Diana

Hey little girl, want to go for a ride? There’s room in my wagon, it’s parked right outside […] Die, Diane. Die, Diane. Die-ane.’ Hüsker Dü’s nummer over de moord op serveerster Diane Edwards – u kent het ongetwijfeld ook in de bekendere versie van Therapy? uit 1995 – spookt meer dan 30 jaar na de release nog voortdurend door mijn hoofd tijdens de voorvertoning van Diana, de biopic over de ex-vrouw van Prince Charles. Niet dat ik een persoonlijke wrok koester ten opzichte van de destijds ‘meest gefotografeerde vrouw ter wereld’, maar ik heb haast twee uur lang zitten aftellen naar het moment waarop zij en haar minnaar Dodi Al-Fayed in hun wagen stappen, aangezien Diana’s dood meteen ook het einde van Oliver Hirschbiegels film betekent. En dat einde kan niet snel genoeg komen.

Biopics, zeg ervan wat je wil, maar zeg niet dat het genre zichzelf aan het heruitvinden is. The Iron Lady, My Week With Marilyn, Hithcock, J. Edgar, Jobs, Albert II, ze maken allemaal gebruik van hetzelfde beproefde, maar dodelijk kleffe en saaie recept: men neme een beroemdheid, men toont zijn of haar publieke imago, en doorspekt alles wat zich in de privésfeer voltrekt met op publieke geheimen gebaseerde feitjes die moeten verbergen dat het leven van die mensen vaak nu ook niet zo boeiend is dat je er een spannende film van twee uur mee zou kunnen vullen.

Ook Diana – let op de originaliteit die van die titel spat: daar zijn veel rondetafelgesprekken en productienota’s aan voorafgegaan – volgt behoorlijk gedwee dat recept, dat eigenlijk op zich niet zo veel verschilt van het werkethos van journalisten van News of the World of Dag Allemaal. Dat hoeft niet te verbazen: tabloids en roddelblaadjes waren schering en inslag in het leven van Diana Spencer (Naomi Watts) – Diana voor de vrienden, Lady Di voor de rest van de wereld – en niet het minst na haar scheiding met de Engelse kroonprins Charles. Diana krijgt een boel media-aandacht voor haar nobele strijd tegen landmijnen, maar wat de modale wereldburger veel meer interesseert, is wie er zoal in de prinselijke bedstee slaapt. Lange tijd is dat Hasnat Khan (u herkent Naveen Andrews als Sayid uit Lost), maar wanneer die geen leven in de spotlights wil, zoekt Diana het elders. Op het jacht en in de auto van Dodi Al-Fayed bijvoorbeeld, maar u weet hoe dat is afgelopen.

Toegegeven, het is niet makkelijk om de vinger op de wonde te leggen en exact aan te wijzen waar het fout is gelopen met Diana, ook al is dat eerder omdat er eigenlijk bitter weinig of niets juist is gelopen. De regisseur van dit vehikel is nochtans Oliver Hirschbiegel, die al eens een knap staaltje biografisch filmen aan de dag legde in Der Untergang: net zoals die prent het relaas over Hitlers laatste dagen bracht, interesseert Hirschbiegel zich in Diana enkel in het leven van de prinses nadat ze gescheiden is van Charles. In goedkoop spektakel lijkt de Duitse regisseur niet geïnteresseerd – vandaar dat hij géén dramatische scène inlast waarin Diana boem pats aan haar einde komt – maar in kleffe spirituele onzin en een halfbakken poging om de echte, romantische dramatiek van Diana’s kortstondige leven te vatten des te meer.

’t Is niet dat ik geen respect wil opbrengen voor alle miserie die Diana heeft meegemaakt in de laatste twee jaar van haar leven, maar haar nobele hang naar een betere toekomst voor derdewereldlanden en haar neiging tot spiritistisch geleuter over tuinen van liefde waar twee geliefden elkaar na de dood ontmoeten wordt met zoveel sérieux en sentiment aangebracht dat je er zelfs niet meer mee kan lachen. De toon die achter Diana schuilgaat is niet alleen heel ongemakkelijk – geforceerde mopjes in de scène waarbij Hasnat voor de eerste keer bij de prinses komt dineren zijn zo gênant dat je je schaamt in de makers hun plaats – maar ook godsgruwelijk irritant.

Uiteindelijk resulteert dat in een kleine twee uur aan materiaal dat nog niet eens onder de noemer ‘tv-film’ geklasseerd kan worden. Hirschbiegels beeldvoering is zo traditioneel en conventioneel en er zo op berekend dat de ‘tragiek’ en het ‘drama’ van Diana’s liefde en leven volop centraal komen te staan, dat het resultaat dodelijk saai wordt. Alleen in de openingsscène waagt hij zich aan een, toegegeven, knap in elkaar gestoken long take waarbij Diana’s gezicht zonder reden uit beeld wordt gehouden – alsof we allemaal in spanning zitten af te wachten naar hoe Naomi Watts eruit ziet als Lady Di – maar dat shot breekt zo nadrukkelijk met de stijl van de rest van de film dat het een beetje onwennig aanvoelt. En dan moet de sequentie waarin Diana en haar Pakistaanse loverboy een uitje maken naar Wales nog volgen: een belachelijk melige montage van de twee tortelduifjes die pret maken aan de Welshe kust, met Jacques Brel (‘French music’) op de soundtrack – er zijn klefheidsmeters voor minder op tilt geslagen.

Mocht u zich overigens toch effectief afvragen hoe Naomi Watts eruit ziet als Lady Di: dat had ongetwijfeld erger gekund. Watts kan een aardig potje acteren – bekijkt u maar even 21 Grams, Mulholland Drive of Funny Games US – en probeert zo goed en zo kwaad als het kan haar waardigheid, en die van het personage dat ze vertolkt, in ere te houden, maar dat neemt niet weg dat ze Princess Diana op exact dezelfde manier voorstelt als het kleffe scenario en de fantasieloze regie: een karikatuur van een vrouw die geen blijf weet met zichzelf, haar status en de liefde waarnaar ze verlangt. En tja, ik kan dat ook enkel maar in zulke bewoordingen schrijven omdat dat net dát is hoe de film Diana voorstelt.

Tot slot is er ook nog een belachelijk zwakke prestatie van Naveen Andrews als Hasnat Khan, een man die in de belichaming van Andrews blijkbaar niet meer was dan een oninteressante eikel die zijn voorliefde voor jazz verantwoordt aan de hand van uitspraken als ‘I like jazz because it consists of constant improvising – like life.’ Met alle respect, maar van zo’n dingen wordt een mens niet goed. Van zo’n dingen moet een mens even bekomen. Over zo’n dingen moet een mens zijn gal spuwen. Bij deze.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in