Nathan Englander :: Waar we het over hebben wanneer we het over Anne Frank hebben

De grootste eer voor een schrijver? Noch een bankrekeningsaldo eindigend op meer en dan een mens vingers heeft, noch herkend worden op straat of bestookt worden met fanmail. Wel collega’s die in rij staan aan te schuiven om het vol lof over je laatste boek te hebben. Zo dongen Jonathan Safran Foer, Jennifer Egan en Jonathan Franzen elk naar een plaats op de flaptekst van de Nederlandse vertaling van Nathan Englanders laatste boek. Alweer een welige verhalenbundel, de tweede van een auteur die nog amper lijkt te kunnen groeien.

Er is iets met de generatie die mei ’68 alleen maar kent van horen zeggen. Nathan Englander werd verwekt in de nasleep van wat allicht de recentste grote socio-politiek-culturele omwenteling was: hij kroop uit de naad van de geschiedenis en groeide op in een spreekwoordelijk ontboezemde wereld. Amerika is weliswaar altijd al het land van de ongelimiteerde mogelijkheden geweest, en op muzikaal, literair en grafisch vlak kreeg Europa de laatste decennia niet zelden staaltjes indrukwekkende creativiteit te zien, ontstaan aan de overkant van de oceaan. Aan alles kleeft in Europa immers een (verlammende?) traditie, en niet in het minst kunstenaars die daar komaf mee proberen te maken krijgen soms te maken met een resem woedende academici die leven bij de gratie van wat inmiddels ruikt naar verschraalde hutsepot. En dat terwijl in de Verenigde Staten het kunstenaarsmateriaal door de Rothko’s en de Cages al ruim een halve eeuw geleden in vraag werd gesteld. Nathan Englander is een telg van een kijk op kunst die vanaf het lege blad papier durft te vertrekken. Er gaat misschien wel grote belezenheid vooraf aan de kortverhalen in deze bundel, maar of Englander uit het oeuvre van Dostojevski kan citeren is eindelijk nog een keer irrelevant. De manier waarop hier immers met de werkelijkheid wordt gespeeld, kan niet vertrekken uit het idee dat kunst een continuüm moet zijn waarbij het verleden in het heden moet worden geïncorporeerd. Precies daarom lest Englander de dorstige lezer die smacht naar literatuur die zomaar uit de pols komt gevloeid – trouwens het lichaamsdeel dat evenveel met de ballen als met het brein te maken heeft.

De verhalen die samen Waar we het over hebben wanneer we het over Anne Frank hebben vormen, houden een mooi evenwicht tussen gedurfde vingeroefening en intelligente compositie. Het soort humor waarmee Englander telkens weer een universum opbouwt, blijkt al uit de titel. Een debutant wordt gegarandeerd naar huis gestuurd met meer dan vijftig karakters bovenaan zijn ingediende manuscript: Englander niet, omdat het een prachtige illustratie is van hoe de auteur met een kleine zinsnede kan prikkelen – een gegeven dat overigens in de hele bundel voorkomt. Zijn eerste reeks kortverhalen, Verlost van vleselijke verlangens, maakte al manifest duidelijk dat Englander een van die jonge Amerikaanse joden is die met een zekere afstand naar zijn geloof kan kijken. Zo spelen de verhalen zich hier vaak expliciet af in joodse milieus, waarvan Englander de onschendbaarheid op een stoutmoedige manier doorprikt. Natuurlijk zijn de personages uit deze kortverhalen broze figuren, die dwalingen vertonen waar iedereen zich wel eens schuldig aan maakt. Vooral in het elkaar benaderen blijkt dat personages niet alleen anderen, maar ook zichzelf schade kunnen toebrengen. Hun kwetsbaarheid ontlenen ze aan een vermogen tot zelfreflectie, dat de schrijver bovendien toelaat heel persoonlijk met de materie om te gaan. Er is misschien wel afstand tot de wereld waarin de personages vertoeven, maar niet tot hun innerlijk. Precies dat brengt de ogenschijnlijk vreemde verhalen van Englander dicht bij het bed van de lezer. Zodat Waar we het over hebben wanneer we het over Anne Frank hebben uiteindelijk aan het nachtkastje blijft kleven.

Is het ongehoord om de Holocaust te herleiden tot een fait divers? Natuurlijk. Maar aan de keukentafel van een doorsnee gezin met twijfels is dat precies wat er gebeurt: zonder kwade bijbedoelingen, maar op zoek naar antwoorden op vragen die een mens met de mond vol tanden achterlaten. Precies het omkaderen van een dergelijk streven is wat Nathan Englander doet in acht vertederende, grappige en inspirerende verhalen. Een boek dat je weglegt met het idee dat je er zelf in had kunnen voorkomen – ware het niet dat een mens van een meter zeventig niet past in het schattige, hoogst comfortabele formaat waarin uitgeverij Anthos dit boek de wereld heeft ingestuurd.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in