The East

Eco-terrorisme: het is een term die altijd wat vaag blijft klinken. Het eerste wat in gedachten komt is een bende kleurrijke en fleurige hippies die hun voorliefde voor moeder aarde iets te serieus nemen en om haar te beschermen maar al te graag geweld gebruiken. En eigenlijk is het meestal ook niet meer dan dat. Een organisatie van het kaliber Al-qaeda moet je bij eco-terroristen niet verwachten. Een van de bekendere groeperingen is het Animal Liberation Front, dat zich internationaal inzet voor het welzijn van dieren en daarvoor van tijd tot tijd al eens een hamburgerrestaurant in as durft te leggen. Toch blijft het een marginale wereld, waarin regisseur Zal Batmanglij zich in verdiept met zijn nieuwe film The East. Batmanglij weegt de dunne moralistische scheidingslijn tussen meedogenloos corporatisme en idealistisch terrorisme af in zijn nieuwste indie-project, maar tot duidelijke statements komt hij helaas niet.

Net als in zijn sekte-thriller Sound of My Voice doet de regisseur in The East beroep op Brit Marling. De dertigjarige blondine wordt ditmaal opgevoerd als Sarah Moss, een ex-FBI-agente die een nieuwe baan krijgt bij een privébedrijf en op missie wordt gestuurd om onder te duiken in een groep ecologische activisten. Die groep, The East, heeft er zijn doel van gemaakt om bedrijven die een loopje nemen met de ecologische voorschriften een koekje van eigen deeg te geven. Sarah weet zich bij de groep te voegen en staat voor de uitdaging om het vertrouwen van de leden te winnen. Dat lukt al snel bij de charismatische Benji (Alexander Skarsgård), maar het wantrouwen blijft bij Izzy (Ellen Page), een ander prominent lid van The East. Sarah krijgt uiteindelijk de toestemming om mee te gaan op een van hun missies, waarbij ze stilaan verscheurd wordt door haar taak om informatie door te sluizen en haar groeiende affectie voor de leden van The East.

De ingrediënten die de makers aan het begin aanreiken beloven een filmpje met interessante dynamieken. Eerst en vooral heb je twee partijen die allebei op een dubieuze manier te werk gaan: enerzijds een kluwen aan industriebedrijven die hun economische waarde hoger inschatten dan hun zorg voor het ecologische systeem, en anderzijds een groep jonge honden die het wangedrag van die bedrijven niet meer dulden en de wapens opnemen tegen het corporatisme. Twee partijen, elk met hun eigen belangen, wiens methoden je flink in vraag kan stellen. Middenin die onderlinge strijd krijg je dan Brit Marling als onschuldige tussenpersoon die stilaan verteerd wordt door tegenstrijdige belangen. En tijdens de eerste helft van de film worden die beloftes nog enigszins ingelost.

Batmanglij mikt op een thriller met een boodschap en weet die balans in het begin nog mooi in evenwicht te houden. De opname van Sarah Moss in The East zorgt voor een interessante inkijk in een commune die probeert los te staan van de buitenwereld en er haar eigen regeltjes op nahoudt. Je wordt subtiel ingegraven in deze kleine groep aan wereldverbeteraars, waarbij de film je ook overhaalt om sympathie voor hen te voelen. Dat helpt tijdens de scènes waarin de regisseur de spanning opdrijft en de eco warriors samen met Moss hun missies gaan uitvoeren. De aandacht voor de personages is er, de motivaties zijn duidelijk en de regie is beheerst. Maar vanaf het moment dat je denkt dat alles goed zit, verliest de regisseur de teugels.

Het interessantste gegeven van de film is de morele ambiguïteit van Sarah Moss en de vraag welk pad ze uiteindelijk zal volgen: die van haar opdrachtgevers of van haar nieuwe ‘vrienden’. Hierbij verwacht je dat de film naar een einde toewerkt waarin de regisseur een duidelijk standpunt zal innemen omtrent de thema’s die hij opwerpt, maar helaas. Het lijkt wel alsof Batmanglij en Marling (die mee het scenario pende) het zo druk hadden met het neerzetten van hun moreel dualistische werelden, dat ze vergaten dat ze uiteindelijk ook een conclusie dienden te breien aan hun verhaal. Die conclusie komt er niet, maar in ruil krijg je in het derde luik wel een toxische hoeveelheid clichés. Na het uitbouwen van een interessante opzet, schakelt het geheel flink terug en vervalt de film in conventionele thrillerdynamieken. Zo krijg je de onvermijdelijke affaire, lijdt de film plots aan een Pocahontas-complex en kiest men ervoor om de dingen nogal bondig en weinig origineel af te sluiten. The East is een film die veel meer potentieel heeft om een duidelijke mening te uiten over zijn thema’s of om de innerlijke strijd van zijn hoofdpersonage veel steviger uit te werken. In plaats van een ballon die springt door een krachtige druk, is The East uiteindelijk weinig meer dan een ballon die met sputterende zuchten leegloopt.

Qua acteerprestaties hoef je ook geen grote dingen te verwachten. Marling is het sterkst als aanvoerder van de cast, maar krijgt opmerkelijke concurrentie van Patricia Clarkson, die Marlings koude en wat akelige baas speelt. Skarsgård hangt het mysterieuze en charmante alfamannetje uit, terwijl Ellen Page de zwakste schakel blijkt van het ensemble.

The East is een film die probeert, maar zich uiteindelijk in de voet schiet en toch niet zo geïnspireerd blijkt als de makers proberen te doen uitschijnen. Batmanglij en Marling zijn een interessant duo om te volgen en bezitten zeker talent, maar om dat de bewijzen zullen ze bij hun volgende film toch met een sterker scenario moeten afkomen. Of bekijk Sound of My Voice, die lost zijn verwachtingen veel zelfzekerder in.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in