Monsters University

Een jaar of negen moet ik zijn geweest, toen ik voor de eerste keer Monsters, Inc. bekeek. Het was de eerste keer dat ik in de bioscoop een film in de originele versie zag, en ik was zo verward door de tweetalige titels dat ik, in volle paniek, tegen m’n oudere zus fulmineerde dat de ondertiteling in het Frans was, waarop zij me er rustig op wees dat de onderste lijn de Nederlandse vertaling voorziet. Sindsdien is Monsters, Inc. – ik veracht nog steeds mensen die het over Monsters en Co. hebben – altijd een persoonlijke favoriet in mijn Pixar-collectie gebleven. Het is verre van de beste film die ze ooit hebben gemaakt, maar dat ligt in de eerste plaats aan het torenhoge niveau van films als Ratatouille, Wall-E en Toy Story 3, en niet aan het niveau van het monsterexemplaar. Toen ik ter voorbereiding van Monsters University de dvd nog eens bovenhaalde, bleef er immers een dijk van een film overeind te staan, met een hilarisch centraal duo en een kleine, maar daarom niet minder indrukwekkende emotionele uppercut aan het einde. Jawel, toen Sulley voor de zoveelste keer afscheid moest nemen van Boo, stonden de tranen terug in mijn ogen. En dat van iemand die Bambi maar een saaie boel vindt.

Daags voor ik naar de bioscoop fietste moest mijn adoratie voor Inc. qua omvang enkel zijn gelijke erkennen in mijn scepsis tegenover University. Niet geheel onterecht, zo bleek: alles wat Monsters University immers enigszins plezant maakt, zat al in Monsters, Inc. en meestal in een veel beter afgemeten dosis. In de eerste plaats is dat de bijwijlen spetterende dynamiek tussen de cyclopische kopvoeter Mike Wazowski en blauw-paarse beer James P. Sullivan – Sulley voor de vrienden – en vanzelfsprekend de dynamiek tussen hun respectieve stemacteurs Billy Crystal en John Goodman.

Sulley verdwijnt in Monsters University echter een beetje naar het achterplan, en de prequel op Monsters, Inc. is dan ook lange tijd de film waarin Mike de aandacht opeist die zijn ego betaamt. Als klein monstertje bezoekt Mike de scare floor van energiebedrijf Monsters, Inc. en besluit hij om de grootste scarer ooit te worden, een ambitie die hem een (helaas niet in de film aanwezige) puberteit later naar de scare faculty van Monsters University leidt. Hij deelt een kamer met de onzekere kameleon Randy Boggs (Steve Buscemi), en ontpopt zich al snel tot een heuse monsterstrever. Wanneer Abigail Hardscrabble (Helen Mirren), de beruchte decaan die haar tekort aan een reukorgaan overcompenseert met de vleugels van een vleermuis en het achterlijf van een duizendpoot, hem uit de opleiding kegelt, is Mike vastbesloten zijn toegang tot de aula terug te verdienen, al moet hij daarvoor een team vormen met de getalenteerde maar arrogante luilak James P. Sullivan.

Wie de resem teasers en trailers van Monsters University heeft gezien, heeft waarschijnlijk wel al door dat de ploeg achter de film op geen enkel moment de ambitie heeft gehad om op inhoudelijk vlak een nieuw pareltje aan het Pixar-palmares toe te voegen. Hoewel deze prequel méér is dan zomaar een tussendoortje (vooral op financieel vlak; de film staat met kop en schouders aan de leiding in de Amerikaanse box office), is hun nieuwste kindje er toch in de eerste plaats gekomen om de makers en de kijkers te amuseren. Voor een origineel verhaaltje of een gewaagde-maar-o-zo-briljante sequentie zoals die in Wall-E of Up al eens durfden passeren, moet u dus niet naar de campus van Mike en Sulley gaan.

Wat erger is, is dat Monsters University de niet erg uitdagende doelstellingen die wij vooraf stelden, maar bij momenten haalt. Met andere woorden: voor elke grap die werkt, zit er ook wel eentje die bij een echt goeie Pixar op de vloer onder de montagetafel belandt. Vooral het gebrek aan originaliteit durft al eens stuitend te worden; een slakachtig monster dat, bij wijze van spreken, de benen van onder zijn lijf rent om niet te laat te komen is op zich wel komisch, maar het is een gag die je wel al een dozijn keer eerder hebt gezien – en het is niet de enige keer dat dat gevoel je overvalt bij het bekijken van Monsters University.

Bovendien teert de film ook al te veel op dynamieken en personages uit zijn voorganger. Dat de vormgeving van de randfiguren vaak een stuk simplistischer is dan die van de hoofdpersonages, kan op zich niet zo veel kwaad – dat was in Monsters, Inc. immers ook al het geval. Er zijn echter te weinig monsters die qua karakter en eigenschappen echt werken in het verhaal – mogelijke uitzonderingen zijn Squishy, een veelogig, rubberachtig figuurtje, en Brock, een luid tierend vogelmonster met Rik De Saedeleer-aspiraties. Dat het gros van de bijrollen wordt ingevuld door creaturen waarvan het lijkt alsof regisseur Dan Scanlon en zijn team ze tussen de soep en de patatten op het script hebben gepend, doet de film geen goed; karikaturaal mogen zo’n personages immers best wel zijn – zie onder meer Roz en The Abominable Snowman (‘Do I look abominable to you?’) – maar irritant of vervelend mogen ze niet worden. En dat gebeurt hier een tikkeltje te vaak.

Uiteindelijk zijn het Sulley en Mike, en een sterke laatste akte, die de meubelen enigszins redden. De weg die Mike en Sulley naar een onafscheidelijke vriendschap afleggen, duurt wat te lang, maar zodra ze elkaar hebben gevonden, werkt de chemie tussen de twee weer als vanouds. Komt daar nog bij dat Billy Crystal zijn karaktertje nog steeds van een stem voorziet die elke regel tekst grappig maakt, en dat Scanlon met een bijzonder knap geregisseerde sequentie in the human world afkomt. In het laatste kwartier van de film werkt de hele opzet van Monster University opeens, en hoewel een relatie zoals die tussen Boo en Sulley een beetje een gemis blijft, knettert het slot van de prent, in de eerste plaats dankzij de geweldige personages die Sulley en Mike nu eenmaal zijn, en de onafscheidelijke vriendschap die we al kennen uit die geweldige film van dik tien jaar terug.

Maar toch, aan het eind van de rit – en ik schrijf dit terwijl twee plastieken Mike- en Sulley-figuurtjes me toelachen – schiet Monsters University net dat tikkeltje tekort om Monsters, Inc. eer aan te doen. Opvallend: één van de verwijten die doorheen de film naar Sulleys gehoornde en gekuifde kop wordt gesmeten, is dat hij lui is en te veel teert op de reputatie van zijn vader, een top scarer. Spotten wij hier een beetje zelfkritiek, beste mensen van Pixar? Want het wordt ook tijd jullie nog eens iets fris en vernieuwends uit jullie computers toveren, en jullie fantastische erfenis niet langer oneer aandoen met makke sequels en prequels als Cars 2 of deze Monsters University. Of, om het met de woorden van ene Mike Wazowski te zeggen: put those sequels back where they came from, or, so help me…!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in