Boxcar Bertha

Alles wat een mens over beroemd en berucht filmproducent Roger Corman moet weten, zit vervat in een stokoud grapje over de man: Corman kon een filmdeal sluiten met één gesprek in een telefoonhokje, de hele film binnenin dat hokje draaien en hem financieren met het kleingeld dat nog in het toestel lag.

Dat vat het wel zo ongeveer samen. De nu ruim 85 jaar oude (maar nog altijd actieve) producent staat bekend als de koning van de goedkope B-film. Zijn meest indrukwekkende wapenfeit is wellicht nog altijd de originele Little Shop of Horrors, die hij op slechts twee dagen inblikte. Maar ondanks zijn extreem pragmatische blik op filmproductie, was hij ook een oprechte cinefiel, die de films van Bergman en Kurosawa voor het eerst naar Amerika haalde, en die de carrière lanceerde van regisseurs zoals Francis Ford Coppola, James Cameron, Brian De Palma, Jonathan Demme en Martin Scorsese.

De samenwerking met die getalenteerde jonge honden was een win-win-situatie: Corman had een neus voor het talent dat van de filmscholen kwam en gaf hen hun eerste kans. Hij betaalde weinig, maar hij liet hen wel relatief veel vrijheid, binnen het kader van een bepaald budget en een bepaald schema. Voor Scorsese en co was het een dankbare leerschool, terwijl Corman er weer een goedkope prent bij had. Boxcar Bertha, Scorsese’s bijdrage aan het Corman-canon (of Cormans bijdrage aan het Scorsese-canon, bekijk het zoals je wilt), wordt door de regisseur nog altijd omschreven als de film waarop hij leerde werken met een professionele crew, een echt schema en alles wat daarbij hoort. Bekeken in het licht van zijn latere carrière, is de prent voornamelijk een interessant curiosum: je merkt dat dit eigenlijk Scorsese’s ding niet is, dat de film niet uit zijn hart komt. Maar ondertussen speelt hij wel op een boeiende manier met shotkeuzes, montage en het gebruik van muziek.

Boxcar Bertha, gemaakt in 1972, was in feite een poging van Corman om te incasseren op het succes van Bonnie & Clyde enkele jaren eerder. Het concept van een jong, aantrekkelijk koppel criminelen die samen op vlucht zijn, was er één dat zich leende om gerepliceerd te worden, en zo gebeurde dan ook. Een piepjonge Barbara Hershey (nog geen 24 op dat moment) speelt Bertha, een meisje uit het zuiden van de VS dat op de dool gaat nadat haar vader sterft. Ze zwerft door het Amerika van de Grote Depressie en wendt zich al snel tot kleine criminaliteit om te overleven. Op een dag ontmoet ze de vakbondsleider en zelfverklaarde Robin Hood “Big” Bill Shelly (David Carradine) en het duurt niet lang voordat ze, samen met enkele medeplichtigen, beginnen aan een serie treinovervallen in naam van het proletariaat.

De elementen die interessant zijn aan Boxcar Bertha, en de zaken die je bijblijven, zijn grotendeels visueel. Scorsese had duidelijk al vanaf het begin van zijn carrière een goed instinct voor de visuele structuur van scènes en neigde altijd naar dynamische shots. Kijk bijvoorbeeld naar een vechtscène aan het begin van de film: Scorsese beweegt de camera mee met de bewegingen van de acteurs, en legt een cut op het moment dat hun vuisten impact maken. Dat heeft twee gevolgen: door de bewegende camera krijgt de actie meer kracht; het lijkt meer dan wat het maar is, het wordt intenser. En door te cutten op het moment van impact, zet hij de verbeelding van de kijker aan het werk en lijkt de scène gewelddadiger dan hij eigenlijk is. Dat lijkt een voor de hand liggende aanpak voor zo’n scène, maar kijk naar de misdaadfilms en westerns van eind jaren zestig en je ziet dat die in vergelijking relatief statisch zijn. Een complexe actie, zoals een gevecht, werd daar meestal in een enkel wide shot getoond – helder, duidelijk, maar ook minder meeslepend.

Scorsese’s invloed voor de geweldscènes in Boxcar Bertha was duidelijk het werk dat Arthur Penn had gedaan in Bonnie & Clyde. Penn had in die film al geëxperimenteerd met montagetechnieken uit de Franse nouvelle vague om het geweld zintuiglijker, realistischer te maken. Scorsese gaat verder op die weg. Ook het einde is daar een prachtig voorbeeld van: iemand wordt neergeschoten met een tweeloops en vliegt achteruit door de impact. De camera volgt hem, niet in profiel, maar frontaal. Dat is een gedurfd shot, dat aantoont dat Scorsese zich echt wil amuseren met zijn camera. Hij legt tempo en schwung in een uiteindelijk conventioneel verhaaltje.

Want dat blijft het natuurlijk wel. Het scenario biedt weinig ruimte voor uitdieping en de motivaties van de personages zijn regelmatig erg wazig. Bertha en Bill worden op het eerste gezicht verliefd op elkaar, maar waar die aantrekkingskracht nu precies vandaan komt: geen mens die het weet. Barbara Hershey is uitstekend in de titelrol (en mocht in die tijd verdorie best gezien worden), die ze speelt met een mix van kinderlijkheid en geslepenheid, maar wat er onder die verschillende façades schuilgaat, komen we nooit echt te weten. Wat meer de schuld is van het script dan van de actrice. Wellicht is dat een gevolg van de exploitation cinema die Corman uiteindelijk maakte: psychologische uitdieping was niet aan de orde. De mensen wilden seks en geweld zien, dat had prioriteit. Het valt trouwens op dat Scorsese zich duidelijk beter op zijn gemak voelt bij het geweld dan bij de seksscènes, die duidelijk alleen maar in de film zitten om gratuit het publiek te prikkelen. De eerste liefdesscène tussen Bertha en Bill is ook wel weer knap gemonteerd, maar enkele latere naaktscènes zijn geheel overbodig en onwennig in beeld gebracht.

Ook thematisch valt er maar moeilijk een rechte lijn door de film te trekken. Scorsese probeert een schets te maken van Amerika circa 1930, met de tegenstellingen tussen de rijke kapitalisten en de socialisten die zich roeren in de arbeidersklasse, maar hij heeft het ook uitgebreid over racisme – één van de bendeleden van Bertha en Bill is zwart, en het valt op dat de upper class boordevol extreme racisten zit, terwijl de criminelen hem moeiteloos aanvaarden. Je voelt dat dit alles naar een soort statement toewerkt, maar die thematiek wordt niet samenhangend genoeg uitgewerkt om echt een punt duidelijk te maken.

Boxcar Bertha is duidelijk een film van een regisseur met geweldig veel ruw talent, die zijn stem nog aan het zoeken is. Maar er zitten boeiende zaken in, en als leerschool kon hij duidelijk tellen. Slechts een jaar later maakte Scorsese Mean Streets, en we weten allemaal hoe dat afliep.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in