Counting Crows :: Echoes Of The Outlaw Roadshow (Live)

Het is alweer een tijdje geleden sinds de Counting Crows weer eens met origineel werk afgekomen zijn: vijf jaar zijn voorbijgegaan sinds het uitstekende Saturday Nights And Sunday Mornings. Je zou het vorig jaar uitgebrachte cover-album Underwater Sunshine bezwaarlijk nieuw werk kunnen noemen, hoewel het een leuke maar te lange momentopname was van een band die zich kostelijk amuseerde met hun favoriete liedjes. In vergelijking daarmee is dit liveverslag van hun Amerikaanse zomertoernee vorig jaar dan weer té slordig en vaak overbodig.

Nochtans horen Counting Crows op hun best zonder twijfel tot de allerbeste livebands die er in het rockcircuit circuleren: hun gevoel voor dynamiek, onderlinge improvisaties en de constante veranderingen in de setlist maken hen tot een band die het niet alleen waard is om verschillende avonden na elkaar te gaan zien, maar ook om fanatiek te bootleggen. Legendarische, uitgesponnen versies van “Round Here”, “Rain King” of “Goodnight Elisabeth” zijn legio en overal op het internet te vinden. Op dit album zit het probleem hem echter vaak bij frontman Adam Duritz die ronduit achteloos staat te zingen of parlando stukjes bij elkaar haspelt terwijl de band er doelloos op los ramt.

Absoluut dieptepunt van collectieve slordigheid moet “Sundays” zijn. Het is een tekstueel staaltje nihilisme dat in deze slappe live versie door de valse noten van Duritz en het achtergrondkoortje in dronkenmansgewauwel verzuipt. Ook “Rain King”, vroeger nog een sterkhouder, klinkt rommelig en verliest veel van zijn emotionele kracht door de break waarmee het refrein begint. Je hoort wel dat de band zich uitstekend amuseert, maar als luisteraar heb je er geen idee van wat ze doen, terwijl Duritz in het intermezzo flarden van Elbows prachtige “Lippy Kids” de vergetelheid inkreunt. Een oorvijg zoals de bomma die vroeger nog mocht uitdelen, dat verdienen ze!

”Untitled (Love Song)”, een cover van The Romanye Rye, tekent voor een van de beste uitvoeringen hier, maar ze blijven dan ook gelukkig dichtbij de versie van Underwater Sunshine van vorig jaar. Hier komt het enthousiasme van de band, voor een keer, wél over. In alle opzichten was het live album New Amsterdam uit 2006 beter: Adam Duritz klonk alsof hij elk moment in elkaar kon storten en de band speelde delicater en genuanceerder dan ooit. Het was een plaat die kon tellen als schakelstuk, een noodzakelijk deel van Duritz’ verhaal, tussen Hard Candy uit 2002 en het verslag van een zenuwinzinking dat Saturday Nights And Sunday Mornings zes jaar later was.

Het best klinken de Counting Crows als ze akoestisch en delicaat spelen, omdat je dan een nuance hoort die ten zeerste gemist wordt op andere nummers: Dylans “Girl From The North Country” is de ideale opener, voorzichtig en breekbaar, gezongen alsof het meisje alles voor Duritz betekent, een mikpunt voor zijn romantische projecties en onvervulde verlangens. Ook Grateful Dead-cover “Friend Of The Devil” klinkt goed: het wijkt niet veel af van de plaatversie van de best-of, maar waait als een aangenaam koele bries tussen al dat roekeloze gemusiceer. Dat ook het zelden uitgevoerde “Carriage” of “Up All Night” op dit album te vinden zijn, verlichten de pijn, maar de vraag blijft: waarom moest dit album nu zo nodig uitgebracht worden?

Dat is misschien wel het centrale probleem van dit album: je verwacht er gewoon veel meer van dan wat casual ingespeelde pret. “Mercury” heeft met zijn opgevoerd tempo niets van de broeierige sleper dat het hoort te zijn terwijl een te lang uitgerokken “Round Here” tussen goed en vergetelijk blijft dwalen. Een album dat te afstandelijk klinkt voor nieuwelingen en dat niets toevoegt aan de collectie van die hard fanaten moet daarom maar zo snel mogelijk met de mantel der liefde bedekt worden. Wij wachten wel op nieuw werk. Hint gesnopen, Adam?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negentien − 16 =