16 Years of Orange Factory: Monomyth + Ufomammut + Colour Haze :: 28 september, Het Depot

Elke twee jaar viert de Leuvense concertpromotor Orange Factory een verjaardagsfeestje in Het Depot. Verwacht u echter niet aan papieren kroontjes, taart en verstoppertje, maar aan stoner, psychedelica en sludge. De taart ziet met andere woorden groen en het publiek is ook behoorlijk wég. Zo hebben we ze graag, onze feestjes!

Een schoenbon en de NMBS verhinderen ons om Zolle en The Telstar Sound Drone te bekijken, maar we zijn nog ruimschoots op tijd om onze noorderburen van Monomyth te begroeten. Een tweetal maanden geleden zagen we dit vijftal nog op het Antwerpse Rodeofest, middenin een knoert van een onweer — een op zijn minst indrukwekkende vertoning. Deze keer moeten we genoegen nemen met het iets minder vijandige klimaat in Het Depot, maar ook onder deze omstandigheden houdt Monomyth zich probleemloos staande.

Het mooie “Vanderwaalskrachten” komt in één subtiele, vloeiende teug uit de speakers gelopen, wat het contrast met de heviger passages mooi in de verf zet. Monomyth slaagt er in om stevige knoerten van nummers meer dan genoeg ademruimte te geven, zodat er niks te veel, te luid of uit balans klinkt. De strakke ritmesectie, aangevoerd door drummer Sander Evers is hier zeker niet vreemd aan, maar de aangenaamste verrassing van de set is het bovendrijven van de keyboards en effecten, die een paar extra kleuren aan het spectrum van Monomyth toevoegen. Zo zorgt een perfect getimede Korg voor een Doors-momentje, en maken de effecten aan de knoppen en de laptop dat afsluiter “Huygens” zich aan de wetten van Newton onttrekt, om met een stevige smak weer met de voeten in de realiteit te belanden. Knap optreden weer van dit Monomyth, maar volgende keer nemen we toch een ventilator en een emmer water mee.

Next up: het Italiaans powertrio van Ufomammut, en dat concept ‘powertrio’ mag wel héél letterlijk genomen worden. Drie harige Italianen (op de kop, de kin of beiden) met beesten van instrumenten en versterkers en moordlust in de ogen. Het drietal heeft een heel productief verleden: 7 albums in 13 jaar, waarvan de laatste twee een tweeluik vormden (en ook zo goed als samen uitkwamen). Tel daar nog het ene na het andere rigoureuze tourschema bij en je krijgt een band met een hoog werkpaardgehalte. En waarlijk! Ufomammut haalt alle beschikbare pk’s uit de kast in Het Depot.

Tijdens de vorige passage bij Orange Factory werd het hele magnum opus Eve er integraal doorgejaagd en dienden we als publiek te waden door lange, slepende lavastromen van gitaargeluiden, gevolgd door kolossale uitbarstingen. Dit keer wordt er voor een compacter geluid gekozen, met kortere nummers, minder lange opbouwstukken en meer geconcentreerde energie. Maar dat maakt deze set niet minder effectief: in de meer dan een uur durende set sleurt Ufomammut ons van de ene naar de andere sonische pandoering, alsof de duivel of Silvio Berlusconi hen op de hielen zit. Met zowel recenter werk — we hoorden “III” uit Eve door onze trommelvliezen scheuren — tot zelfs spul uit Snail King en het debuut Godlike Snake. En toch moet er ons iets van het hart. We weten dat de discussie over geluidsnormen al tot in den treure gevoerd is, maar verdorie, we voelen ons toch wel teleurgesteld als dat beest van een Rickenbackerbas wordt aangeslagen en ons middenrif niet heftig begin te vibreren. Nochtans is dit maar een piepkleine frustratie voor een anders méér dan puik concert.

Maar dan moet de hoofdvogel van de avond nog afgeschoten worden. Het Italiaanse powertrio van Ufomammut wordt ingeruild voor het stonertrio van Colour Haze. Al bijna twintig jaar voelen deze Münchenaars zich kiplekker in een jazzy mengeling van stonerrock, psychedelica en prog. Het levert hen niet meteen de grote prijs van de muzikale afwisseling, maar de hoge graad van specialisatie maakt van Colour Haze absolute meesters van het genre. Het begint al meteen met een meesterlijke uitvoering van het titelnummer uit het laatste album She Said, dat zeer nauw aanleunt bij de albumversie, maar toch een paar extra dikke geluidslagen weet bloot te leggen. Vooral drummer Manfred Merwald voelt zich enorm op zijn gemak en demonstreert met de stokken in de neus wat voor een klasbak ie wel is.

Maar die klasse en professionalisme typeren het ganse optreden: er wordt nauwelijks gestemd, niet van instrumenten gewisseld, maar gewoon gespééld, wat de vaart enorm in de set houdt. Bassist Philipp Rasthofer staat zelfs zo op zijn gemak te spelen dat we vrezen dat hij elk moment als een blok in slaap kan vallen, tot hij in plaats daarvan weer met een feilloos gevoel voor sound en groove zijn vier snaren beroert. In de meer dan twee uur (!) dat het optreden duurt, horen we nog een schitterend “Love”, het Beatlesiaanse “Aquamarina” (de riff heeft namelijk wel zeer dicht naast die van “Come Together” gelegen) en een niet minder dan briljant “Transformation” de revue passeren. Colour Haze is, kortom, 120 minuten lang sweet spot, alsof je op het strand de zee subtiel langs je tenen voelt sijpelen alvorens door een meedogenloze vloedgolf te worden meegesleept. Tegen 1u30 breidt Colour Haze er dan een eind aan onder de vorm van een twintig minuten durende bisronde — ons doodmoe maar mentaal gezuiverd achterlatend. We kunnen moeilijk stoppen met lyrisch te doen over deze heren, maar ”Fuck!”, wat een concert was dit toch weer. Als je telkens zo’n verjaardagsfeestje geeft zoals Orange Factory, dan is het toch meer dan de moeite om twee jaar te wachten. En of we dan weer taart zullen meebrengen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in