The Act of Killing

Wie ooit eens negen en een half uur op overschot heeft, moet zich absoluut eens wagen aan Claude Lanzmanns ondertussen ietwat verouderde, maar nog altijd indrukwekkende documentaire epos Shoah. Lanzmann voert interviews met overlevenden van de holocaust, met Poolse burgers die wisten wat er aan de gang was én, opvallend, zelfs met enkele ex-nazi’s die op dat moment nog vrij rondliepen. Die gesprekken deden natuurlijk het meeste stof opwaaien, omdat ze de daders de kans gaven om hun eigen perspectief te bieden. Hun rationaliseringen, hun uitvluchten, hun verdediging – waarbij het natuurlijk maar de vraag was wie ze probeerden te bedotten: zichzelf of Lanzmann. De nieuwe documentaire The Act of Killing is volledig opgebouwd rond dit centrale idee van de dader die aan het woord komt, en voegt er een ingenieuze cinematografische twist aan toe. Het resultaat is een beklijvende, pure, complexe film die zichzelf op een moedige manier in troebel moreel water begeeft.

In 1965 vond er in Indonesië een militaire coup d’étât plaats, waarbij de populaire communistische partij eerst politiek buiten spel werd gezet, en de vermeende leden van die partij daarna systematisch werden afgeslacht. Op ongeveer een jaar tijd werd pakweg een miljoen mensen brutaal afgeslacht door paramilitaire organisaties zoals de Pancasila Jeugd, en door freelance gangsters die gewoon kickten op de macht over leven en dood. De moordenaars werden achteraf nooit vervolgd en vertellen trots over hun daden. Regisseur Joshua Oppenheimer plaatst een aantal van hen voor zijn camera en laat hen vertellen over wat ze hebben gedaan, maar hij gaat nog een stap verder – en hier onthult de film zijn gewaagde, maar fascinerende opzet: hij staat de moordenaars ook toe om hun daden van toen te verfilmen, op eender welke manier die ze zelf het beste vinden. Op die manier recreëren ze hun gruweldaden van veertig jaar geleden, soms in de stijl van een film noir, soms als een realistisch docu-drama, soms zelfs als een surrealistische western of musical.

The Act of Killing is puur op ethisch vlak al een gewaagde film, omdat het perspectief van de moordenaars nergens expliciet wordt onderbroken – Oppenheimer interviewt geen familieleden van slachtoffers en gaat ook niet ten rade bij historici of andere experten om een ruimere context te creëren. We worden als kijker per definitie in het standpunt van de daders gedwongen. Sommigen van hen zijn vlakaf en ongegeneerd trots op wat ze gedaan hebben, en lachen met de herinnering aan hun verkrachting van 14-jarige meisjes. Heel wat anderen hebben een semi-intellectuele rationalisering te bieden: “Wie bepaalt moraliteit? De winnaar van een conflict is degene die de moraliteit bepaalt. En wij hebben gewonnen.” Nou. Of wat dacht je van deze: “Er is altijd een perspectief van waaruit hetgeen je gedaan hebt, niet fout is. Dat perspectief moet je vinden, en daar moet je jezelf in doen geloven.”

Het idee om moordenaars voor een camera te zetten en er – allicht – dan maar op te vertrouwen dat ze zichzelf wel zullen onthullen voor wat ze zijn, is op zich al gedurfd en confronterend. Maar Oppenheimer gaat nog een stap verder, door hen ook de kans te geven om hun eigen verleden te fictionaliseren. Veel van de ex-moordenaars blijken zowaar filmliefhebbers te zijn, met een voorliefde voor acteurs als Marlon Brando en Al Pacino. Ze modelleren zichzelf naar Hollywoodiaanse gangsters – archetypes die zij zien als “vrije mannen”, mannen die aan niemand verantwoording verschuldigd zijn. De heropvoeringen van de slachtpartijen leveren soms hallucinante taferelen op, en hebben, opvallend genoeg, blijkbaar ook het gewenste effect. De moordenaars herbeleven hun daden en in sommige gevallen maakt dat iets los – een schuldgevoel dat afgestorven leek, een twijfel of ze misschien toch niets te verantwoorden hebben. Door hun eigen ervaringen in scène te zetten, krijgen ze de kans om die van buitenaf te bekijken, bevrijd van hun eigen perspectief.

Dat alles is fascinerend om naar te kijken. Oppenheimer maakt de terreur van die tijd en de willekeur van het geweld bijna tastbaar. Hij dringt zich nergens op als regisseur – geen voice-over, geen opzichtige montage – maar laat zijn hoofdfiguren simpelweg voor zichzelf spreken. Los van een ernstige film over moraliteit, is The Act of Killing ook een prent over de kracht van de cinema. Film gaf de gangsters van Jakarta een eerste idee van hoe ze zich moesten gedragen, welke kleren ze moesten dragen en ga zo maar door. Maar uiteindelijk is het ook film dat hen met zichzelf confronteert, dat hen dwingt tot introspectie. De eindscène spreekt wat dat betreft boekdelen: een oude man kijkt zijn eigen jongere zelf in de ogen en moet letterlijk kotsen van wat hij ziet.

Hier en daar zit er een scène in de prent die een tikkel té perfect aanvoelt, waarin de personages (want dat zijn het tenslotte, personages) net iets té welbespraakt hun gedachteprocessen verwoorden. Voelden we daar een manipulerende hand of is dat gewoon het resultaat van nauwkeurig montagewerk uit wellicht honderden uren materiaal? Bij gebrek aan bewijzen voor het tegendeel, vermoeden we het tweede. Niet dat het echt stoort: Oppenheimer heeft een krachtige, dwingende film gemaakt over – en hier komt het cliché, je vroeg je al af waar hij zo lang bleef – de banaliteit van het kwaad. Letterlijk dat: klootjesvolk dat onder andere omstandigheden wellicht nooit verder was geraakt dan een saai bestaan in een kantoor, maar dat de kans kreeg om zich schandelijk te misdragen, en dat dan ook maar heeft gedaan. De uiteindelijke vraag of er voor deze mensen nog enige redding mogelijk is, laat ik graag over aan moraalfilosofen of mensen die in God geloven. Zelf werd ik vooral meegezogen in de fascinatie van hun wereldbeeld – waarna ik blij was om er weer uit te mogen stappen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in