Warm Bodies

Zombies zijn populairder dan ooit, laat dat duidelijk zijn. En dat is hoofdzakelijk te danken aan de televisieserie The Walking Dead, die over de grote plas één van de meest bekeken tv-reeksen is. De avonturen van een groepje mensen dat tracht te overleven tijdens een zombie-apocalyps zorgden voor een hernieuwde interesse in de levende doden – een interesse die in de jaren zestig werd aangewakkerd door George A. Romero, die horror en sociale context mooi wist te verwerken in Night of the Living Dead. Zombies zijn terug sexy en het kon dan ook niet lang duren voordat het genre in aanraking kwam met een ander genre dat tegenwoordig zo populair is: de teen fantasy romance. In navolging van Twilight moet vroeg of laat elk filmmonster aan een gelijkaardige behandeling geloven. Met Warm Bodies is het de beurt aan onze dode herseneters. We hielden ons hart vast, maar de schade valt al bij al nog mee. Half geslaagd als kleffe, maar ludieke zombieromance. Minder succesvol als volwaardig lid van het zombiegenre.

Zoals dat meestal gaat in dit soort films is ook in Warm Bodies de wereld het slachtoffer geworden van een apocalyptisch gebeuren en voor een groot deel in handen gevallen van hordes zombies. Er zijn twee soorten: de corpses en de bonies. Die laatste hebben elke vorm van menselijkheid van zich afgeworpen en zijn niets anders dan hongerige moordmachines. De mensen die het gebeuren overleefd hebben, hebben zich teruggetrokken achter een gigantische muur en staan onder leiding van Kolonel Grigio (John Malkovich). Grigio’s dochter Julie (Teresa Palmer) wordt er samen met haar vriendje (Dave Franco) en enkele anderen op uitgestuurd om medicijnen te zoeken. Het groepje wordt ingesloten door een horde zombies en Julie wordt ontvoerd door R (Nicholas Hoult), een zombie die in een identiteitscrisis verkeert en compleet van slag is door Julies verschijning. R en Julie winnen elkaars vertrouwen, maar daarmee is het gevaar nog niet geweken.

Warm Bodies is – ook naast het hele liefdesverhaaltje – allesbehalve een conventionele zombiefilm. Het idee om van de zombies wezen te maken met wisselende niveau’s van zelfbewustzijn en menselijkheid is zowel een voordeel als een nadeel voor de film. In eerste instantie levert dat een prettige insteek op. Terwijl R met zijn zombievriendjes door een luchthaven strompelt, krijgen we ook inkijk in zijn gedachtegang, wat een leuk contrast oplevert. Terwijl R zijn best wil doen om nog iets menselijks uit zichzelf te krijgen, wordt hij voortgedreven en gehinderd door zijn zombie-impulsen. Dat is een leuke gimmick die werkt tijdens het eerste kwartier, maar daarna in kracht afneemt en onthult dat de film, eens zijn premisse goed en wel duidelijk is, eigenlijk niet zo grappig is. Regisseur Jonathan Levine durft te kiezen voor wat zelfspot, maar dat is niet genoeg om het tempo er op komisch vlak in te houden. We hadden iets vaker willen lachen.

Als voer voor het tienervolk doet de film wat hij moet doen, maar als zombiefilm is Warm Bodies een dubieus geval. Zombies met een vorm van bewustzijn is soms ludiek, maar het zorgt er wel voor dat de genre-puristen zich serieus bekocht zullen voelen. Zeker wanneer blijkt dat er zelfs emoties in het spel komen. Levin’s doelpubliek is er één van pubers, niet van horrorfanaten: zombies die verliefd worden, praten en zich tegen hun eigen soort keren zijn geen zombies meer. Zo simpel is dat. Fans van Romero of The Walking Dead blijven dan ook het best weg, want hun hart zou wel eens danig kunnen bloeden.

De film blijft in de eerste plaats gericht op een jong doelpubliek, dat ook al de deuren van de bioscoopzalen platliep voor Twilight en Beautiful Creatures. Centraal staat een romance die weinig om het lijf heeft, maar gelukkig niet wordt gehinderd door pretentieuze mormonenpropaganda. Thomas Hoult en Teresa Palmer zijn ook veel meer te genieten dan de Twilight kids. Warm Bodies krijgt geen vijf films om de hele romantiek uit te bouwen en moet het zien te doen in negentig minuten. Verwacht dan ook geen Shakespeariaanse tragedie, maar een romance met de welgekende ingrediënten en plotdynamieken die daarmee gepaard gaan. Warm Bodies speelt hiermee op veilig en voldoet aan de verwachtingen van zijn doelpubliek. Tijdens de eerste helft verliest de film hierdoor wat tempo en valt het geheel even stil, totdat de motor in de tweede helft terug warm begint te draaien. De liefdesperikelen tussen R en Julie doen ook wat naïef aan. Het is door Julie dat R’s innerlijke menselijkheid terug opflakkert en er terug wat leven in zijn hart komt. De film wil hiermee dus duidelijk maken dat de liefde en affectie zelfs de koudste ziel tot een lammetje kan maken en kan omvormen tot een warme persoonlijkheid. Een boodschap waar veertienjarige bakvissen ongetwijfeld pap van lusten.

Warm Bodies is geen totale misser en inventiever dan de meeste van dit soort generische tienerfilms, maar ook geen homerun. Je voelt wel dat er meer potentieel inzit, maar dan had de film iets meet durf aan de dag moeten leggen en zich minder van zijn genrerestricties moeten aantrekken. Iets minder Twilight als inspiratie en iets meer Shaun of the Dead als muze. Het eindresultaat is een filmpje dat je mondhoeken nog wel naar boven krijgt, maar geen grote emoties weet teweeg te brengen. Het sleept zich zelfzeker van punt a naar b, zonder zichzelf te veel obstakels in de weg te leggen. Met de hakken over de sloot.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in