Kon-Tiki

In een wereld die beheerst wordt door Amerikaanse eenheidsworst is het telkens weer een opluchting wanneer er nog eens een Europese regisseur opstaat die een straffe film aflevert en internationaal succes vergaart. Toch kent elk voordeel ook zijn nadeel. Wanneer een Europese regisseur zich in de kijker zet, komt die meestal ook in het vizier van Hollywood. En daar loopt het meestal mis. Voorbeelden zijn er genoeg. Oliver Hirschbiegel (Das Experiment, Der Untergang) die zich belachelijk maakt met The Invasion, Florian Henckel von Donnersmarck (Das Leben Der Anderen) die het verschrikkelijke The Tourist aflevert of Gavin Hood (Tsotsi) die verantwoordelijk is voor X-Men Origins: Wolverine. Hetzelfde lot is de Noorse regisseurs Joachim Rønning and Espen Sandberg beschoren, die Jack Sparrow zijn vijfde avontuur mogen gaan inblikken. Maar voor het zo ver is, kan je naar het door hen geregisseerde Kon-Tiki, een klassiek en generisch avontuur gebaseerd op een waar gebeurde heldentocht.

Een heldentocht die begint in 1947. Thor Heyerdahl is een avonturier met een bijzondere interesse in de Polynesische cultuur. Heyerdahl is er van overtuigd dat de inwoners van die regio in de Stille Oceaan afkomstig zijn van Zuid-Amerika en de eilanden niet koloniseerden vanuit het westen. Die theorie wordt door andere wetenschappers weggelachen, waardoor Heyerdahl een drastische onderneming op poten zet. Via een tocht over de oceaan met een bescheiden houten vlot wil hij aantonen dat oude Zuid-Amerikaanse beschavingen ertoe in staat waren om de oversteek te maken. Met enkele medewerkers vertrekt hij vanuit Chili en gaat hij de strijd aan met het ruime sop, de meedogenloze natuurelementen en enkele hongerige zeecreaturen.

De echte cinefielen hebben misschien al eens gehoord van de gelijknamige documentaire, die Heyerdahl tijdens de tocht filmde en die in 1951 de Oscar voor beste documentaire won. Het heeft nog lang geduurd voordat er een ambitieuze filmbewerking aan te pas kwam. Levert dat memorabel materiaal op? Wel, niet helemaal. Rønning en Sandberg spelen lekker op veilig en opteren voor een zeer klassieke en lijnrechte adaptie van de gebeurtenissen, die wel een vorm van fascinatie afdwingen, maar nooit echt een emotionele respons teweeg brengen. De film op zich zou goed passen in het oude Hollywoodentertainment van de jaren dertig: een film die niet om de pot draait en de kijker wil verbazen met een exotische en onbekende wereld, vastgelegd in mooie panoramische beelden. Heyerdahl is dan weer een man die leeft voor zijn onderzoek en daarvoor zelfs zijn gezin achterlaat. Een man gedreven door passie en ontdekkingszucht. Allemaal zeer romantisch.

Met Ang Lee’s Life of Pi nog vers in het geheugen is het moeilijk om niet aan die film te denken als je kijkt naar Kon-Tiki. Ook deze avonturiers krijgen bezoek van allerlei knappe en glimmende oceaanbeesten die voor de nodige wow-momentjes moeten zorgen, totdat enkele haaien het feestje komen verpesten en hopen dat één van onze vrienden in het water sukkelt. Dat doet blijken dat de regisseurs vooral mikken op klassiek entertainment en een schamele spanningsboog. De externe gevaren primeren op de interne obstakels. Zelf hadden we graag wat meer inkijk gehad op de psychische implicaties van zo’n lange tocht, waarbij de reizigers zo lang opgezadeld zitten met steeds dezelfde mensen. Die situatie zou de artistieke vrijheid flink kunnen stimuleren en een regisseur aanzetten om het geheel een wat intensere en menselijkere fundering te geven. Helaas is dat niet het geval. Kon-Tiki gokt liever op een mix van Life of Pi, Jaws, Robinson Crusoe en een vleugje Moby Dick. Wel krijgen we via enkele flashbacks een blik op de relatie van Heyerdahl met zijn vrouw. We zien hoe vrouw en kinderen achterblijven terwijl Heyerdahl wat egoïstisch kiest voor het avontuur. Simpele manier om het personage een gemakzuchtige achtergrond te geven, maar allesbehalve emotioneel ambitieus of doeltreffend.

Kon-Tiki kreeg begin dit jaar een Oscarnominatie in de categorie beste buitenlandse film (die Amour won), wat na het bekijken van de film niet echt een verrassing mag zijn. De Academy is altijd wel te vinden voor klassieke cinema die elke vorm van tierlantijntjes bedachtzaam ontwijkt. Geen te complexe emoties, geen te ingewikkeld plot en personages met een duidelijk doelstelling die gemotiveerd is door een sterke en vastberaden principes.

Vernieuwend is het dus zeker niet, maar het geheel heeft ook een niet te negeren charme. In een wereld die tegenwoordig haast zo klein is als een doperwt spreekt een avontuur zoals dat van Heyerdhal zeer tot de verbeelding. De wereld is de meeste van zijn geheimen ondertussen kwijt, en de regisseurs spelen handig in op die instinctieve nostalgie naar een tijd toen er nog mysteries bestonden. Ze zijn zich gewaar van dit romantische aspect van hun verhaal en weten dat nog degelijk naar hun hand te zetten. We krijgen niet enkel een gevaarlijke oceaan te zien, maar ook een geïdealiseerde oceaan. Een glinsterende blauwe oneindigheid, bewoond door sprookjesachtig in beeld gebrachte fauna, een wereld die lijkt los te staan van elke menselijke aanwezigheid. De prachtige fotografie en weidse shots helpen dat idealistische beeld een heel eind vooruit.

Kon-Tiki is een film opgebouwd uit voorspelbare dynamieken. Dat de prent toch aangenaam wegkijkt, is hoofdzakelijk te danken aan de indrukwekkende en waargebeurde premisse. De feiten zijn duidelijk gedramatiseerd om de entertainmentwaarde van de film op te krikken. Enig inhoudelijk gewicht wordt daarbij over boord gegooid, waardoor je opgezadeld blijft met old school escapisme dat eerlijke intenties heeft en je als kijker wil meesleuren in een kinderlijk enthousiasme voor de exploratie van the great unknown. Wat meer psychologische diepgang had niet misstaan. Maar uiteindelijk is dit het soort jongensverhaal dat je met overdreven gebaren vertelt aan zoonlief voor het slapengaan. En daar is niets mis mee.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in