Au Revoir Simone :: Move In Spectrums

Lang geleden, nog voor Tim Burton die excentrieke malloot werd die macabere griezels op unieke wijze aaibaar maakte, en lang voor hij zichzelf verstrikte in zijn web, liet hij Pee-wee Herman de poëtische woorden “’Au Revoir Simone”’ uitspreken. Meteen genoeg voor drie gekke meiden om hun keyboards, synthesizers en sequencers om te gorden en de woorden tot bandnaam te verheffen. Het initiële plan om bekende nummers te herwerken tot keyboardgedreven liedjes (denk: Nouvelle Vague) werd wijselijk snel ingeruild voor het maken van volwaardige albums.

Move In Spectrums is de vierde in het rijtje, maar de kans dat u ze niet kent is legio. Au Revoir Simone slaagt er al acht jaar in om net onder de radar te blijven cirkelen, en ook dit album doet vermoeden dat het daar best aardig vertoeven is.

Want ook op Move In Spectrums is wat Au Revoir Simone te berde brengt alweer tegendraads in al haar dansbare poppiness. De drumcomputer en synths scheppen een afstand die de over liefde, verlangen en levenslust handelende teksten (hun debuut heette niet voor niks Verses of Comfort, Assurance and Salvation) op hun beurt moeten dichtfietsen. Beckett it ain’t, maar als bevreemdend effect kan het tellen.

Toch telt Move In Spectrums een aantal popsongs die gerust richting commercie kunnen knipogen. Het zijn door de band genomen, weinig verbazingwekkend, de minste nummers op het album. “Just Like A Tree” is ergens halfweg blijven steken tussen late Air en weinig geïnspireerde M83, monotone danspop zonder meer. ’t Is een euvel waar ook “Somebody Who” mee te kampen heeft, al balanceert dat wel op de grens van het aanvaardbare door de interessante geluidsmuur die stap voor stap wordt opgetrokken. Eenzelfde impressie straalt ”The Lead Is Galloping” uit, waarop de ijle intro die uit het oneindige lijkt te komen wordt ingeruild voor poppy tastbaar dansen. Het zijn de stuwende drums die het nummer zijn credibiliteit verschaffen.

Op haar best is Au Revoir Simone wanneer de mix perfect tussen M83 en Robyn invalt. Zo is “Crazy” mooie droompop waarop het vrolijk nazomeren is, en gaat “More Than”, met die heerlijke bassen in de intro, van Fuck Buttons naar poppy op minder dan vijf minuten. Het is gutsende regen in fel verlichte straten, en een klein meisje in rode laarsjes dat er kamerbreed lachend in rondhuppelt. Dat de aanzet interessanter is dan de voortzetting is een jammer mankement dat als een motief door de plaat loopt. Ook op “We Both Know” gaan de gitaarna-apende (tripel woordwaarde) synths balorig de strijd aan met de drumcomputer, en is het wachten tot volledig in overdrive wordt gegaan wanneer de meiden de zang toch weer richting hapklaar sturen. En ook op “Gravitron” pieken de versterkers maar even naar het zenit — stevige intro, al te makkelijke song.

Achteraan de plaat — de anachronistische b-kant — zit met “Love You Don’t Know Me” en “Hand Over Hand” nog wat lekkers dat we niet voelden aankomen. De zo kenmerkende drumcomputer tekent nog nauwelijks present, en Forster, D’Angelo (de zangeres, niet de neo-soul klasbak) en Hart staan er vocaal alleen voor. Geen slechte keuze, want het levert stuk voor stuk geslaagde slepers op die nu eens licht als een briesje deinen op het geluid van één snaar en één gezongen lyric, dan weer synth en snaren zich hoorbaar geëmotioneerd met elkaar laten verstrengelen. Ook “Boiling Point”, dat van kolkende lava naar lichtvoetig padada’en evolueert, is degelijk, al leest het etherische gebrek aan tempo dat op een stuwende intro volgt op dat punt al als een intentieverklaring.

Au Revoir Simone heeft de ruwe elementen om zowel duistere synthnoise als dansbare ultrapop te maken, maar gaat soms vervelen wanneer het niet kan kiezen welke van de twee het nu eigenlijk wil. Een geut doortastendheid en het killen van een darling hier en daar, had het niveau van het gros van de nummers crescendo doen gaan. De coherentie, de hits.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in