Matt Watts & The Calicos :: Wayward Wind

Geen idee of er na wijlen Derroll Adams nog veel Amerikaanse artiesten in Antwerpen beland en gebleven zijn, maar Matt Watts, een songschrijver met roots in Montana, lijkt vastbesloten om het te maken in de stad. Op Wayward Wind leidt dat alvast tot een bescheiden doorbraak die doet uitkijken naar verdere vervolgen.

Er zijn ook al een paar releases van de man in omloop. Zo debuteerde Watts in 2008 met een EP en kreeg hij al wat mooie commentaren over album Joy And Longing uit 2011. Niet lang na de release daarvan trok hij met zijn Calicos naar Oostduinkerke om er Wayward Wind op te nemen. Dat gebeurde in minder dan een week, waarbij alles live ingespeeld werd en meestal eerste takes het album haalden. Een bewuste breuk met de moderne knip- en plakcultuur die ook binnen de rootsmuziek dagelijkse kost geworden is.

Dat streven naar puurheid wordt op deze release gecombineerd met een opvallende bescheidenheid, waarbij zachtaardige folk, pop, country en vleugjes rootsrock samengesmolten worden in kleinoden van songs waarvan je gaat ontdekken dat je ze bij de tweede en derde beluistering toch al onder de huid hebt zitten. Dat terwijl de instrumentatie erg basic is en Watts met z’n fragiele stem ergens tussen Josh Rouse en Jason Merritt van Timesbold zit.

Watts & co. zoeken echter zelden het terneergeslagen drama van die laatste band op, al zijn er volop songs die eerder heil zoeken bij introspectie en compacte schetsen die zich ontvouwen als rudimentaire kortverhalen over alledaagse gebeurtenissen. Muzikaal wordt dat verpakt in mooie en korte luisterliedjes (tien stuks in minder dan een half uur) die fijngevoelig en sober zijn, maar soms zou je de band wel willen aanmanen wat meer uit zijn schulp te komen.

Gelukkig sijpelt er wel aardig wat variatie door in de songs: in opener “Sarah’s Song” wordt mooi gespeeld met elektrische en akoestische gitaren, terwijl de wat vrouwelijke aandoende zangpartij haast doet denken aan Yo La Tengo’s Georgia Hubley. Iets later wordt het knappe, vooruitgeschoven “Black Mountain Pass”, de meest aanstekelijke song op de plaat, erg knap gevolgd door het walsende drinklied van “Oh, Caroline” en de titeltrack, een tegeldraaier die rechtstreeks naar de hoogdagen van de flemende blue-eyed soul teruggaat.

En zo switcht de band tussen folk, country en rootsrock, al duurt het eigenlijk tot het slotduo voor er even een andere route verkend wordt. “There’s A Midnight In Winter” bevat een mooie harmoniumpartij van multi-instrumentalist William Sanders, die een mooi verbond aangaat met Watts’ hoge stem, terwijl de krappe afsluiter “When You Call My Name” even het terrein van de gruizige rock-‘n-roll opzoekt. Het laat een glimp horen van wat er nog allemaal in gezeten had en de bedenking waarmee je achterblijft, is dan ook dat je meer van dit soort plaagstoten had willen horen.

Dat Wayward Wind het resultaat is van een getalenteerde songschrijver met een uitstekende band, dat is overduidelijk. Hier valt geen overbodige noot, geen misplaatste pretentie, geen flets karamellenvers te bespeuren. Rest er enkel misschien nog de opdracht om voor dat rafeltje, die onverwachte wending of de vuile onvolmaaktheid te zorgen. Wat er is, is goed. Het komt er enkel nog op aan om het karakter of de reserve aan te spreken, die ene trap hoger te komen, en van het volgende album een triomf te maken.

Het album verscheen voorlopig enkel op vinyl (met downloadcoupon).

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in