The Bureau Of Atomic Tourism :: Second Law Of Thermodynamics

12 november 2011: drummer Teun Verbruggen stelt op vraag van het Follow The Sound-festival een sextet samen en maakt meteen aardig wat indruk met een wervelend debuutconcert. Maart 2013: het debuutalbum van die bezetting, een liveregistratie uit diezelfde week, bevestigt onze indruk van toen. The Bureau Of Atomic Tourism is een band met een volstrekt uniek geluid, en dat is volledig te danken aan het samengaan van zes opmerkelijke muzikale karakters.

Natuurlijk weet die Verbruggen ook waar hij mee bezig is. Hoewel hij bij een breder publiek vooral bekend is van bij Jef Neve en ook in dienst speelde van de moderne jazzbands van Christian Mendoza, Bruna Vansina en Igor Gehenot, is hij ook het anker van Too Noisy Fish (er zijn weinig platen waar we zo ongeduldig op zitten te wachten als het tweede album van dit pianotrio), Othin Spake, FES en Chaos of The Haunted Spire. En dan is er nog Black Swan, de uitstekende recente duoplaat met Arve Henriksen. Verbruggen is zoveel meer dan een drummer of bandleider. Hij is een katalysator. Weinig muzikanten hebben dan ook zo’n bepalende bijdrage geleverd aan het op de kaart zetten en vernieuwen van de moderne Belgische jazz en improvisatie.

Maar genoeg complimenten, want hij wordt hier ook omringd door een bende kleppers: bassist Trevor Dunn (die eerder al met Verbruggen samenwerkte), toetsenist Jozef Dumoulin (Fender Rhodes, bedekt onder een kluwen van effecten), rietblazer Andrew D’Angelo, trompettist Nate Wooley en gitarist Marc Ducret. Stuk voor stuk muzikanten met uitgesproken persoonlijkheden, zowel qua temperament als muzikaliteit. Is D’Angelo een extraverte power player die regelmatig het voortouw neemt (het gros van de stukken is dan ook van zijn hand), dan blijft Wooley de sfinxfiguur van het gezelschap: ingetogen en wat mysterieus, maar met een meteen herkenbare stijl en sound, die voortdurend heen en weer beweegt tussen traditie en avant-garde experiment.

De zeven stukken, samen goed voor een uur, zijn verdeeld in drie collectieve improvisaties en vier composities van D’Angelo. Net als de albumtitel zijn de improvisaties genoemd naar termen en wetten uit de wetenschap (dat rockband Muse ook een album vernoemde naar de tweede wet van de thermodynamica zullen we hier niemand kwalijk nemen). Dat suggereert misschien muziek die rigide wetmatigheden volgt of steriel aanvoelt, maar niets is minder waar. Vanaf opener “Corollaries Of The Decay Laws” wordt gewerkt met een radicale openheid, met Ducrets bekende gitaargepingel dat voortdurend volumeschommelingen ondergaat en teert op rommelend drumwerk. Maar dan ontstaat er toch een intensiteit, een groove bijna, met onderliggende drone-achtige golven en opvallend zuivere uithalen van Wooley. Even verrassend als ongrijpbaar.

Even onstabiel gaat het eraan toe in een tweede improvisatie, waarvan de titel een formule is die we hier niet weergegeven krijgen. Het is een geluidensoep waarbij je je voortdurend afvraagt wie voor welke geluiden verantwoordelijk is. Je herkent Dunns ronkende bas van bij Moonchild, maar het is de blazerssectie die het gros van de aandacht opeist. Ook in de gecomponeerde stukken nemen ze vaak het merendeel van de prikkels voor zich: in “BooBeeBooBeeBee” wordt er gewerkt met een herhaald motiefje van Wooley en met uithalen van D’Angelo, tot er een kletsend stuk opduikt vol hysterische bokkensprongen én momenten van soberheid. Maar die staan dan wel op lemen voeten.

Het tweedelige “Morthana” (genoemd naar een trio van D’Angelo) laat aanvankelijk een coherent verhaal horen en laat meer ruimte toe, waardoor het eigenzinnige baswerk en de stuiterende elektronica meer naar de voorgrond komen. Het spel van Ducret, buitenaardse transmissies via een transistorradiootje, is ronduit raadselachtig. In het tweede luik wordt het schuifelend verder gezet met een sound die doet denken aan Dumoulins troebele jazztrio met Dunn en Thielemans, maar dan trekt de machine zich op gang met woelige fusion die terugkeert naar de hoogdagen van Miles Davis met volk als Chick Corea, Jack DeJohnettte en Dave Holland. Maar de dreigende desintegratie, die blijft, ondanks zelfzeker heen en weer gekaats van de blazers.

“Meg Nem Sa” is dan weer de pronte uitsmijter (enkel nog gevolgd door een korte, laatste improvisatie), een zweterige brok grootstadsjazz die drijft op dolle funkrockritmes en het soort driftige uitspattingen dat doet denken aan wijlen X-Legged Sally. Ronduit indrukwekkend om D’Angelo’s bloedrauw blatende sax door dat stuk te horen razen of het ontregelde spel van Ducret te horen. Het benadrukt ook nog eens de veelzijdigheid van de band die zijn combinatie van radicale openheid en precies samenspel erg hedendaags en spannend laat klinken. Het verdict is dan ook duidelijk: BOAT is niet zomaar een gelegenheidsband, maar een hechte eenheid die de grens tussen knetterende frictie en subtiel aftastende ontmanteling bewandelt met achteloos gemak.

Tegelijkertijd met dit album verscheen ook nog de gelimiteerde lp Arco Idaho. Die bevat de drie improvisaties van deze release, plus nog een vierde. De band, met Jasper Stadhouders die Trevor Dunn vervangt, start binnenkort met een reeks concerten. Zie website of afbeelding rechts voor de data.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in