Cleijne :: Helden van de Tour

Naar aanleiding van de honderdste Tour de France zette de Nederlandse illustrator Jan Cleijne zich aan de tekentafel om de geschiedenis van de bekendste wielerronde in stripvorm te gieten. Dit boekje vol geïllustreerde non-fictie is sfeervol, maar zwalpt helaas richting eindmeet.

Helden van de Tour is Cleijnes volwaardige stripdebuut. De man voert een pak grote winnaars en opvallende verliezers van de Tour op. Hij vertelt beknopt de verhalen van Garin, Coppi, Anquetil, Merckx, Hinault, Indurain… Er is ruimte voor heldendaden en spannende tweestrijden, maar ook voor de evolutie van de wedstrijd. Cleijne verweeft aanpassingen van de regels of de introductie van een col op gracieuze wijze in een vlot weglezend relaas.

Er is ook plaats voor anekdotes die mee het uitzicht van de Tour hebben bepaald. Vooral wat betreft de pioniersjaren diept Cleijne heel wat op: valsspelers die de trein nemen, een onfortuinlijke renner die kilometers verderop zijn fiets moet laten herstellen en zo de ritwinst door de neus geboord ziet, een nachtelijke rit door helse onweders… Het zijn stuk voor stuk charmante verhaaltjes die in het moderne, geprofessionaliseerde wielergebeuren volledig uitgesloten zijn.

Als Nederlander wijdt Cleijne een aantal pagina’s aan zijn opmerkelijkste landgenoten in de Tour. Van Est (die het geel kwijtspeelde toen hij in 1951 in een ravijn donderde) en Joop ‘De Eeuwige Tweede’ Zoetemelk komen uitgebreid aan bod. Helaas voor ons wordt met geen woord gerept over Van Impe (1 eindoverwinning en een van de beste klimmers aller tijden), Lambot (2 eindoverwinningen en de oudste winnaar ooit), Thys (3 eindoverwinningen en naar eigen zeggen de bedenker van de gele leiderstrui) en andere Belgen die een minder indrukwekkend palmares dan Merckx kunnen voorleggen.

De vertelstijl is droog en zakelijk; de tekst summier. Door de 10 hoofdstukjes compact op te bouwen, ligt de klemtoon op de schetsmatige tekeningen en wordt meteen ook vermeden dat Helden van de Tour een geïllustreerde Wikipediapagina wordt. De aandacht van de lezer wordt getrokken door een mooie, zachte inkleuring die van sepia over paarse tinten naar een breed kleurenpalet evolueert en zo de geschiedenis van foto- en filmmateriaal volgt. Ook de weidse landschappen in de achtergrond — met een knipoog naar tekeningen van Van Gogh — zijn niet onaardig.

De karikaturale gezichten van de renners zijn jammer genoeg van mindere kwaliteit. Vooral op het einde van de strip zijn te veel plaatjes onzorgvuldig afgewerkt. Evans en Wiggins bijvoorbeeld, zijn niet eens treffend weergegeven. Daarenboven vertrekt Cleijne vaak van bestaand beeldmateriaal — heel wat vakjes zijn exacte kopieën van televisiebeelden — waardoor enkel de beginjaren met veel fantasie zijn weergegeven. De strip is bij aanvang dan ook veel meer gericht op sfeer en inventiviteit van de tekenaar. Hoe verder we evolueren in de geschiedenis van de Tour, hoe minder inbreng van Cleijne we bemerken.

We vragen ons dan ook af wie eigenlijk op dit soort boekjes zit te wachten. Voor de Tourfanaat zijn de hele geschiedenis en de anekdotes wellicht geen geheimen(?). Voor de buitenstaander is Cleijnes tekenwerk te onevenwichtig om echt te overtuigen en van Helden van de Tour een onvermijdelijke aanrader te maken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in