The Grandmaster

Wong Kar-Wai is zo attent geweest om zes jaar te wachten voordat hij nog eens een nieuwe prent uitbracht, wat net genoeg tijd was om het rampzalige My Blueberry Nights uit ons geheugen te bannen. Buitenlandse regisseurs en uitstapjes naar de Verenigde Staten, het is niet altijd een geslaagd huwelijk. Vertrouwde stijlkenmerken kunnen plots misplaatst en geforceerd aanvoelen in een Amerikaanse context. Of had het toch eerder te maken met de overdaad aan visuele flair waar Kar-Wai steeds dezelfde thema’s mee overbenadrukt? Was de man misschien zelfs over zijn piek heen? Wat het antwoord ook moge zijn, het is op zijn minst een verademing dat Kar Wai vandaag komt aanzetten met het groots opgezette martial arts epos The Grandmaster, een film die radicaal breekt met de dromerige liefdesdrama’s waarvoor hij bekend is geworden.

De film vertelt het levensverhaal van vechtkunstlegende Ip Man, de leermeester van niemand minder dan Bruce Lee en een cultfiguur in China over wiens persoon er de laatste jaren al enkele populaireactiefilms gemaakt werden. Centraal staat de ontluikende liefdesverhouding tussen Ip Man en Gong Er, beiden grandmasters van rivaliserende Kung Fu-scholen. Gebonden aan trots, discipline en respect voor traditie, blijft hun relatie echter steken op een platonisch niveau. Maar de strikte cohesie van het sociale weefsel waarin ze zich bevinden, wordt volledig aan diggelen geslagen bij de Japanese invasie eind de jaren ’30. Noodgedwongen keren ze hun oude leven de rug toe en worden ze allebei getroffen door de verscheurende gevolgen van de oorlog. Jaren later kruisen hun wegen opnieuw.

Dat The Grandmaster een verkorte versie is van Kar Wai’s oorspronkelijke 4 uur durende cut, is ergens wel aan het eindresultaat te merken. De film probeert ondanks zijn relatief korte speelduur wel heel veel materie te behandelen en sommige centrale plotelementen lijken afgehaspeld, waardoor het verloop verwarrend kan overkomen. Toch is deze fors getrimde film eigenlijk a blessing in disguise: de gefragmenteerde plot sluit naadloos aan bij Kar Wai’s gebruikelijke vertelstijl en bij de thematiek. In plaats van Ip Man’s levensverhaal nodeloos uit te spinnen, krijgen we (bewust) onsamenhangende fragmenten te zien van zowel belangrijke sleutelmomenten als loutere impressies van triviale gebeurtenissen. Dankzij die structuur kan Kar-Wai zijn vertrouwde gevoel van nostalgie toch weer oproepen.

De film probeert ook nergens de achtergrond van de personages,hun levensstijl en de tijdsgeest uitgebreid te behandelen, maar wil in plaats daarvan eerder een bepaalde sfeer oproepen. De sfeer van melancholie. Hoewel de film qua premisse botst met Kar Wai’s intieme relatiedrama’s, is The Grandmaster duswel een thematische voortzetting van zijn eerder werk. Zeker naar het einde toe is het duidelijk dat martial arts slechts het kader vormt en dus inwisselbaar is: gemiste kansen, onmogelijke liefde en verloren traditie zijn de elementen die de hoofdpersonages definiëren. De Chinese couleur locale is volledig ondergeschikt aan een sfeer van verloren herinneringen. Een universeel gegeven, dat herinneringen oproept aan Sergio Leone’s meesterwerk Once Upon a Time in America. The Grandmaster maakt zelfs een directe verwijzing naar die film door het nummer Deborah’s Theme te gebruiken tijdens de emotionele climax. Net als bij Noodles en Deborah, is de affectie tussen Ip Man en Gong Er vooral impliciet, om enkel in een handvol scènes naar boven te komen. Dat geeft hun relatie een enigmatisch karakter, alsof het om een liefde gaat die alle gewoonlijke banaliteiten overstijgt. Of is dat enkel het gevolg van het vertekende beeld van nostalgie?

De choreograaf van dienst was Woo Ping Yen, bekend van onder andere The Matrix en Kill Bill. De gevechtsscènes lijken op het eerste zicht perfect in zijn straatje te passen: duizelingwekkend, inventief, maar tegelijkertijd ook overdreven uitgebreid en hectisch gemonteerd, wat enigszins clasht met de sobere dramatiek waar de film naar streeft. Toch is het opmerkelijk dat Kar Wai zelfs op deze scènes zijn stempel heeft weten te drukken: hij legt de klemtoon op de gemoedstoestand van de personages en het intieme karakter van een gevecht. Het duel tussen Ip Man en Gong Er krijgt zelfs een amoureuze lading, aangezien elke andere vorm van innig fysiek contact uit den boze is. Deze atypische kijk op gevechtsscènes geeft de film een zekere diepgang die andere recente martial arts films niet hebben. De oubollige romantiek, oosterse mystiek en uitzinnige gevechten van Ang Lee’s Crouching Tiger, Hidden Dragon of Zhang Yimou’s tweeluik Hero en House of Flying Daggers zijn veel minder interessant, maar tegelijkertijd ook niet bepaald vergelijkbaar.

De elegantie van elk shot, de finesse van elke beweging en het ongelofelijke oog voor detail zorgen bij momenten wel voor een gevoel van kunstmatigheid. Bovendien deinst Kar Wai er niet voor terug om de thematiek audiovisueel zoveel mogelijk in de verf te zetten: de tragiek van de plot gaat gepaard met close-ups, aanzwellende vioolmuziek en warme belichting. De beelden stralen echter zoveel ongedwongenheid uit dat de esthetiek nergens als een filmische truc aanvoelt. Daarenboven is het bewonderenswaardig hoe Kar Wai niet probeert te manipuleren door zijn sterk beladen filmtaal en nooit opzichtig sentimenteel te werk gaat. Zo wordt de dood van Ip Man’s kinderen als een loutere formaliteit meegedeeld in een korte, minimalistische scène zonder geluid. Het is desalniettemin een moment dat door merg en been gaat. Redenen genoeg dus om Wong Kar Wai, nog steeds een grandmaster van de cinema, niet af te schrijven.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in