bronmateriaal ook het meeste eer aandoet, is een andere vraag.

Het verhaal is nog grotendeels hetzelfde (of beter gezegd: quasi onveranderd) gebleven, maar voor diegenen die Kings roman nooit hebben gelezen, of De Palma’s originele verfilming nooit hebben gezien, toch nog even de getrouwe plotparagraaf. Carrie White (Chloë Grace Moretz) is een meisje van een jaar of zeventien dat op school wat uit de boot valt. Reden daarvoor is haar godsdienstwaanzinnige moeder (Julianne Moore) en de wereldvreemde opvoeding die Carrie dankzij haar heeft genoten; wanneer ze tijdens het douchen na de zwemles haar regels krijgt, denkt ze dan ook dat ze doodbloedt. Haar klasgenotes, onder leiding van überbitch Chris (Portia Doubleday), lachen haar uit, en op de turnlerares (Judy Greer) na, lijkt niemand hoog op te lopen met Carrie. Tot high school hunk Tommy Ross (Ansel Elgort), op aansturen van zijn vriendinnetje Sue (Gabriella Wilde), haar meevraagt naar het schoolbal, dat echter minder leuk uitdraait dan verwacht. Playtime is over, en dan blijkt dat Carrie niet zo vergevingsgezind is als haar katholieke opvoeding doet vermoeden.

Men kan zich natuurlijk afvragen wie er nog behoefte heeft aan een zoveelste herwerking van een cult-klassieker naar een publieksfilm, maar wij gaan dat nu even niet doen. Wat we ons wel afvragen, is waarom regisseuse Kimberly Peirce (Boys Don’t Cry, Stop-Loss) en haar scenaristen Lawrence D. Cohen en Roberto Aguirre-Sacasa zo weinig toevoegen aan de Carries die we al kennen. Buiten een toegevoegde scène helemaal aan het begin van de film, waarin al een tipje van de sluier over Carrie’s telekinetische krachten wordt gelicht, verschilt Peirces adaptatie van Kings roman immers opvallend weinig van die van Brian De Palma. De opzet is volledig dezelfde, en in een groot aantal sleutelscènes lijkt Peirce zich zelfs behoorlijk nadrukkelijk op De Palma’s mise-en-scène te baseren, maar op een minder rake manier – de befaamde erotische douchescène uit De Palma’s origineel wordt hier stevig afgezwakt qua seksuele lading.

Het is natuurlijk onvermijdelijk, maar het is helaas ook een beetje oneerlijk om heel Peirces Carrie in het licht van De Palma’s Carrie (of Kings Carrie, for that matter) te zien; wie volledig onbevangen naar dit filmpje gaat kijken, zal echter ook een beetje op z’n honger blijven zitten, vermoeden we. Niet dat alles aan Carrie effenaf slecht is, maar op een aantal fundamentele punten slaat deze nieuwe adaptatie de bal toch behoorlijk mis. Zo slagen noch Chloë Grace Moretz, noch Julianne Moore, die nochtans een patent heeft op vrouwen-op-de-rand-van-de-waanzin-rollen, om je als kijker echt te bezielen. Moretz is weinig geloofwaardig als gepest meisje, vooral omdat het verschil met haar klasgenotes er té dik op ligt; in plaats van er raar of ietwat wereldvreemd uit te zien, ís Carrie duidelijk gewoon een aantal jaren jonger dan haar klasgenotes, en Moretz forceert haar buitenissigheid te veel. Moore mist dan weer té vaak de toon die haar regisseuse probeert aan te slaan, in een rol die bij momenten effenaf grotesk wordt.

’t Is nochtans niet dat Peirce van plan was om voor een spannend, low-budget-horrorfilmpje te gaan: de balscène is groots opgezet, en qua gruwelijkheden of bloederige momenten gaat Peirce veel verder dan De Palma, die meer aandacht had voor de stijl en de suspense die aan die momenten vooraf gaan. Peirce gaat echter ook niet zó ver dat de film zich uitdrukkelijk richt tot een cultaanhang: Carrie mikt duidelijk op een betrekkelijk breed publiek, en dus krijg je evenveel spektakel als gore, en wordt de nadruk meer gelegd op het religieus-occulte kantje (denk aan het recente succes van The Conjuring)in plaats van de seksuele horror van 37 jaar geleden.

Dat de nieuwe Carrie op een jong, modern publiek mikt mag ook duidelijk wezen doordat de film erg nadrukkelijk in 2013 is gesitueerd; Carrie’s pestpartijen worden met een smartphone gefilmd en op YouTube gezet, de kostumering volgt erg hard de hedendaagse trends, en ga zo maar door. (De montagesequenties waar de jongens en meisjes zich voorbereiden op het bal valt in dat opzicht misschien nog het hardst op.) Of dat een slimme keuze was, valt te betwijfelen; wanneer een film zo tijdsgebonden is, dreigt hij een paar jaar later al irrelevant te worden.

Maar, zoals we eerder hebben gezegd, de film heeft z’n momentjes. Zo zijn de cruciale varkensbloed-scène (we gaan ervan uit dat we hierbij niet meteen spoilers weggeven) en de directe nasleep ervan misschien een tikkeltje overdirected, met slow-motion-shots en overlappende montages, maar weet je, het werkt wel. Zo zitten er nog een paar momenten in de film – de finale confrontatie tussen moeder en dochter, de openingsscène, het zijn op zich allemaal behoorlijk puik geregisseerde horrorsequenties, en het zijn de scènes waarvan Carrie het moet hebben.

Dus nee, we willen Carrie niet zonder meer afdoen als een flagrante mislukking – het tempo zit goed, de plot werkt nog steeds – maar de overbodigheid ervan druipt er in dikke druppels vanaf. Wie zijn hart nog eens wil ophalen aan telekinetische meisjes, godsdienstwaanzinnige moeders en uit de hand gelopen schoolbals is voorlopig dus beter af met de dvd van Brian De Palma’s doorbraakfilm. Of wat had u gedacht?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in