Trance

Na twee erg ambitieuze projecten (Slumdog Millionaire en 127 Hours) komt Danny Boyle nu aanzetten met een luchtig tussendoortje dat per definitie niet de faam van zijn voorgangers zal kunnen behalen. De ironie is dat Trance op zich niet moet onderdoen voor zijn ander recent werk, maar tegelijkertijd aan dezelfde mankementen lijdt: frisse vormgeving, maar weinig inhoud. Boyle blijft zijn traditie van middelmatigheid verder zetten en het is af te wachten of de man ooit nog zo een meesterwerk als Trainspotting zal afleveren.

Simon (James McAvoy) is een veilingmeester met een gokprobleem. Wanneer hij op een dag een zeldzaam werk van Goya binnenkrijgt, besluit hij samen te spannen met de gevaarlijke misdadiger Franck (Vincent Cassel) om het schilderij te ontvreemden en zo zijn gokschulden te kunnen aflossen. Tijdens de diefstal krijgt Simon echter een fikse klap tegen het aangezicht, waardoor hij een acute vorm van geheugenverlies krijgt en zich niet meer kan herinneren waar hij het schilderij gelaten heeft. Tot grote ergernis van zijn nieuwe criminele vrienden die Simon eerst aan enkele martelingen onderwerpen en, wanneer dat niet blijkt te helpen, hem ten einde raad naar een hypnoteuse (Rosario Dawson) zenden. Maar tijdens deze intense sessies ontdekt Simon meer dan hem lief is.

Je zou Trance het best kunnen omschrijven als Danny Boyle’s versie van Inception. Het verschil tussen hypnose en dromen is verwaarloosbaar, omdat het filmisch op exact dezelfde manier wordt uitgevoerd. Net als Inception is Trance een aaneenschakeling van vergezochte plot twists en blijft het onderscheid tussen droom en realiteit tot op het einde onduidelijk (het slot heeft zelfs verdacht veel weg van de laatste scène in Nolan’s blockbuster). De ridicule premisse en de uitermate cartooneske uitwerking (Boyle is dan misschien wel zo vol van zichzelf als Nolan, maar wel een stuk lomper in zijn aanpak) worden op één of andere manier beter te aanvaarden door de ondertussen alom gekende bazooka-stilistiek van de regisseur: net als in zijn eerdere films pakt hij uit met een hele resem aan kleurenfilters, dutch angles en de pompende beats van Underworld die ritmisch afgestemd zijn op de bewegingen van de personages. Alsof hij de kijker met deze speelse drukdoenerij aanmaant om zijn film ook niet té serieus te nemen. Die zin naar het barokke sluit ook naadloos aan bij het volslagen krankjorum verhaaltje over hypnose en daarom alleen al is de film een verbetering op het overroepen 127 Hours, waar er juist een enorme kloof tussen vorm en inhoud bestond en Boyle’s videoclip-esthetiek ongepast aanvoelde.

Vincent Cassel mag voor de zoveelste keer in de afgelopen 20 jaar komen opdraven als opvliegende driftkikker en doet dat nog steeds met verve, maar het is een rolletje dat stilaan toch begint tegen te steken. De casting van Rosario Dawson is echter wel redelijk briljant te noemen en dat zeg ik niet alleen omdat die sloeber van een Boyle haar maar liefst twee keer uit de kleren laat gaan. Dawson heeft namelijk een soort artificiële uitstraling en zalvende intonatie die perfect bij haar personage past. Alsof ze een virtuele hostess is wiens enige taak eruit bestaat om de andere personages door het doolhof van hun eigen verdrongen herinneringen te leiden. Hoofdrol McAvoy lijkt dan weer vooral vanwege zijn gelijkenis met Ewan McGregor gecast en weet allesbehalve te overtuigen.

Het zwakke scenario is uiteindelijk toch wat Trance de das omdoet en de film lijdt dus zonder meer aan wat wij vakidioten al jaren ‘de vloek van Danny Boyle’ noemen. Haast zonder uitzondering lijken zijn films namelijk hun tempo te verliezen ergens in de derde akte. Wanneer de overweldigende visuele panache een beetje is uitgewerkt, geraakt de film verstrikt in zijn eigen scenariokronkels. Boyle probeert dan tevergeefs nog eens goed op de gaspedaal te staan met allerlei choquerende onthullingen, destructieve romances en potsierlijke action set pieces, maar dat heeft jammer genoeg alleen een averechts effect. De lege stilistiek van Boyle mag dan wel fris en vlot zijn, het elimineert elke vorm van bekommernis met de personages en is veel te oppervlakkig om op louter cognitief niveau te kunnen boeien. Bovendien slaagt hij erin de mogelijke emotionele intensiteit van de climax teniet te doen door een onnodige overdaad aan gore. Kortom, een film die heel kenmerkend is voor de carrière van Danny Boyle. Persoonlijk genoeg om onderhoudend te zijn, maar echt te dom om van goede cinema te kunnen spreken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in