Oblivion

In de geweldige film Almost Famous zit een scène waarin sullige rockjournalist Patrick Fugit van een groupie te horen krijgt: “Ik mag jou wel. Als je maar eens tien jaar ouder was. En knap. En beroemd.” Fugit antwoordt: “Dan zou ik iemand anders zijn.” Good point. Het is misschien een scheve vergelijking, maar iets gelijkaardigs geldt voor de nieuwe Tom Cruise science fictionfilm Oblivion. Het is geen slechte prent, maar ik kan me niet van de indruk ontdoen dat hij beter zou zijn geweest met iemand anders in de hoofdrol. En met een iets strakkere plot. En een regisseur die wat minder bezeten was van zijn visuele stijl en wat meer van zijn verhaal.

In 2017 vernielen aliens eerst de maan, om daarna de aarde aan te vallen. De mensen slagen er uiteindelijk in om de daaropvolgende oorlog te winnen, maar de planeet is ondertussen grondig onbewoonbaar. De overlevenden trekken zich terug in grote ruimteschepen, aangedreven door zeewater. (Ik vereenvoudig, uiteraard – de film zelf heeft heel wat tech speak klaarstaanom zijn premisse uit te leggen, maar daar komt het op neer.) Enkelingen blijven achter op aarde, om de machines te onderhouden die dat water binnenhalen. Jack Harper (Tom Cruise) en Vika (Andrea Riseborough) vormen zo’n team. Regelmatig krijgt Jack het aan de stok met de scavs, resterende aliens die op aarde een beetje zijn blijven rondscharrelen en gewoon in het algemeen niet erg prettig in de omgang zijn. Maar is alles wel zoals het lijkt? (Tip: nee, alles is niet zoals het lijkt.)

Regisseur Joseph Kosinski, die twee jaar geleden niet geweldig debuteerde met Tron: Legacy, baseerde dat verhaal op zijn eigen (ongepubliceerde) graphic novel. En die herkomst is er duidelijk aan te zien: het ontwerp van Oblivion is verreweg het meest interessante aspect van de film. We krijgen een cleane, haast steriele blik op de toekomst, waarin zowat alles neutraal wit of zelfs doorzichtig is – inclusief de transparante kuip van een zwembad, het meest memorabele ontwerp dat we te zien krijgen. Niet dat dit allemaal uniek is – Minority Report is een stilistische voorganger waarvan de invloeden zeer duidelijk voelbaar zijn – maar het ziet er in ieder geval bijzonder gestroomlijnd uit. Kosinski is duidelijk vertrokken met een premisse die hem expliciet toeliet om coole visuals te creëren, en de eigenlijke plot moest daarna dan maar ingevuld worden.

En tot de grote verbazing van absoluut niemand is het bij die plot dat het wel eens misloopt. Kosinsky en het legertje coscenaristen dat het script pende, vinden er niet beter op dan de back story mee te geven via een geforceerde voice over, en daarna krijgen we een eerste akte die simpelweg te lang aansleept. Ook in Tron had Kosinski al moeite om het tempo van zijn film te moduleren, met lange dode momenten als gevolg. Dat probleem is hier minder sterk aanwezig (laat het duidelijk zijn: Oblivion is sowieso al een pak beter dan Tron), maar er zijn momenten, zeker tijdens de eerste helft, waarop het lijkt alsof de makers niet goed weten welke richting ze nu juist uit willen. Ze hebben die wereld gecreëerd, ze hebben er personages in gestopt en dàn… Dan duurt het even voordat de prent vorm krijgt.

Dat lukt pas echt tijdens de tweede helft van het verhaal. Het duurt lang, maar uiteindelijk begint het dan toch te dagen waar de filmmakers nu juist naartoe willen, en dat helpt om bij de les te blijven. De invloeden van Kosinski – zowel visueel als narratief – blijven zeer duidelijk voelbaar. Oblivion heeft een scheut meegekregen van Total Recall, 2001, Solaris, Independence Day, Moon, The Matrix en zelfs Wall-E. Maar op zich stoort dat niet, vooral omdat de regisseur toewerkt naar een climax die echt wel werkt. Zonder te veel te verklappen, kan ik wel zeggen dat het gaat over een parallelmontage tussen heden en verleden die – eindelijk – wat echte emotie aan de film geeft. Bovendien wordt de soundtrack verzorgd door de Franse band M83, die een frisse draai proberen te geven aan de klassieke filmscore. Ze zijn daar niet zo succesvol in als Daft Punk in Tron: Legacy – meteen het enige punt waarop Tron deze Oblivion dan toch overtreft – maar het is sowieso leuk dat een grote Amerikaanse blockbuster eens iets anders meekrijgt dan die karakterloze Hans Zimmer-sound.

Dan is er hoofdrolspeler Tom Cruise, die na de flops van Rock of Ages en Jack Reacher (plus het mediadébâcle van zijn echtscheiding van Katie Holmes) dringend nog eens een hit nodig had, en die nu te pakken lijkt te hebben. Voor een man van vijftig ziet hij er nog onwaarschijnlijk fit uit, maar als acteur is het al een hele tijd geleden dat we hem nog eens risico’s hebben zien nemen. Een kort gastoptreden in Tropic Thunder niet te na gesproken, lijkt hij zich te wentelen in projecten die specifiek op zijn maat gesneden zijn, en doet hij dan ook niet echt moeite om iets anders te zijn dan Tom Cruise. Ik zat me heel de tijd af te vragen wat het voor de film betekend zou hebben mocht daar een acteur hebben gestaan die meer kwetsbaarheid kan (of dùrft) te tonen. Iemand die misschien helemaal geen actieheld is – een Michael Fassbender of Ryan Gosling zal misschien wel een te voor de hand liggende keuze zijn, maar laten we eens zot doen: wat als je die rol had gegeven aan iemand van het kaliber van Philip Seymour Hoffman? Nee echt, serieus. Dat zou een heel andere film zijn, met een heel ander hoofdpersonage. Maar automatisch zou het al een stuk interessanter zijn. Nuja, dénken we. Dat zullen we natuurlijk nooit weten. Zoals het is, levert Cruise een afdoende acteerprestatie. Het is wat het is, maar ook niet meer. Het is Tom Cruise in een science fictionfilm, dus je weet wat je gaat krijgen. Andrea Riseborough heeft zonder meer de beste bijrol als Cruise’s partner, terwijl Olga Kurylenko geen enkele indruk achterlaat en klassebakken Morgan Freeman en Melissa Leo totaal vergooid worden in kleine, maar ongetwijfeld financieel bijzonder lucratieve bijrollen.

Oblivion is dus een mixed bag geworden. Visueel derivatief maar op zich wel knap gedaan, terwijl het verhaal zich te langzaam op gang sleept, maar uiteindelijk wel bij een interessante ontknoping terechtkomt. We zouden zeggen: “wacht op de dvd”, maar ja, dan kan je die indrukwekkende visuals natuurlijk niet op een groot scherm zien. Toch maar gaan dan, maar verwacht niet te veel. Verwacht eerder een film die heel goed had kunnen zijn, als hij tien jaar ouder was geweest. En knap. En beroemd.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in