Black Sabbath :: 13

Nooit gedacht dat het er ooit van zou komen: Black Sabbath heeft zijn eerste plaat in 35 jaar uit met oorspronkelijk zanger Ozzy Osbourne. En 13 overtreft alle verwachtingen, want deze Black Sabbath klinkt zoals die uit de eerste helft van de jaren zeventig.

Tussen Forbidden, de vorige plaat van Black Sabbath, en 13 zit maar liefst 18 jaar. Maar wie had ooit gedacht dat de vaders van de heavy metal in 2012 de studio zouden induiken voor hun negentiende plaat? Eigenlijk was Black Sabbath al in 2001, na een succesvolle reünietournee waaruit de liveplaat Reunion sproot, met superproducer Rick Rubin beginnen werken aan een nieuwe plaat. Maar Osbourne moest toen ook zijn soloplaat afmaken. Nadien werd hij dankzij The Osbournes, die van 2002 tot 2005 werd uitgezonden, ook een legendarische tv-persoonlijkheid. Maar de realityserie was soms nog gênanter dan De Pfaffs, want een aan drank verslingerde Ozzy, een drugsverslaafde zoon, gekke dochter en pissende chihuahua speelden de hoofdrol.

Van 2006 tot 2010, terwijl Osbourne zich opnieuw op zijn solocarrière richtte, kwamen twee “serieuze” Black Sabbath-leden, gitarist Tony Iommi en bassist Geezer Butler, samen met zanger Ronnie James Dio en drummer Vinny Appice onder de naam Heaven & Hell, genoemd naar het eerste Sabbath-album met Dio. Maar Dio stierf in 2010 aan kanker. Het jaar daarop volgde wél hoopvol nieuws, want er werd een grote reünie met Osbourne en drummer Bill Ward aangekondigd. Pech bleef Black Sabbath echter achtervolgen: er werd lymfeklierkanker vastgesteld bij Tony Iommi. Tournee afgelast. Tot overmaat van ramp wilde drummer Bill Ward niet meer de studio in door contractuele toestanden en raakte Ozzy opnieuw aan de drank. Net al die tegenslagen lijkt van 13 een oerdegelijke plaat gemaakt te hebben.

Veel tijd om een nieuwe plaat te maken is er natuurlijk niet meer en dat hoor je op 13. Black Sabbath mag dan een band zijn met negen levens zijn, je voelt de urgentie en vertwijfeling over de toekomst. “End Of The Beginning” is dan een geniale albumtitel. En meteen de vroege Black Sabbath kort samengevat: Iommi, de menselijke riffmachine, die de apocalyptische teksten van Butler vakkundig begeleid met afwisselend laaggestemde, trage gitaren en spookachtige melodieën, vocaal versterkt door de verrassend overtuigende huilsirenes van Osbourne — “Rewind the future to the past”, zingt hij. Enkel de drums van vervanger Brad Wilk (Rage Against The Machine) — helemaal geen slechte drummer, alleen kan hij onmogelijk de unieke techniek van Ward evenaren — komen ietwat houterig over.

Nog een goed voorbeeld van dat nostalgische gevoel is eerste single “God Is Dead?”; van bij de eerste luisterbeurt een apocalyptisch en briljant nummer. “Lost in the darkness/ I fade from the light […] help me make it through the night”, zingt Ozzy. Je kan zeggen dat de teksten aan het clichébeeld van de band — veel obscuriteit — moesten beantwoorden. Iommi legt je het zwijgen op met een monumentale riff ergens in de zesde minuut. Ook in “Loner” zit een groove om van te smullen. In “Zeitgeist” overheersen dan weer de akoestische sound, lichte drums en echoënde vocalen. Je wordt teruggekatapulteerd naar 1970, het jaar waarin hun legendarisch, psychedelisch nummer “Planet Caravan” verscheen op Paranoid.

Iets, maar dan ook maar een beetje minder imponerend zijn “Age Of Reason” en “Live Forever”, waarbij we iets te veel een automatische piloot-gevoel krijgen. De zware mid-tempo riffs in het eerste nummer komen zijn te repetitief. We zijn wel te vinden voor de “Alright, yeah!” die Ozzy roept in het nummer, zoals op “Sweat Leaf” uit 1971. Met “Live Forever” wilde Iommi duidelijk teruggrijpen naar de tijd van derde plaat Master Of Reality (1971), want de galopperende gitaren doen denken aan “Children Of The Grave”.

Het echte hoogtepunt is ongetwijfeld “Damaged Soul”: een machtige brok bluesrock. De loodzware baslijnen van Geezer Butler, de donkere teksten (“I’m losing the battle between satan and god”, de bluesriffs en die weergaloze Jimi Hendrix-achtige solo: alles past in het plaatje. Rubin is geen Rodger Bain, de man de eerste drie platen van Black Sabbath voor zijn rekening nam, maar levert hier wel mee een knap staaltje monolithische metal af. Ook afsluiter “Dear Father”, waarin Ozzy van leer trekt tegen pedofiele priesters, en de bonusnummers (“Methademic”, “Peace Of Mind” en “Pariah”) — stuk voor stuk ideaal om te nekspieren te belasten — mogen er zijn.

Vervangend drummer Brad Wilk een paragraaf lang verwijten naar zijn hoofd slingeren, zou onrespectvol zijn. Het grootste minpunt aan 13 is en blijft de vlakke, moderne productie. Verwacht je dus niet aan een primitief, brutaal geluid zoals begin jaren zeventig. Waar Rubin wel in geslaagd is, is de klassieke kwaliteiten van de band van op zijn eerste vijf legendarische albums uit te spelen. Maar na 45 jaar bestaan en zo veel bijna doodervaringen nog zo’n plaat schrijven, moet vooral voor Black Sabbath een huzarenstukje geweest zijn.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in