Chelsea Light Moving :: Trix, 13 juni 2013

Een stel jonge honden dat even gedreven als wars van zin voor perfectie een explosieve set brengt, zo laat Chelsea Light Moving zich omschrijven na zijn eerste zaalconcert ten lande. Het enige dat niet klopt in het plaatje, is dat dit het nieuwe bandje van een rockveteraan is.

Maar wat dondert het ook? Thurston Moore lijkt er in geslaagd te zijn de, vermoedelijk loodzware, erfenis van Sonic Youth achter zich te laten en met een wit blad te beginnen. Natuurlijk zijn er echo’s en een oude postbode leer je geen nieuwe ronde, maar -net zoals in het Rivierenhof vorige zomer, of op de debuutelpee begin dit jaar- overdondert Chelsea Light Moving vanavond, niet in het minst dankzij zijn frontman, die bij momenten trekjes van een ongeleid projectiel vertoont.

“Be fucking mad!” klinkt het dan ook beangstigend gemeend in “Lip”, dat als protestsong aangekondigd wordt. Het lijkt wel een van de levensmotto’s die Moore in zijn meest recente nummers meegeeft, verpakt in een lading snoeiharde riffs. “Be a warrior and love life” is een andere uit “heavenmetal”, het enige nummer dat lijkt te ontbreken in de set en die toch nog een beetje als albumpresentatie gezien kan worden.

Dat gemis wordt echter ruimschoots goed gemaakt door de aanwezigheid van een nieuw nummer als “The Ecstacy”, in feite een gedicht van John Donne, dat door Moore en zijn huurlingen op muziek gezet werd die genadeloos in het trommelvlies kerft. Ook “No Go” is een nieuwkomer. Begint het nummer nog enigszins gezapig, dan duurt het niet lang voor Chelsea Light Moving een geslaagde poging onderneemt Black Flag in snelheid en intensiteit te kloppen.

“Alighted”, op plaat zo’n beetje het metal-nummer van Chelsea Light Movement, ontpopt zich vanavond als een op vroege Dinosaur jr-geinspireerde explosieve aanval, een song die zichzelf door je strot ramt, om daar vervolgens nog even doodleuk te keer te gaan, op het ogenblik dat -na het noisy gedeelte- de band zichzelf als een komeet lanceert.

Een furieus “Burroughs” bouwt dan weer pompend op tot het viertal net niet over de rooie gaat. In bisnummer “Staring Statues” is het bovendien een oudere figuur -hij schijnt Bruno te heten- die van ver wat op William S. Burroughs lijkt, die het van Moores jazzmaster overneemt en voor de nodige feedback zorgt om het concert van een gepaste afsluiter te voorzien.

Waar Sonic Youth door de decennialange ervaring immers met de ogen dicht een concert kon afwerken en altijd weer op zijn pootjes terecht kwam, is Chelsea Light Moving bij momenten nog een chaotisch zootje ongeregeld dat er niet mee zit om nu en dan uit de bocht te gaan. Die trashy aanpak werkt zowaar, gezien de vonken die op het podium ontstaan, waarmee deze debutant met dertig jaar ervaring op de teller nog aangenaam blijft verrassen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in