Kafka

Well, I guess it’s all downhill from here,” zei Steven Soderbergh lachend toen hij in Cannes de Gouden Palm kreeg voor zijn debuutfilm Sex, Lies and Videotape. En een tijdlang leek dat grapje zelfs op een pijnlijke manier waarheid te worden: zijn tweede prent, Kafka, was een ambitieuze mengeling van een film noir, een somber existentieel drama en een vat vol verwijzingen naar klassiekers uit de literatuur en de filmgeschiedenis. Heel interessant allemaal, maar er ging geen hond naar kijken en de critici reageerden ofwel “verward-maar-gefascineerd”, ofwel gewoon vijandig. Sindsdien kwam de prent enigszins in de vergetelheid terecht – hij is dan ook maar moeilijk te vinden op dvd. Kafka is één van de meer polariserende Soderbergh-films, die stilistisch en qua toon te vergelijken valt met zijn latere The Good German – ook al geen commercieel succes, trouwens. De kans dat je er finaal op afknapt is reëel, maar toch is dit een intrigerende stijloefening die absoluut het bekijken waard is.

Jeremy Irons speelt een gefictionaliseerde versie van Franz Kafka, die anno 1919 in een deprimerend verzekeringskantoor werkt. Overdag verschuift hij papieren van de ene kant van bureau naar de andere, ’s avonds schrijft hij verhalen. Kafka’s leven neemt een heel andere wending wanneer Eduard Raban, een vriend van op kantoor, eerst verdwijnt en daarna dood wordt teruggevonden. Zelfmoord, luidt het officiële verdict, maar Kafka denkt daar anders over. Hij ontdekt dat Eduard betrokken was bij een anarchistische organisatie, die rebelleert tegen de mysterieuze autoriteiten in het kasteel boven de stad.

In feite hebben Soderbergh en scenarist Lem Dobbs dus de schrijver Kafka laten fungeren als een personage in één van zijn eigen nachtmerrieachtige verhalen. Kafka als K. Op die manier kunnen de filmmakers teren op zowel de biografie van de auteur, als op de typische aspecten die telkens terugkeerden in zijn boeken. Kafka werkte inderdaad op een verzekeringskantoor, waar hij zich erg ongelukkig voelde. Net zoals in de film had hij een moeizame relatie met zijn vader en was hij bijzonder schuchter over zijn auteurschap: hij publiceerde zeer weinig en vroeg aan zijn beste vriend, Max Brod, om zijn onvoltooide manuscripten te vernietigen na zijn dood. Al die biografische elementjes keren terug in de film. Anderzijds gebruiken Soderbergh en Dobbs het centrale kafkaëske thema van een ongeziene, repressieve autoriteit die het leven van mensen bepaalt, zonder aan die mensen verantwoording af te leggen. Een autoriteit die zich overigens verschanst heeft in een kasteel, vergelijkbaar met de parabel van de wet in Der Prozess of, veel nadrukkelijker, het kasteel in Das Schloss.

Maar Soderbergh maakt ook van de gelegenheid gebruik om een hommage te construeren aan de cinema van die periode; in casu, de expressionistische Duitse horrorfilms van de late jaren ’10 en vroege jaren ’20. Tijdens de openingsscène worden Eduard Raban achterna gezeten door monsterachtig, naar Frankenstein zwemend creatuur – we zien een affiche voor Dr. Caligari tegen een muur hangen. Een sleutelpersonage, gespeeld door Ian Holm, heet Dr. Murnau (naar F.W. Murnau, de regisseur van Nosferatu). En nog veel belangrijker: Soderbergh gebruikt een sfeervolle, contrastrijke zwart-witfotografie (enkel onderbroken voor een kleurensequens aan het einde), die openlijk aan dit filmtijdperk refereert. Voor de rest mag je van de prent denken wat je wilt, maar één ding staat vast: naar Kafka kijken, is je (opnieuw) realiseren hoe fenomenaal mooi zwart-wit wel kan zijn. Je kan overigens ook andere visuele referenties oplijsten: Fritz Langs M is nadrukkelijk aanwezig, evenals The Third Man en tijdens de kleurensequens waan je je zelfs even in Terry Gilliams Brazil.

Dat alles levert een fascinerende mix op van verhaalelementen, die niet altijd even goed samensmelten. De eigenlijk plot is een beetje wazig, wat de indruk wekt dat een fatsoenlijke script polish misschien geen slecht idee zou zijn geweest. Bovendien heeft Soderbergh het moeilijk om humor in zijn film te verwerken: op een bepaald moment krijgt Kafka twee assistenten toegewezen op kantoor, een komisch slapstick-duo dat zich amuseert door eindeloos met een secretaire of een typemachine te zitten spelen. Waarom dat nu zo’n twee groteske karikaturen moesten zijn, is mij nog steeds een raadsel, maar ze lijken wel uit een andere film te zijn weggelopen. De regisseur zelf wist trouwens ook heel goed dat zijn prent nog niet helemaal goed zat: er is jaren lang sprake van geweest dat hij de prent zou hermonteren voor de dvd en zelfs bepaalde extra scènes zou draaien, omdat hij niet tevreden was over het eindresultaat. Misschien dat hij daar nu, aan het zelfverklaarde einde van zijn regisseurscarrière, toch eens aan toekomt.

Maar goed, ondanks de manier waarop de plot soms met haken en ogen aan elkaar hangt en bepaalde uitschuivers, zoals de pogingen tot humor, blijft Kafka een waanzinnig boeiend experiment. De inhoudelijke dada’s van de romanschrijver worden gecombineerd aan een schitterend expressieve visuele stijl, terwijl het geheel wordt getrokken door een opmerkelijke cast. Jeremy Irons speelt Kafka als een man die instinctief een afkeer heeft van het bureaucratische systeem waarin hij leeft, maar die toch ook moeilijk zonder dat systeem kan. Hij is understated, rustig, zonder saai te worden. In de bijrollen krijgen we de ene klassebak naast de andere, waaronder Theresa Russell, Ian Holm, Armin-Mueller Stahl en zelfs Alec Guinness. Het feit dat de prent in Oost-Europa werd opgenomen, zorgt ervoor dat Soderbergh voor zijn cast in Europa ging zoeken, wat leidde tot kleinere bijrollen voor Jeroen Krabbé en zelfs Hilde Van Mieghem (op de aftiteling gespeld als “Hilde Van Meighem”, en hoe sneu is het niet dat je naam verkeerd geschreven staat op de credits van je enige film met een grote Amerikaanse regisseur?).

Kafka is een eigenzinnige, bizarre film, die niet voor iedereen zal zijn, maar absoluut zijn kwaliteiten heeft. Voor Soderbergh was het het begin van een commercieel magere periode, die zou duren tot hij in 1998 Out of Sight maakte. Maar all downhill from here? Dat zouden we toch ook niet durven zeggen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in