Ghostface Killah & Adrian Younge :: Twelve Reasons To Die

Hiphop en het criminele milieu hebben, althans op papier en in woord, een lange geschiedenis. Zowat iedereen is het erover eens dat Ice-T en Schoolly D in de jaren tachtig de blauwdruk uittekenden voor de zogenaamde gangsta rap waarmee onder meer Dr Dre, Tupac en Snoop Dogg naam en faam zouden maken. Geworteld in het straatgeweld van alledag prezen en bekritiseerden de O.G’s (original gangsta’s) het leven in de (g)rauwe buurten waar ze leefden.

In diezelfde periode koos Kool G Rap voor een andere omschrijving van het geweld door resoluut de maffiakaart te trekken en zo (samen met onder andere het Texaanse Geto Boys) de “maffioso rap” uit te vinden, een subgenre dat pas echt door zou breken in 1995 met het magistrale Only Built 4 Cuban Linx… van Wu Tang-lid Raekwon. Ook Ghostface Killah, Raekwons partner in crime, wist op zijn intussen indrukwekkende output, het maffia- en gangsterthema ingenieus te bespelen. Meer nog dan zijn maatje (wiens Only Built 4 Cuban Linx II kan worden beschouwd als een auditieve The Soprano’s) durft Ghostface Killah het genre met de nodige knipogen te benaderen, zoals Twelve Reasons To Die ten overvloede bewijst.

In tegenstelling tot andere mc’s die vooral voor de canon van de gangsterfilms genre The Godfather, Scarface, etc. opteren, geldt op dit album als voornaamste inspiratiebron het Italiaanse giallo-genre; groezelige misdaadverhalen die een groteske en licht-erotische inslag niet schuwen waardoor het hen (onbewust) aan een ernst ontbreekt die bij zijn Amerikaanse tegenhanger veel meer aanwezig is. De premisse van Twelve Reasons To Die mag er dan ook zijn: Ghostface Killah vertolkt het personage Tony Stark (zijn alter ego) die als brute kracht in het Italië van de jaren zestig in dienst is van de DeLuca-maffiafamilie. Na in ongenade gevallen te zijn, wordt hij vermoord en worden met zijn resten twaalf vinylplaten geperst (eentje voor elk hoofd van de familie). Het wordt allemaal nog net iets grotesker wanneer blijkt dat hij terug tot leven komt als de wreker Ghostface Killah wanneer de platen worden afgespeeld.

Hoe absurd en ridicuul de premisse ook mag zijn, toch klinkt het nergens idioot dankzij de scherpe aflevering van Ghostface Killah enerzijds en de knappe composities van Adrian Younge anderzijds. Younge, componist van beroep, dacht het concept uit (dat ook vertaald wordt in een comic) en schreef de muziek, hierbij geïnspireerd door onder meer de soundtracks van giallo-films uit de jaren zestig. Youngs liefde en eerbetoon aan het muzikale genre, inclusief hommages aan Morricone en Dargento, klinkt nergens gedateerd of goedkoop geplagieerd terwijl Ghostface Killah met uitgestreken gezicht de strubbelingen, dood en wederkeer van zijn personage neerzet in lijnen als “It was an evil day the sun glistened over the city, Shined bright through the window and the eyes of my kitty.” en “Rise through the vinyl spin. They took out Starks but the light shines within. It’s the almighty rise of the murderous Ghostface.”

Natuurlijk kan Twelve Reasons To Die niet ernstig worden genomen, althans niet in zijn opzet, maar muzikaal gelden andere normen en daar stelt het duo allesbehalve teleur. Zo maakt de warme soultoets in “Beware Of The Stare” en het dromerige “Revenge Is Sweet” al meteen duidelijk dat Younge zich het geluid van de Wu Tang en Rza in het bijzonder aardig eigen heeft gemaakt zonder als een goedkoop doorslagje te klinken. Dat Younge naast het werk van Rza zijn oor ook meer dan te luisteren heeft gelegd bij de traditie van de Italiaanse soundtrack, verduidelijken nummers als “Center Of Attraction” en “Enemies All Around Me”. De ultieme bekroning volgt uiteraard in deze nummers waar beide invloeden samenkomen, zoals het geval is in “An Unexpected Call (The Set Up)” en “The Sure Shot (Pt One & Two)”.

Wie binnen de ondertussen ook al tot in den treure uitgemolken maffioso-rap nog opzien wil baren, moet onderhand van goeden huize komen. Raekwon herhaalde zijn huzarenstukje door een doordacht en indrukwekkend reflecterend werkstuk af te leveren; zijn spitsbroeder (ook voor geen kleintje vervaard) opteerde voor een al even originele maar sterk afwijkende aanpak: een auditieve variant op het giallogenre. In mindere handen zou het tot een goedkope pastiche of een halfbakken werkstuk geleid hebben, maar in de handen van Ghostface Killah en Adrian Younge is Twelve Reasons To Die een muzikaal equivalent geworden van de betere Tarantino-film: geheel conform de regels gemaakt maar tezelfdertijd een postmoderne reflectie en hommage aan een (bizar) subgenre.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negen − 4 =