The Conjuring

Een goede horrorfilm afleveren is niet gemakkelijk. De regie en het scenario zijn essentieel, maar ook het creëren van sfeer, het chirurgisch hanteren van timing, tempo en muziek, plus weten wat een modern publiek nog op de kast weet te jagen. Het genre is de laatste jaren flink doorspekt meet veelal middelmatige filmpjes die snel vergeten zijn of eerder kiezen voor gemakkelijke shockeffecten, dan voor onvervalste griezel. The Conjuring kiest voor dat laatste en profileert zich als een volbloed spookhuisfilm. De prent vindt het genre allesbehalve opnieuw uit, maar is zo sterk geregisseerd, met zoveel liefde voor klassiek gebrachte horror, dat The Conjuring uitdraait op een zeer prettige thrill ride.

“Gebaseerd op ware feiten”. Jawel, The Conjuring behoort tot die categorie aan horrorfilms. We krijgen aan de start te lezen dat de film zijn inspiratie haalt bij de zaak van Ed en Lorraine Warren, een Amerikaans koppel dat zich in de tweede helft van de 20ste eeuw bezig hield met het onderzoeken van paranormale verschijnselen. The Conjuring concentreert zich op hun ervaringen met de familie Perron in de jaren zeventig.

We ontmoeten Carolyn (Lili Taylor) en Roger Perron (Ron Livingston) – plus hun vijf dochters – tijdens hun verhuis naar een nieuwe woonst op Rhode Island. Het gezin begint aan een nieuw, gelukkig hoofdstuk in hun leven, totdat er eigenaardige dingen beginnen te gebeuren. Carolyn wordt wakker met blauwe plekken, de hond sterft plotseling en het huis lijkt een eigen leventje te leiden. Geen paniek, tot Carolyn wordt opgesloten in de kelder en één van de dochters wordt aangevallen door de aanwezige demonen. De familie contacteert de Warrens (Vera Farmiga en Patrick Wilson), die concluderen dat het huis ooit bewoond werd door een beruchte heks en dringend een exorcisme nodig heeft.

Al vanaf de eerste minuten van de film merk je dat regisseur James Wan de klassieke haunted house-films wil eren. De titel scheert over het scherm in een retro-jasje dat doet terugdenken aan films als The Exorcist, begeleid door messcherpe violen die je haar onmiddellijk ten berge doen rijzen. Vanaf dan ontwikkelt The Conjuring zich nooit tot een prent die ambitieuze dingen van plan is met het genre. Het verhaal hebben we al ontelbare keren op ons bord gekregen (denk aan The Haunting, The Amityville Horror,…) en kent dus weinig of geen grote verrassingen. Maar dat wil niet zeggen dat The Conjuring de zoveelste toevoeging is aan een lang lijstje aan films, want hij heeft nog andere troeven achter de hand.

De belangrijkste daarvan is James Wan. Sinds Wan doorbrak met het ambitieuze, maar weinig doeltreffende Saw is hij flink gegroeid als regisseur en heeft hij zich naar huidige standaarden uitgebouwd tot een soort van genrespecialist. Dat bleek ook al met Insidious, maar met The Conjuring bewijst Wan zich zelfzekerder dan ooit. Zijn camera glijdt gestaag door het huis van de familie Perron, hij weet haast perfect wanneer het toegestaan is om het publiek te doen gillen en zorgt voor een opbouw van sfeer, stiltes en langgerekte shots die doeltreffend genoeg is om je handen kletsnat te krijgen van het angstzweet. Er wordt ook zeer weinig geopteerd voor computereffecten. De regisseur is vastbesloten om het old school te houden en kiest voornamelijk voor praktische effecten. Verveling is dan ook niet aan de orde. Hoewel de film haast twee uur duurt, wordt het tempo mooi opgevoerd en zijn er geen – komt ie – doodse momenten. Het geheel mondt uit in een climax die je wel kan zien aankomen, maar die zo strak is geconstrueerd dat je je hartslag tot in je keelgat voelt door de adrenaline die door je lichaam giert.

De film maakt gebruik van het uitvlucht dat het gebaseerd is op ware feiten. Bij de meeste horrorfilms geldt dat als een lachwekkende gimmick, maar Wan weet het op een intelligente manier uit te spelen en maakt het deel van zijn film. Ed en Lorraine Warren zijn de centrale figuren in dit spookverhaal en ook het meest interessante element van de film. Wan kon het koppel gemakkelijk neerzetten als een bende kwakzalvers, maar toont respect en affectie voor deze mensen en hetgeen ze geloven. Gepaard met meer dan degelijke acteerprestaties van Farmiga en Wilson krijg je driedimensionale personages die je weten mee te voeren in hun wereld aan paranormale gruwel. Wan en de scenaristen geven Farmiga en Wilson de ruimte om hun personages uit te bouwen en een wederzijdse chemie te geven. Vooral Farmiga is straf als een vrouw die gebukt gaat onder haar gave om getormenteerde dode zielen te voelen en te zien.

The Conjuring is geen essentiële toevoeging aan het genre, maar wel één die we met open armen ontvangen. De film bewijst dat het horrorgenre meer kan zijn dan oppervlakkig bandwerk en zeker kan profiteren van mensen die er hun hart en ziel aan toewijden. Wan giet alle gekende elementen in een strakke vorm, geeft blijk van een virtuoze regie en technische affiniteit en is eindelijk op een punt gekomen dat hij haast perfect weet wat dit soort films verlangt. Hopelijk is de volgende stap dat hij hetzelfde weet te bereiken, maar dan met een origineel idee.

De echte horrorfans zullen deze film accepteren door zijn geslaagde en gepassioneerde aanpak en zullen maar al te graag de clichés (dode hond, vogels die tegen de ramen vliegen, openslaande deuren,…) door de vingers zien. Diegenen die enkel bloed verlangen, die kunnen elders terecht. The Conjuring is een verademing in een genre dat maar al te vaak op automatische piloot vliegt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in