PUKKELPOP 2013: Club :: Vrijdag 16 augustus

Vrouwen boven in de Club vandaag. Opvallend hoeveel muzikale parallellen er te trekken zijn tussen Lucy Rose, Daughter en Poliça. Des te later op de dag, des te donkerder de laag mascara onder de sound.

De vette vijftien van Pukkelpop:

Wie meer Pukkelverslag wil, klikt voor de langere verslagen van de vijftien beste concerten hieronder.

De afknapper

Maar eerst een meer dan eervolle vermelding voor Lord Huron in de Club, die zich ontpopt tot een revelatie op deze editie. Fleet Foxes en Paul Simon gelden als grote inspiratiebronnen, waardoor zijn country soms een iets weidser geluid meekrijgt. Maar nooit té. Ben Schneider debuteerde eerder dit jaar met het bloedmooie “Lonesome Dreams”, de perfecte soundtrack bij het laatste prentje in een Lucky Luke-album. De zon gaat onder, tijd om te dromen. Hij speelt met z’n band een onberispelijke, pure set van dromerige indiefolk die de Club muisstil krijgt. Ben Schneider bouwt z’n songs in laagjes op en zorgt elke keer voor een geruisloze ontlading. Slotnummer “The Stranger” grijpt naar de keel. Hier hoort u nog van. Maar onthoud nu toch al maar voor alle zekerheid die naam: Lord Huron.

En dan nu: de vrouwen dus. Te beginnen met Lucy Rose, die een link met Laura Marling legt op haar debuutalbum Like I Used To. Al is zij het bloemetjesbehang terwijl de muren van Marling aangetast zijn door sigarettenrook en een per ongeluk omvergevallen fles sterke drank. Rose bestuift haar aaibare folk met een Bat For Lashes- en soms zelfs Daughter-achtige sound die een stuurse en volgetatoeëerde toetseniste de Club instuurt. Bovendien kruidt ze haar beste songs met hoekige tempowisselingen zoals in “Watch Over”, waarin de strakke ritmesectie met haar akoestische gitaarriedels aan de haal gaat. Hiermee heeft ze al een vaste fanschare opgebouwd, te merken aan het open doekje dat ze al vroeg in de set krijgt. Dat haar halve concert bestaat uit onuitgegeven nieuw werk – waarin ze blijkbaar nog meer richting moody en etherische pop gaat – deert dat publiek niet. Sterk. Wel moet Rose oppassen dat dat naar een climactische tempowisseling toewerken geen trucje wordt. Single “Middle Of The Bed” is nog een hoogtepunt, maar dat er nog werk aan de winkel is bewijst het verstilde “Shiver”, dat de Club als praatcafé ontmaskert. Ze is er nog lang niet, Lucy Rose, en de vraag is of ze er ooit zal komen. Dat antwoord willen we anders wel persoonlijk te weten komen bij haar volgende passage hier.

Soms moet het noodlot een handje helpen om van een sterk concert een memorabel concert te maken. Zoals bij Daughter. Net van het vliegtuig gestapt vanuit Amerika, na een intense tour als voorprogramma van The National, bleek vanochtend dat de helft van hun instrumenten daar was achtergebleven. Vlug enkele instrumenten bij elkaar geleend, gauw wat gerepeteerd om toch maar te kunnen spelen: het is niet evident. Staat de Club verrassend genoeg al stampvol bij aanvang, dan gaat het door dit verhaal alleen al collectief door de knieën. Aandoenlijk om zien hoe Elena Tonra haar hand verbaasd voor haar mond houdt en maar “Thank you” blijft stamelen.

Wat volgt, is een set die even gestameld wordt gespeeld – iets wat ergens wel past bij Daughter. De songs worden noodgedwongen in nieuwe arrangementen gestoken – het maakt van “Still” een dartspijltje dat de traanklieren raakt. Er wordt wat langer overlegd tussen de nummers door, één song breekt Tonra nog voor het kan beginnen af omdat het te moeilijk is op vreemd materiaal. Het maakt allemaal niet uit, meer nog, het maakt deze set en Daughters muziek bij uitbreiding zo mogelijk nog kwetsbaarder, nog authentieker. “Landfill” en “Candles” uit de vorige ep’s zijn ondertussen stevig gerijpt en raken nog dieper, “Tomorrow” en “Winter” zorgen voor rillingen op deze snikhete dag. Blote basten die zonet nog op Major Lazer stonden te hossen, luisteren met dichtgeklemde kaken. Zonder meer een van de mooiste concerten deze editie.

Nog later op de avond speelt de donkere zus van Daughter, Poliça, een curieuze set met een inventief gebruik van een drieledige ritmesectie: twee drummers en een basgitarist. Dat leidt niet tot voorspelbare bombast, maar tot het donkere, nog moodier zusje van de eerdere bands in de Club vandaag. Ritmeversnellingen gebeuren doorgaans onderhuids en waden rond onder een dik deken elektronica, dat op het komende album Shulamith de boventoon lijkt te gaan voeren. Toch wordt het daardoor een nogal eentonige boel, en pas wanneer in single “Lay Your Cards Out” het tempo ook boven de oppervlakte de hoogte in gaat, komt er echt beweging in de Club. Voorts is de voornaamste beweging die richting uitgang. Beetje zonde wel. Wat meer variatie in hun sound en de volgende keer wenkt de Marquee.

Rustig uitbollen met Low zit er vandaag niet in, want de band wil al zijn duivels ontbinden. Het slowcoregezelschap rond Alan Sparhawk doet vandaag niet van dat gewoonlijke stapvoetse, maar bijt en klauwt in “Monkey”, en knipoogt verder nadrukkelijk naar de dronerock van Spacemen 3 en Neil Young, van wie ze een lang uitgesponnen “Down By The River” coveren. Erg mooi concert, maar het is duidelijk dat de tijd voorbij is dat dat ook iemand kon schelen: de tent is nog niet half gevuld, waar ze vroeger al eens durfde over te lopen. The times they are a-changing; alweer.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in