Behind the Candelabra

Eén van de grappigste momenten in de Mike Myers-komedie Austin Powers komt er wanneer de geheim agent uit de jaren zestig wakker wordt in de jaren negentig, en de actualiteit van de voorbije dertig jaar probeert in te halen. Mensen op de maan, het einde van de koude oorlog en nog de grootste shock van allemaal: “I can’t believe Liberace was gay. I mean, women loved him!” Zoals Homer Simpson zou zeggen: It’s funny ‘cause it’s true. Liberace was een flamboyante pianospeler die volle zalen trok met zijn überkitscherige shows, waarin hij melige easy listening-nummers speelde, gekleed in glitterkostuums waar Elton John zich voor zou schamen, meestal tegen een flashy Las Vegas-decor, volledig opgetrokken uit klatergoud. Hij was een absolute clichénicht, maar zijn hele leven heeft hij zijn geaardheid verborgen willen houden voor het grote publiek – toen een Brits tabloid hem toch probeerde te outen, deed hij het blad een proces aan.

De muzikant is nu het onderwerp van Steven Soderberghs echt, beloofd, never again-allerlaatste film, Behind the Candelabra, die de relatie tussen Liberace (schitterend gespeeld door Michael Douglas) en zijn toyboy Scott (Matt Damon) onderzoekt. De twee leren elkaar kennen in 1977 – Scott is op dat moment nog maar vooraan in de twintig, terwijl Liberace al een eind in de vijftig is, maar de twee schijnen een oprechte klik met elkaar te voelen en voor hij er zelf erg in heeft, is Scott gerekruteerd als “persoonlijke assistent”, wiens job het is de telefoon op te nemen, te figureren in Liberace’s shows en vooral 24 uur op 24 seksueel en emotioneel beschikbaar te zijn. Aanvankelijk laat Scott zich bereidwillig meeslepen door het wereldje van oppervlakkige glamour en wansmakelijke kitsch, maar na enkele jaren komt het sprookje toch bruusk ten einde.

Soderbergh liep klaarblijkelijk al lang rond met het idee van een biopic over Liberace – hij sprak Michael Douglas voor het eerst aan over het project tijdens de tournage van Traffic, in 2000 – maar ondanks zijn eigen reputatie en de aanwezigheid van twee grote sterren in de hoofdrollen, was er geen enkele Amerikaanse filmstudio die de prent wilde financieren. Ook na het commerciële succes van gay themed films als Brokeback Mountain en Milk blijft het moeilijk om dit soort verhalen naar het scherm te brengen. Uiteindelijk kreeg Soderbergh centen van tv-zender HBO, waardoor Behind the Candelabra officieel te boek staat als een tv-film. Het is een treurige bevestiging van de steeds meer geaccepteerde theorie dat televisie tegenwoordig meer risico’s durft te nemen, en een geschikter kanaal van entertainment voor een volwassen publiek is dan de cinema.

Zeggen dat Behind the Candelabra een film is over homoseksualiteit, zou in feite misleidend zijn. Ja, natuurlijk is dat wel een thema – de manier waarop Liberace zijn geaardheid krampachtig verborgen probeert te houden voor de buitenwereld, is haast vanzelfsprekend een commentaar op de tijd waarin hij opgroeide en bekend werd; een tijd waarin men het simpelweg niet geweten wilde hebben. De prent suggereert zelfs dat het pas met de opkomst van de AIDS-epidemie was – symbolisch in gang getrapt met de dood van Rock Hudson, zelf een levenslange closeted gay – dat homoseksualiteit ook maar een beetje bespreekbaar werd, op eender welke manier. Maar voor het grootste deel van de film is het opmerkelijk hoezeer de prent de relatie tussen Liberace en Scott telkens opnieuw terugbrengt naar een dagdagelijks niveau. We zien de twee kibbelen omdat Scott vindt dat ze niet genoeg uitgaan. Of omdat Liberace graag al eens een pornofilm bekijkt, terwijl Scott dat wansmakelijk vindt. De dingen waar ze over praten, de manier waarop ze met elkaar omgaan, zijn misschien gekleurd door het feit dat ze twee mannen zijn, maar ze worden er niet volledig door bepaald. Behind the Candelabra gaat over méér dan alleen homoseksualiteit en de personages worden ook niet gedefinieerd door alleen hun seksuele voorkeur.

Belangrijker is het concept van narcisme: Liberace komt uit deze film naar voren als iemand die hopeloos verliefd is geworden op zijn eigen publiek imago. Zelfs nadat hij van het podium gestapt is, blijft hij constant performen. Nadat zijn moeder is gestorven, vraagt Scott hem of het een beetje met hem gaat. “Ik voel me bevrijd,” antwoordt Liberace. De suggestie is dat zijn moeder de enige was die hem nog verbond met zijn leven voordat hij beroemd werd, en dat hij blij is dat hij die band definitief kan doorsnijden. Liberace wil geen echt mens zijn, maar lijkt er naar te streven definitief te kunnen opgaan in zijn publieke rol van entertainer. Want hey, iemand die op een podium liedjes zit te spelen in een glitterpak, die is altijd vrolijk, altijd gelukkig. Rob Lowe heeft trouwens een absoluut hilarische bijrol als charlataneske plastische chirurg, die achteloos verslavende pillen voorschrijft en zelf nauwelijks nog zijn gezicht kan bewegen.

Het scenario van Behind the Candelabra is op zich niet vernieuwend, maar er zitten dus wel een aantal interessante thema’s in en schrijver Richard LaGravenese vermijdt zowel de valkuilen van schandaalbeluste roddel als die van eerbiedige hagiografie. Vergelijk dat met de makke soap die Diana dit jaar was of de extreem oppervlakkige, by the numbers-biografische film Lovelace, over Deep Throat-actrice Linda Lovelace. Soderbergh fungeerde, naar goede gewoonte, niet alleen als regisseur, maar ook als cameraman en monteur, en levert ook op dat vlak geen wereldschokkend, maar wel oerdegelijk werk af. Hij houdt het tempo er in, en stelt ons de klatergouden wereld van Liberace op een licht-ironische manier voor, zonder te vervallen in goedkope uitlach-filmmakerij.

Zowel Michael Douglas als Matt Damon kunnen nauwelijks genoeg lof krijgen voor hun vertolkingen. Douglas heeft de spraakpatronen én fysieke maniertjes van Liberace volledig onder de knie (check YouTube als je wil vergelijken), maar zorgt er ook voor dat hij niet vervalt in zuivere imitatie. Hij creëert een geloofwaardig personage en reikt – ironisch genoeg – juist veel dieper dan enkel de glamoureuze oppervlakte. Damon heeft ondertussen een minder showy rol, maar geeft veel emotionele waarachtigheid aan zijn eigen personage, en levert een knap stabiel ankerpunt voor de film. Douglas mag groots gaan, mag een barok personage neerzetten, en dat werkt gedeeltelijk omdat Damon er altijd is om de boel bij elkaar te houden.

Geen briljante, vernieuwende cinema dus, maar wel een oerdegelijke, onderhoudende en thematisch boeiende film, in een genre dat maar al te vaak verknoeid wordt. Dat Steven Soderbergh maar snel nog een laatste film maakt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in