Gravity

Dat het kan verkeren, verdorie: dan ziet een mens al eens een film waarvan hij echt onder de indruk is, en waarvan hij graag in duizend woorden wil benadrukken hoe goed die prent wel niet werkt, en dat gaat hij de helft van z’n recensie moeten wijden aan de redenen waarom hij hem niet nog beter vond. Toen Gravity een maand geleden immers in première ging op het Filmfestival van Venetië, werd de nieuwe film van Alfonso Cuarón meteen de hemel in geprezen en zowaar onthaald als dé film die dit decennium zal definiëren. En wie Gravity nu in Gent gaat bekijken, kan met eigen ogen zien dat dit inderdaad een geweldige sci-fi-prent is: 90 minuten cinema die vaak als adembenemend te klasseren vallen, gemaakt met veel durf en nog meer ambitie – maar ook niet het tijdloze meesterwerk waar veel mensen het over hebben. Maar om het even nog heel duidelijk, en voor de zekerheid te stellen: Gravity mag zich vlot één van de beste films van dit jaar noemen, en de interessantste science-fiction die de afgelopen jaren in de bioscoop is verschenen.

Voor wie de afgelopen maanden onder een steen heeft geleefd, of nog verder in de kosmos verzeild was geraakt dan de personages uit deze prent: Gravity is de door zowel publiek als critici langverwachte nieuwe film van Alfonso Cuarón – die van Y Tu Mamá También, Children of Men en de beste film waarin Harry Potter ooit heeft rondgelopen – waarin de enige personages vertolkt worden door (Academy Award Winner, het blijft een beetje vreemd klinken) Sandra Bullock en George Clooney. Die laatste speelt een rol die we hem misschien net iets te vaak hebben zien spelen – hij doet dat uitstekend, daar niet van, maar zijn personage is ook net iets te overduidelijk geschreven als tegengewicht voor dat van Sandra Bullock. En laat het nu net Bullock zijn die Gravity op haar schouders draagt en de film een emotionele kern verleent, in wat de sterkste rol uit haar carrière moet zijn.

Bullock kruipt in de huid en het ruimtepak van Dr. Ryan Stone, een medisch ingenieur die als mission specialist meereist op een ruimte-expeditie onder leiding van de ervaren Matthew Kowalski (Clooney). Tijdens een onderhoud aan hun shuttle, komen beide astronauten terecht in een storm van brokstukken van een ontplofte satelliet: een derde ruimtewandelaar legt meteen het loodje, terwijl Stone en Kowalski worden weggeslingerd en op zoek moeten naar elkaar, naar radiocontact met Houston – we weten al sinds 1979 dat in space, no one can hear you scream – én naar een manier om terug te keren naar de aarde.

Alfonso Cuarón gebruikt die simpele plot om anderhalf uur zinderende cinema uit z’n camera – en, toegegeven, uit z’n computer – te toveren. Wanneer Cuarón zijn toevlucht zoekt tot CGI, en dat is wel eens nodig als je personages voortdurend gewichtloos door het heelal zweven, voelt dat echter nooit goedkoop of gemakkelijk aan: Cuarón blijft een echte cineast, en Gravity is niet zomaar een drukke effectenshow om te scoren bij een blockbusterpubliek.

Niet dat Gravity niet spectaculair is, integendeel: de film opent met een shot van ruim een kwartier, waarbij de camera langsheen de shuttle zweeft waaraan de astronauten werken. Zo gaat het de hele film door, maar Cuaróns gebruik van long takes blijft voortdurend spannend en wordt nooit saai, doordat de camera van director of photography Emmanuel Lubezki – die ook regelmatig met Terrence Malick werkt – even gewichtloos lijkt te zijn als de personages van Bullock en Clooney. Die laatste probeert ons er regelmatig eraan te herinneren hoe mooi de aarde er wel niet uitziet vanuit de ruimte, maar het stukje heelal dat Cuarón in beeld brengt, is – we hebben het al in de inleiding gezegd – ronduit adembenemend.

Bovendien heeft Cuarón niet voortdurend de behoefte om met erg actiegeladen scènes op de proppen te komen om een popcornpubliek te behagen: wanneer die er wel in zitten, zoals de tweevoudige brokstukkenregen, zijn die kort en krachtig, en doen ze perfect wat ze moeten doen. Gravity speelt vooral met het gevoel van claustrofobische eenzaamheid in een oneindig heelal – niet toevallig een gevoel waarmee ook andere toppers uit outer space (denk aan Alien, of recenter, Moon) zich al een uiterst beklijvende sfeer hebben aangemeten. De plot van Gravity is dan ook eenvoudig en rechtlijnig zonder ooit saai of te voorspelbaar te worden, ook al mispakken Cuarón en zijn zoon/coscenarist Jonás zich één keer aan een te geforceerde verhaaltechnische ingreep. Voor de rest blijkt de eenvoudige premisse – twee astronauten, lost in space – behoorlijk efficiënt, en Gravity vliegt dan ook vlotjes voorbij.

Waar de Mexicaan het wel een tikkeltje moeilijk mee heeft, is om de technologische verfijndheid van Gravity te doseren: de film is gedraaid in een overigens uiterst mooi, zelden storend 3D-formaat – na een kwartier vergeet je zowaar dat je naar drie dimensies zit te kijken – maar nu en dan geeft Cuarón nodeloos toe aan de behoefte om de focus te verleggen naar een zwevend waterdruppeltje om het vervolgens uit elkaar te laten spatten op de lens, alsof hij in je oor wil roepen hoe perfect alles er wel niet uit ziet.

Zo’n nadrukkelijke accenten zijn immers helemaal niet nodig: Gravity bevat genoeg sterke beelden die minder opzichtig zijn, maar des te krachtiger uitpakken: Bullock die, na een acuut zuurstoftekort, in foetushouding in een ruimtecapsule zweeft, dat is verdomd knappe en veelzeggende cinema. De onbegrijpbare stemmen die er via een radiocontact doorkomen, terwijl je de hoop uit de ruimtecapsule vóelt wegvloeien – het is niet bijster origineel, maar het werkt, en het zorgt voor één van Bullocks moments de gloire in Gravity. En dan is er nog dat eenvoudige, maar perfect geconstrueerde laatste shot, waarover we niet al te veel gaan uitweiden – we willen het slot van de film nog niet weggeven – maar waarvan we enkel kunnen zeggen dat het de film op een sterke manier afsluit.

Voor wie er nog aan twijfelde, zeggen we het nog eens: wij zijn onder de indruk van Gravity. Het is misschien geen meesterwerk voor het einde der tijden – de in de pers gemaakte vergelijkingen met 2001: A Space Odyssey zijn werkelijk niet te tellen – maar het is wel een verbazingwekkend knappe, uiterst spannende en zelfs kippenvel veroorzakende film, zoals u er dit jaar geen meer gaat zien. En de komende jaren misschien ook niet.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in