The Bureau Of Atomic Tourism :: 18 april 2013, Récyclart

Anderhalf jaar geleden speelde Teun Verbruggens BOAT z’n eerste concerten. Nu is het sextet terug met twee live albums (een cd én een lp, Arco Idaho, die enkel collectieve improvisaties bevat) en een nieuwe reeks van acht concerten, waarvan het zesde hen naar Brussel voerde. We kregen er een goed geoliede band te zien die zijn unieke sound bewaarde, maar nog won aan complexe interactie.

Bijna vergeten dat het er in het zaaltje onder station Brussel-Kapellekerk altijd een beetje anders aan toe gaat. Rond 21u was er haast niemand opgedaagd, waardoor het concert van InnerMap wat later startte. Dat is het project van de Franse gitarist Richard Comte, die onder die naam een soloalbum uitbracht op Verbruggens Rat records en met behulp van gitaar, effecten en hulpstukken wil bouwen aan een instrumentaal landschap dat geïmproviseerde bewegingen verpakt in een bedwelmende luisterervaring. Dat lukte alleszins goed op dit podium, want in amper 25 minuten voerde hij de luisteraar via drukkende drones, ambientachtige golven en ongebruikelijke frequenties door een geïnspireerd concert.

Hij ging van start met een strijkstok en al snel een volume om ‘U’ tegen te zeggen. Behoorlijk heavy en door z’n crescendo-aanpak voorzien van een versmachtende intensiteit. Na een abrupte stop werd het korte openingsstuk gevolgd door een langere beweging die begon met een paukenstok op de snaren en klanken die deden denken aan de resonanties van een afgelegen klokkentoren. Hier was er meer ruimte voor finesse, al zorgde het gebruik van loops en een tweede gitaar voor een nieuwe climaxwerking die piekte bij een passage die zich tussen de noise van Sonic Youth en de atonale grandeur van Glenn Branca nestelde. Daarna werd gewerkt met meer contemplatieve klanken en kreeg het concert een ongewild grappige bonus toen de uitstervende gitaargolven van antwoord voorzien werden door een aankomende trein.

Dan was het de beurt aan Peter Van Huffel’s Gorilla Mask onder de leiding van de Canadese, in Berlijn wonende altsaxofonist. We kennen hem vooral van zijn album met zangeres Sophie Tassignon op het Clean Feed-label, maar dit was heel andere kost. Met twee kompanen uit de Duitse improvisatiescène begeeft Van Huffel zich immers op het terrein waar freejazz en strakke jazzpunk elkaar ontmoeten. Opener “Legendarious” maakte meteen z’n punt, met potige, aan rock verwante ritmes met vrijere passages. Van Huffels arm fladderde op en neer zoals die van Tony Malaby, terwijl hij soms erg afgelijnde melodieën virtuoos uit de mouw schudde. Het had soms iets van wijlen Zu, maar dan iets minder rauw en wat meer bestudeerd.

Nochtans kwam het trio steeds meer op dreef: hier en daar werd dichter bij de meer traditionele jazz geleund, waarbij Van Huffel soms klonk als een mengvorm tussen Martin Küchen en een architect als Steve Lehman, terwijl de ritmesectie lustig verder bleef daveren en een enkele keer zelfs knipoogde naar Led Zeppelins “Immigrant Song”. Het was een krachtig concert dat compact werd gehouden, maar we konden ons niet van de indruk ontdoen dat deze combinatie twintig jaar geleden iets frisser geklonken had dan de dag van vandaag. Niettemin een aanrader voor wie houdt van gecontroleerde testosteronuitbarstingen.

Met Second Law of Thermodynamics heeft The Bureau Of Atomic Tourism een plaat gemaakt waarbij de kans klein lijkt dat er iemand van creatieve luiheid beschuldigd gaat worden. Zelfs de oudere versies van Andrew D’Angelo’s composities klinken helemaal anders dan wat dit sextet ermee deed. Een gevolg van de specifieke bezetting en de erg persoonlijke stijlen van de betrokkenen. Zo’n Ducret, als die in de weer is met z’n sci-fi-geluidjes, lichtjes sudderende klanken en vreemde tapping-effecten, kan je hem onmogelijk verwarren met een ander. Idem voor Dumoulin, die z’n Rhodes steevast bedelft onder een stapel bakjes en kabels en al even neurotisch, stuiterend weerwerk krijgt van Verbruggen, de onrust zelve.

Het nieuwe gezicht was Jasper Stadhouders, die Trevor Dunn verving op bas en zich niet liet intimideren door zijn oudere collega’s. Integendeel: hij speelde met zijn bekende bevlogenheid en regelmatig met een energie die rechtstreeks vanuit de weerbarstige punk leek te komen. Wie het laken naar zich toetrok was de immer dominante D’Angelo (en het leek alsof het een beetje ten koste ging van Wooleys bijdrage aan de muziek), die zowel op basklarinet als op altsax regelmatig in het rood ging. Dat nam echter niet weg dat we nog steeds stonden te kijken naar een collectief dat er een bijzonder merkwaardige dynamiek op nahoudt: het ene moment met een schijnbaar radicale vrijheid, maar dan toch met korte momenten van overlappingen, abrupte prikken, en even later met een gezamenlijke, in elkaar verweven methode. Vaak hypercomplex, maar te glibberig om bestudeerd te klinken.

Er is het vermoeden dat er een recept, een werkwijze bestaat, maar die blijft je ontglippen, waardoor de muzikanten nu eens uitpakken met jennend samenspel en even later verloren lijken te lopen in hun eigen wereld om plots weer tevoorschijn te komen met een gelijkgezindheid die geen toeval kan zijn. Dat verkeer blijft fascineren, al kende D’Angelo’s lange suite deze keer wel een paar momenten waarop de spanning zoek was. Dat werd dan weer gecompenseerd door een heftig pompende versie van “Meg Nem Sa” als afsluiter. Op het album al goed voor een potje bronstige powergrooves en nu helemaal van de pot gerukt met een manisch rammende Stadhouders. Een mooi contrast met het haast etherische bisnummer, dat een lyrische kant van de band liet horen die daarvoor nog niet veel gehoord was.

Zo blijft The Bureau Of Atomic Tourism een speciaal geval, heen en weer schipperend tussen vrijheid en knoestige focus, met deze keer toch een iets hechtere en, op sommige momenten, brutalere sound. En net als het concert van Othin Spake tijdens de voorbije editie van Follow The Sound werd de muziek vergezeld van live beelden die al even origineel en creatief waren als de muziek. Het blijft dus allemaal wat ongrijpbaar (en vermoedelijk zeer taaie kost voor wie weinig voeling heeft met de avant-garde vleugel van de jazz), maar dat is waarschijnlijk net wat het sextet z’n aparte, avontuurlijke charme geeft.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in