Het Vonnis

Je mag zeggen wat je wil van Jan Verheyen, maar een film verkopen, dat kan hij. Al meer dan een jaar geleden, toen hij nog aan het schrijven was aan Het Vonnis, kon hij al worden gespot in actualiteitenprogramma’s waarin hij terloops liet vallen dat hij werkte aan een courtroom drama dat de gebreken van justitie eens deftig aan de kaak zou stellen. Hij keek al uit naar het maatschappelijke en juridische debat dat ongetwijfeld zou volgen. Ja, beste mensen, het zou vlàmmen, dat Vonnis. Onder het nodige trompetgeschal en vergezeld van een paar voorspelbare, maar daarom niet minder controversiële uitspraken van Verheyen over de Belgische/Vlaamse filmcultuur, rolt Het Vonnis nu de zalen in. En wat blijft er over van de prent als je de promotionele grootspraak er afschraapt? Kort gezegd: een degelijk in elkaar gestoken drama, dat effectief een belangrijk thema aankaart, maar uiteindelijk niet écht veel over dat onderwerp te melden heeft.

Koen De Bouw speelt Luc Segers, een succesvolle zakenman die gelukkig getrouwd is met Joke Devynck en een schattig zesjarig dochtertje heeft. Zijn ideale leven spat echter uit elkaar wanneer zijn vrouw wordt doodgeslagen aan een broodautomaat – zijn dochter rent in paniek de straat over en wordt overreden en ook Luc zelf deelt in de klappen. De dader wordt gevat, maar door een procedurefout moet het gerecht hem al snel vrijlaten. Luc gaat kapot aan woede en verdriet en besluit het recht in eigen handen te nemen. Hij koopt een pistool, zoekt de moordenaar op en schiet hem aan flarden. Waarop natuurlijk een zwaar beladen rechtszaak volgt: geen mens in de jury die geen sympathie voelt voor Luc, maar kan de maatschappij het zich permitteren om wraak oogluikend toe te staan?

Mocht je nu spontaan denken dat dit verhaal wel wat wegheeft van de John Grisham-verfilming A Time to Kill, dan is dat geen toeval. Verheyen heeft heel goed gekeken naar verschillende Amerikaanse courtroom- én vigilante-films, en heeft van zijn plot in principe een greatest hits gemaakt van die voorgangers. Wat overigens minder stoort dan je zou denken: Het Vonnis voelt vanaf het begin vertrouwd aan, hij hoort duidelijk toe tot een bepaalde filmtraditie, maar goed, het zij zo. Genrecinema mag er tenslotte ook zijn. Feit blijft dat Verheyen wel degelijk tempo legt in zijn film, en hoewel hij soms schaamteloos manipulatief te werk gaat (waarom was het eigenlijk nodig om ook een kind te laten overrijden? Was de moord op Lucs vrouw niet genoeg?) sleept hij zijn publiek wel mee. Bovendien zijn er een paar momentjes die echt wel werken: een collega van Luc die onhandig probeert om zijn medeleven te betuigen, bijvoorbeeld, of een (opnieuw ongegeneerd manipulatieve maar efficiënte) monoloog, waarin Koen De Bouw haarfijn uitlegt waarom het niét goed met hem gaat. Of nog eentje: Jappe Claes als procureur, die aan de Minister van Justitie laat weten dat het hem niet kan schelen wat de buik van het volk zoal ventileert op hln.be. “Als de mensen maar verontwaardigd kunnen zijn, morgen zijn ze ’t over iets anders!” Ja, er zitten knappe scènes in Het Vonnis, zeker tijdens het eerste uur.

Het probleem is alleen dat die drijfkracht tijdens de tweede helft van de prent voor een groot deel verloren gaat. Luc wordt gearresteerd, het proces begint en vanaf dat moment heeft De Bouw nog maar weinig te doen, behalve in het beklaagdenbankje te zitten en er triestig uit te zien. Door Luc noodgedwongen op een zijspoor te zetten, verliest de film zijn anker en begint hij te neigen naar een statische reeks ondervragingen en verklaringen.

Het is ook in dit deel van Het Vonnis dat de beruchte politiek/maatschappelijke lading het duidelijkst naar voren wordt gebracht. Jappe Claes mag als procureur het zuiver rationele argument brengen: procedures moeten er zijn, want anders leven we niet meer in een rechtsstaat, maar in de far west. Dat die procedures niet perfect zijn en er dus accidents de parcours kunnen gebeuren, moet je er dan maar bijnemen. Veerle Baetens duikt op in een nogal ondankbare rol als advocate van de moordenaar van Lucs vrouw, en schuift de schuld door naar het overheidssysteem dat haar cliënt al van kinds af aan in een slachtofferrol drukte. En Johan Leysen speelt Lucs advocaat, die met de beschuldigende vinger naar Justitie wijst en in weinig subtiele bewoordingen suggereert dat dat de gaten in het systeem misschien toch maar eens gedicht moeten worden.

Het siert Verheyen dat hij die drie standpunten evenveel aandacht geeft, en ze ook alledrie op een intelligente, overtuigende manier laat verwoorden. Het Vonnis is dus, in tegenstelling tot wat we een beetje hadden verwacht, géén simplistisch pamflet. Het enige personage waarmee hij uit de bocht gaat, is dat van de Minister van Justitie, die wordt afgebeeld als een kluns die enkel bezorgd is om zijn imago. Enfin, er valt dus wel wat voor Verheyens aanpak te zeggen. Alleen… goh ja, écht vernieuwend is het niet. Het Vonnis stelt problemen vast die om de zoveel tijd in het nieuws komen, en lijkt dan van zichzelf te denken dat het de eerste keer is dat we dat alles horen. En hoewel Jo De Meyere wel nog een knappe monoloog heeft, die de film opnieuw doet openbloeien, is het naar het einde toe ook niet echt zinderende cinema meer.

Maar laat het duidelijk zijn: Het Vonnis is professioneel gemaakt, boeiend entertainment, met sterke acteerprestaties, vooral van Koen “Weltschmerz is my middle name” De Bouw en de onnavolgbare Jappe Claes. We konden er meer van genieten dan van Verheyen zijn interviews.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in