Still Corners :: Strange Pleasures

Met Creatures Of An Hour kwam Still Corners twee jaar geleden ons leven schuifelend binnen geslopen. Op het nieuwe Strange Pleasures bevestigt het gezelschap rond songwriter en multi-instrumentalist Greg Hughes en zangeres Tessa Murray zijn reputatie als leverancier van betoverende songs.

Er is al veel gezegd en geschreven over wat gemakkelijkheidshalve dreampop genoemd wordt, de — om het even oneerbiedig te stellen — soundtrack bij het hipsterleven. Maar als er een parel opduikt, wordt de hype aan de kant geschoven om plaats te maken voor iets dat zich laat omschrijven als onontkenbare schoonheid.

Daarin blijkt Still Corners een gulle verdeler te zijn. Strange Pleasures bevestigt dat de band met zijn debuut geen lucky shot afgeleverd heeft en weet vanaf de eerste luisterbeurt een atmosfeer te creëren die je niet loslaat, zelfs niet nadat het album eindeloos rondjes heeft liggen malen in een zachtjes oververhitte cd-speler.

Verantwoordelijk daarvoor is de chemie die ontstaat wanneer Hughes en Murray hun talenten bundelen. “Beginning To Blue” is een mooi voorbeeld van hoe de slepende synthesizerklanken die Hughes tevoorschijn tovert op maat van Murrays bedwelmende stem gemaakt zijn. Dit is hoe de nacht klinkt in de mooiste meisjeskamerfantasie, zoals ook blijkt uit de smachtende manier waarop “I Can’t Sleep” neerdwarrelt. Zelden klonk liefdesverdriet zo mooi als in dit verslavend kleinood.

Strange Pleasures vormt voor Still Corners eveneens de gelegenheid om zich van zijn meer bevlogen kant te laten horen. Murray hoeft niet noodzakelijk meer te fluisteren om te imponeren, maar durft zo nu en dan de expressieve toon van Lana Del Rey aan te nemen, als de nummers daar om vragen, zoals in de ietwat uptempo single “Fireflies” blijkt. Datzelfde nummer is voor haar partner in crime ook de uitgelezen kans om kitscherige 80’s-synthesizers op een nuttige manier in te schakelen.

Die aanpak vormt eveneens het uitgangspunt van “Midnight Drive”, dat zo op de soundtrack van Drive had gepast. De song flirt geen klein beetje met Kavinsky’s “Nightcall”, maar storen doet dat niet. Het is eerder zoals ontdekken dat een leuk meisje nog een pracht van een zus heeft.

In “Berlin Lovers” wordt Still Corners bijna dansbaar, maar zelfs in dat geval blijft de idylle primeren op de funkiness, hoewel die ontegensprekelijk aanwezig is in dit nummer. Maar, zoals Murray zingt, is ook dit eaten by desire. Of het tempo enigszins hoog ligt, zoals in dit nummer, of er akoestisch en introspectief te werk gegaan wordt, zoals in “Going Back To Strange”, telkens weet Still Corners een sfeertje op te roepen waar je eindeloos in zou willen verdwalen.

Op die manier heeft dit Brits gezelschap zichzelf stilaan op de kaart gezet. Kon Still Corners ten tijde van het debuut nog enigszins afgedaan worden als Beach House-adepten, dan bewijst de band anno 2013 dat ze wel degelijk hun eigen plaats waard zijn. Dit is drie kwartier schoonheid, badend in het zweverige en diffuse licht van een lavalamp die kleurrijke schaduwen werpt van lieflijke taferelen. De nachten zullen nooit meer hetzelfde zijn sinds Strange Pleasures zijn intrede deed.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in