Fire with Fire

Het kan er soms ironisch aan toe gaan in de filmwerld. Terwijl er jaarlijks wel tientallen interessante films door de mazen van het net van de Belgische distributie glippen, krijgt iets als Fire with Fire plots wel een release. In de V.S. kwam de film vorig jaar al zonder de minste buzz uit op dvd, en het is niet moeilijk te begrijpen waarom. Fire with Fire heeftimmers straight-to-video written all over it: wanneer 50 Cent mag komen opdraven als imponerende bendeleider, weet je wel waarin je beland bent. Blijft er wel de vraag: is het op zijn minst vermakelijke straight-to-video?

Jeremy Coleman (Josh Duhamel) is een vlotte brandweerman wiens leven overhoop gehaald wordt wanneer hij getuige is van een racistische moord: een zwarte nachtwinkeluitbater en zijn zoon worden koelbloedig afgemaakt door David Hagan, de gevreesde baas van een neo-nazistische organisatie (Vincent D’Onofrio). Het witness protection program geeft onze held een nieuwe identiteit, maar de sloeber kan het niet laten om te beginnen flikflooien met de agente (Rosario Dawson) die hem superviseert. Wanneer de booswichten het liefelijke koppel op het spoor komen, breekt de hel los. Jeremy beseft nu dat terugvechten de enige optie is.

In zodanig simpele actiefilms als Fire with Fire is een charismatische held in de hoofdrol eigenlijk wel een must. Iemand die erin slaagt om de eenvoudige wraakgevoelens die aan de basis van de plot liggen een beetje gewicht mee te geven en bij voorkeur een soort larger-than-life uitstraling (of een koddig Oostenrijks accent) heeft. Josh Duhamel behoort echter tot de ‘nieuwe ‘ generatie helden: een afgeborstelde, nietszeggende everyman met een totaal gebrek aan persoonlijkheid dat enkel kan voortkomen uit de hoop om met een zo neutraal mogelijk personage een zo groot mogelijk doelpubliek aan te spreken. De andere castleden zijn dan weer verrassend sterk, maar hun potentieel wordt niet benut. Men heeft nochtans wel geprobeerd om de altijd fleurige Rosario Dawson voor te stellen als een sterke vrouw: zo moet ze bijvoorbeeld op een gegeven moment de held demonstreren hoe je een pistool afvuurt. De wereld op zijn kop! Maar toch konden de makers het niet laten om haar na ongeveer een kwartier al braafjes achter de haard te droppen, terwijl het hoofdpersonage alleen ten strijde mag trekken. Verder is er nog actieveteraan Bruce Willis die evengoed had kunnen thuisblijven, want hij lijkt haast verdwaald op de set. Willis speelt de volledig onbeduidende rol van de lokale sheriff, wiens uiteindelijke bijdrage aan de plot zo goed als nihil is.

Gelukkig zijn de antagonisten wel van een steviger kaliber, wat in dit genre misschien zelfs nog belangrijker is dan een sterke held. Verstandige keuze natuurlijk om de immer akelige Vincent D’Onofrio (wij hebben nog steeds nachtmerries van zijn prestatie als Private Pyle in Full Metal Jacket) te casten als onmenselijke sadist en ook de cockney slang spuiende rottweiler Vinnie Jones is meestal een meerwaarde in dit soort hersenloos vermaak. Om maar te zwijgen van de eindeloos lijkende reeks besnorde speknek-handlangers die Hagan in zijn entourage heeft rondlopen. De film krijgt daarnaast ook een erg rauw kantje vanwege het racistische, white trash karakter van de slechteriken en lijkt op die manier uit het neo-grindhouse vaatje te tappen, zoals het heerlijk foute Death Sentence dat ook al deed. Het handig inspelen op dergelijke onderbuikgevoelens maakt de impact van dit soort simplistische trash altijd des te groter.

Toch is de film te ‘proper’ om echt voor exploitatie te kunnen doorgaan. Tegenwoordig is er in Hollywood namelijk de tendens om burgers op het wraakpad als gevoelig en menselijk voor te stellen. De held van dienst heeft bij momenten ethische bezwaren bij zijn nietsontziende killing spree en wordt zelfs onwel wanneer hij de vingers van een neo-nazi eraf knipt. What a wuss. We zien ook dat het iemand is die uit noodzaak moordt, namelijk om zijn geliefde te beschermen, en dus niet vanwege een soort misplaatst gevoel van morele superioriteit ten opzichte van misdadigers. Dit staat allemaal in schril contrast met traditionele vigilantes zoals Charles Bronson die zelfs hun echtelijke plichten ontweken om meer tijd in het afslachten van bad guys te kunnen steken. Al helemaal ongewoon is hoe de gebruikelijke rechtse maatschappijkritiek van het genre totaal afgezwakt lijkt: nergens is er sprake van gechargeerde commentaar jegens de politie (die mensen doen per slot van rekening ook maar hun job) en de advocaat van slechteriken wordt voor een keer eens niet als een immorele cynicus voorgesteld. Integendeel, hij blijft zijn cliënt enkel verdedigen uit vrees voor represailles en vanwege een idealistisch geloof in het rechtsysteem.

De enige echt onuitstaanbare momenten in het voor de rest vermakelijke Fire with Fire zijn, u raadt het al, de scènes waar we de personages beter leren kennen. De verplichte romantische subplot is nergens geloofwaardig, maar nog veel onnozeler is de zwaarwichtige filosofie die het hoofdpersonage erop nahoudt. Een verwoede poging om een schim van een protagonist toch iets van eigenheid mee te geven. Maar gelukkig zijn dit soort scènes schaars en doet de film voor de rest wat hij moet doen: entertainen. Fire with Fire is dan misschien wel banaal, voorspelbaar, routineus en niet eens een hoogvlieger binnen het genre, maar wel een solide geconstrueerd massaproduct zonder enige pretenties. En daar zijn positivo’s zoals wij soms allang tevreden mee.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in