PUKKELPOP 2013: Marquee :: Zaterdag 17 augustus

Volstrekt logisch is het programma van de Marquee vandaag: beginnen met wat Coldplayvarianten en aanverwanten, en dan langzamerhand de elektronica binnenlaten tot alles bananas mag gaan op The Knife.

De vette vijftien van Pukkelpop:

Wie meer Pukkelverslag wil, klikt voor de langere verslagen van de vijftien beste concerten hieronder.

De afknapper

Clock Opera is het nieuwe Elbow: een band die niemand opmerkt in zijn begindagen, behalve een hijgende persmeute, en die hard zal moeten werken om de belofte waar te maken. Dat die belofte erin zit, liet de band al horen met debuut Ways To Forget, dat de groepsleden bereid zijn hard te werken bewijzen ze met hun set in de Marquee. Aanvankelijk slechts voor een derde gevuld, loopt de tent gezapig vol en het publiek geeft zich over aan hun melodieuze songs die onzeker tegen de euforie aanvlijen. In het begin wat wisselvallig, komt de band met misschien wel hun beste song “Move To The Mountains” onder stoom. Met zowaar een nieuw, snedig nummer dat een flinke stap voorwaarts verraadt en een licht behaagzuchtig “Once And For All” wordt een flinke hattrick gescoord. De band geeft die voorsprong niet meer uit handen en zorgt met “Lesson No. 7” voor een snedig orgelpunt. Wel wat oppassen met die “oh oh oh” te veel in de nabije toekomst en we geven Clock Opera het voordeel van de twijfel. Met wat geluk over twee jaar een paar plaatsen hoger op de affiche.

Kodaline trekt dan weer een vat vol clichés open. Zowel op het podium, waar dit Ierse kwartet uit suikerglazuur opgetrokken slaapkamerposterpop maakt en daarbij Coldplay (vooral X & Y) en zelfs Mumford And Sons middels een banjoriedel uit het reclameblad achternahijgt, als voor het podium, waar de meisjes vooraan samenhokken en de jongens opvallend achteraan terwijl ze de ietwat nukkige posterboy Stephen Garrigan en zijn songs parodiëren. Ja kijk, het is makkelijk lacherig doen over zulke bandjes, maar dat is pikken als de raven van al wat succesvol was de afgelopen vijf jaar ook. Deze band heeft geen eigen smoel en geen visie op een eigen sound. Bakvissenweemoed gaat al bij al snel voorbij, fenomenen als Kodaline waarschijnlijk ook.

Ook Bat For Lashes ontsnapt niet aan technische problemen deze editie. Het doet de set, met nochtans uitstekende songs als “Lilies” en debuutsingle “What’s A Girl To Do”, aarzelend beginnen. Wanneer Natasha Kahn wat van streek ook nog eens solo aan de piano een verkeerd nummer (“Moon And Moon”) inzet – haar bandleden kijken elkaar met grote ogen aan – onderbreekt ze dat prompt en gilt het even uit: “I’m having such a bad time!” De aardig volgelopen Marquee sust haar met een daverend applaus. Toch maar voortdoen dus, en maar goed ook: “Travelling Woman” zorgt voor de kentering. Kahn, met een kleurrijke geisha(broek) aan en een bloem in het ravenzwarte haar, laaft zich aan de good vibrations uit het publiek dat op zijn beurt opgezweept wordt door de aanstekelijke danspasjes van Kahn. En dan gaat het snel: “Horse And I”, “A Wall” en “All Your Gold” doen de set crescendo gaan, mede dankzij de uitstekend musicerende band die zoveel details toevoegt dat je dit concert thuis meteen wilt herbeluisteren. De pianoballad “Laura” zorgt voor een van de mooiste momenten dit weekend, “Daniel” dan weer voor het perfecte orgelpunt. Kahn aarzelde, vloekte maar overwon met een stralende glimlach. Straf. En ze heeft nog een pak marge, zowel qua publiek als muzikaal.

Nu de regels afgesproken zijn, maakte u beduidend minder stampij over The Knifes “Shaking The Habitual Show”. Yup, alle muziek is waarschijnlijk weer playback, maar u bent deze keer mee met de grap. Dus moedigt u luidkeels de aerobicdansers op het podium aan. Maar zelf dansen zoals de bedoeling is; ho maar! Dit was één grote mindfuck die op een festival, toch een feest van concertclichés, nog meer impact had. Ook opvallend: de groep zoekt nu tussen het dansen van zijn filosofisch traktaat over wat een liveconcert kan of hoort te zijn ook contact met het publiek. “Fuck sexism! Fuck homophobia! Fuck racism!”, klonk het halverwege strijdvaardig; die kon Liesbeth Homans in haar gat steken. Waarna met “Silent Shout” een hard beukende climax wordt geserveerd waar zelfs The xx een wei verder niet tegen op kon. Moeilijke show? Ach wat; dit was gewoon dansmuziek.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in