The Heat

Het schijnt een Hollywoodiaanse wet te zijn dat er eens om de zoveel jaar een poging wordt gedaan om het feminisme alsnog tot leven te wekken. Begin jaren negentig was er een opmerkelijke golf aan films met sterke vrouwelijke personages (nuja, een golfje), met prenten als The Silence of the Lambs en Thelma and Louise, maar even snel ging die trend weer liggen om de mannen van de schepping weer centraal te stellen. De marktredenering die daar achter schuilgaat, is niet eens geheel onterecht: vrouwen gaan samen met hun man naar een mannenfilm kijken, maar er zijn maar al te veel kerels die je met geen stokken naar een vrouwenfilm krijgt. En als je ’t alleen moet hebben van vriendinnenkliekjes, dan mag je prent al meteen geen gigantisch budget meer hebben om nog uit de kosten te komen.

Het verrassingssucces van de komedie Bridesmaids twee jaar geleden heeft ervoor gezorgd dat die logica opnieuw openstaat voor discussie. Paul Feigs komedie rond een stel vuilbekkende, zuipende en sporadisch aan knetterende diarree lijdende bruidsmeisjes, werd een wereldhit en – wat nog verbazingwekkender was – werd ook nog eens onthaald als de één of andere feministische mijlpaal. In plaats van boys behaving badly, kregen we nu girls behaving badly, en dat was blijkbaar al genoeg. Feig gaat nu door op hetzelfde elan: ook in The Heat steekt hij vrouwen in filmrollen die traditioneel naar mannen zouden gaan, en ook nu doet hij dat klaarblijkelijk in de hoop uitgeroepen te worden tot boegbeeld van de vrouwenbeweging in Hollywood. Ik kan me alleen inbeelden hoe hard Jodie Fosters maag omdraait als ze dit ziet. Dit is dus wat mainstream Amerikaanse cinema verstaat onder sterke vrouwelijke personages, meer dan twintig jaar na haar Clarice Starling: manwijven die alleen het recht hebben verworven om zonder man een film te dragen, omdat ze eigenlijk gewoon zelf venten zijn.

The Heat is een herkauwing van de buddy cop movies die in de jaren tachtig aan de lopende band werden uitgebracht (de eerste twee Lethal Weapons zullen wellicht altijd de beste blijven). Sandra Bullock is een stijve FBI-agente die alles volgens het boekje doet, Melissa McCarthy een beenharde, zuipende en vloekende flik uit Boston en hoewel er geen enkele dimensie in het ondermaanse bestaat waarin dit ooit écht zou gebeuren, worden ze toch samen op dezelfde zaak gezet. Wat die zaak precies is, is verder compleet irrelevant – ze gaan achter een drugdealer aan, maar ach ja, voor hetzelfde geld was het iets anders geweest.

De makers proberen blijkbaar ook niet eens weg te steken dat hun plot een nagedachte was. Het hele ding hangt als los zand aan elkaar en dient enkel als excuus om een aantal sketches – sommige daarvan vaagweg grappig, veel daarvan ook helemaal niet – aan elkaar te rijgen. Een voorbeeld? Bullock en McCarthy spenderen ongeveer tien minuten van de film in een uitgebreide komische set piece om een zendertje in de gsm van een verdachte te stoppen. Ze volgen hun mannetje tot in een nachtclub, we krijgen een heel gedoe waarin McCarthy Bullocks kleren afscheurt, een komieke dansscène en weet ik veel wat nog allemaal en uiteindelijk lukt het; ze kunnen nu de telefoongesprekken van die kerel afluisteren. Guess what? In het hele verdere verloop van de film doen ze daar niets meer mee. Ze luisteren niet één telefoongesprek af. Dan kan je nog honderd keer zeggen dat het “maar” een komedie is, maar dammit, het is ook gewoon lui en slordig schrijfwerk. Je zit geen tien minuten te klooien in je film voor iets dat nergens toe leidt. De échte cop comedies uit de jaren tachtig, genre Lethal Weapon, Beverly Hills Cop en ga zo maar door, waren ook geen toonvoorbeelden van doorwrochte, diepzinnige scenario’s, maar het hield tenminste een beetje steek. Hetgeen er gebeurde, gebeurde tenminste nog binnen de logica van de plot.

En is het dan op zijn minst wel grappig? Soms. Heel soms. Bullock en McCarthy doen hun best en af en toe scoren ze wel een glimlach met wat one liners. Maar veel vaker lijkt het alsof Paul Feig tegen zijn actrices heeft gezegd: “Oké dames, ik heb een scenario dat geen steek houdt en teksten die nu ook weer niet zo grappig zijn, dus wil ik dat je gewoon zo druk mogelijk doet. Melissa, jij moet elke regel dialoog roepen, en Sandra, jij mag er straks wat slapstick tegenaan gooien!” De twee hoofdrolspeelsters bezondigen zich, allicht uit noodzaak, aan iets dat ze in het Engels heel mooi straining for laughs noemen: ze staan overduidelijk de plezante uit te hangen. Maar als je een slechte mop HEEL LUID VERTELT, en je port je publiek constant in de ribben om toch maar aan te geven hoe grappig het was, dan wordt dat echt aan een rotvaart irritant.

Blijft er nog de onwennige fascinatie die Paul Feig heeft met wapens en geweld. Zo is er een smakeloze scène waarin Sandra Bullock in een restaurant een tracheotomie uitvoert op een sukkelaar die zich verslikt heeft. Bloed overal, gerochel, hysterie… Clou van het verhaal: een ambulancier die Bullock vertelt dat die tracheotomie helemaal niet nodig was. Ha-ha, dan maar? (Ook heel deze scène heeft trouwens niets met de rest van de film te maken, maar wordt er gewoon voor de aardigheid tussen gesmeten.) Nog zo eentje: één van de slechteriken bindt Bullock en McCarthy vast op stoelen en steekt daarna een mes in Bullocks been. Tijdens een onbewaakt moment moet McCarthy het mes er met veel gewriemel uit peuteren, inclusief natte, smakkende geluidjes. Yummie.

The Heat is een oerdomme verbastering van het feminisme – noem het gerust faux-minisme – ongrappig en onsamenhangend. Het vervolg is blijkbaar al aangekondigd, maar de vraag blijft hoe lang Bullock en McCarthy zin zullen hebben om in dit soort dingen op te draven. Het kan toch niet zijn dat ze echt niets beter aangeboden krijgen?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in