DOSSIER POST-ROCK: Same Same But Different :: Een apologie voor post-rock

En toen werd post-rock een kopieermachine. Wat begon met een paar bands die vooral niet wilden klinken als gelijk welke andere band, evolueerde kort na de millenniumwisseling tot een genre waarbij het er voor velen op leek aan te komen zo succesvol mogelijk de grote voorbeelden na te spelen.

Of dat is toch wat talloze muziekcritici u graag zouden doen geloven. Was het midden tot eind jaren negentig nog hip, een beetje obscuur zelfs, om naar post-rock te luisteren, dan betekende de millenniumwisseling ook meteen een gestage verschuiving in de appreciatie ervan. Terwijl de grote massa steeds meer het genre ging omarmen (om het vervolgens te gaan imiteren), gingen critici zich er net meer en meer van distantiëren, tot de ultieme verguizing toe zelfs. Is dat louter omdat critici een stelletje zuurpruimen zijn, omdat voor hen al wat breder erkend wordt plots niet meer de moeite is? Dat is een reactie die zeker niet van de pot gerukt zou zijn maar post-rock heeft het grotendeels gewoon aan zichzelf te danken.

Het valt immers niet te ontkennen dat er tussen de talloze als post-rock benoemde bands van het afgelopen decennium een hele hoop copycats zitten. “Als post-rock benoemd” schrijven we, want hand in hand met die grote navolging gaat bij die artiesten vaak een absolute weerzin gepaard om met het genre geassocieerd te worden. Laat de term vallen in een interview met pakweg God Is An Astronaut, Yndi Halda of This Will Destroy You en je mag je aan een royale dosis ergernis, gezucht en geklaag verwachten. Ironisch genoeg zijn net die drie bands enkele van de belangrijkste vaandeldragers geworden van de eerder weinig inventieve maar tegelijkertijd meest populaire interpretaties van het genre.

Anderzijds is het niet bepaald fair om het genre op een dergelijke manier over een kam scheren. Welk genre barst immers niet van de nalopers? Welke vaag omlijnde muzikale stroming kristalliseert niet op een bepaald punt tot een bepaald stramien (zie recent ook dubstep bijvoorbeeld)? In zekere zin lijkt het wel alsof er met verschillende maten en gewichten gewogen wordt bij verschillende genres. Post-rock, dat nochtans nog steeds een indrukwekkende waaier aan subgenres en stromingen in zich herbergt, wordt afgedaan als formulaïsch en voorspelbaar, terwijl bij pakweg techno of hiphop veel minder dergelijke bedenkingen gemaakt worden.

Het feit dat onder die post-rocknoemer bovendien nog steeds een hele hoop artiesten gerekend worden die wel creatieve potten blijven breken, verleent het genre een legitimiteit die breder erkend zou mogen worden. Post-rock heeft zich nooit afgesloten voor invloeden van buitenaf en dat uit zich vandaag vooral in een rijke wisselwerking met ambient, electronica, drone, modern klassiek (vooral dan de repetitieve en filmmuziek stromingen), emo, bepaalde metalgenres en zustergenre math rock.

All Is Violent, All Is Bright: post-rock vandaag

Tegelijkertijd met de periode waarin The Earth Is Not A Cold Dead Place van Explosions In The Sky de plaat werd die iedereen en hun moeder wou gaan namaken, werd elders nog steeds een snaar geraakt bij een hele schare muzikanten door de vrijheid en talloze mogelijkheden die het inherent nog steeds erg open-minded genre bood. Bands die Mogwai en Godspeed of zelfs Explosions In The Sky wisten te appreciëren maar even goed durfden teruggrijpen naar de experimenten van Talk Talk, Slint of Tortoise die het genre in gang hebben gezet of zelfs naar totaal nieuwe invloeden die interessante horizonten openden.

Neem bijvoorbeeld Grails, een Amerikaanse band die zich in zijn ondertussen tienjarig bestaan verschillende keren heeft heruitgevonden en van een met folkmelodieën doorspekt post-rockgeluid is geëvolueerd tot een ondefinieerbare sound ergens tussen psych, post-rock en kringloopwinkelkitsch. Zijn The Burden Of Hope (2003) en Redlight (2004) nog redelijk gemakkelijk als post-rock te bestempelen met de vele uitbarstingen, melancholische vioollijnen en twinkelende gitaren, dan zijn Burning Off Impurities (2007), Doomsdayer’s Holiday (2008) en Deep Politics (2011) veel donkerdere, vrij vloeiende gehelen waarin talloze invloeden samen komen. Toch zijn bepaalde post-rockkenmerken centraal gebleven in het geluid en teert zeker Burning Off Impurities nog sterk op crescendo’s, terwijl ook het onnavolgbare gevoel voor melodie nergens verloren is gegaan.

Interessant is ook dat het genre vanaf de millenniumwissel meer en meer zijn internationale vleugels is gaan uitslaan. Werden de eerste innovaties nog gedomineerd door bands uit de traditionele rockleveranciers Groot-Brittanië, de Verenigde Staten en Canada (met dan die ene voetnoot in IJsland), dan is duidelijk voor al wie de scene tegenwoordig volgt dat er haast overal wel iets of wat een post-rockscene te vinden is. Zo zijn verschillende Oost-Europese staten opvallende kweekvijvers (en dankbaar tourterritorium) geworden voor bands, misschien net omdat daar die verloedering, waar post-rockbands zo van houden, vaak erg duidelijk aanwezig is in het straatbeeld. Scandinavië, traditioneel hofleverancier van catchy pop, toverde zich ook om tot een post-rockparadijs met zulke bands als The Samuel Jackson Five, EF, Jeniferever, pg. lost en Dorena.

Australië bracht onder meer Clann Zú voort, een van de interessantste bands die het genre gekend heeft (en helaas ook is kwijtgeraakt, na twee platen hield de band het voor bekeken) door haar koppeling van verschroeiende doch onvoorspelbare muziek aan de passionele zang-voordracht van de Ierse uitwijkeling Declan De Barra die het soms zelfs in het Gaelic durfde aan te pakken. Ook in Japan ontstond een levendige scene en met Mono heeft het land zelfs een band in de rangen die zich zonder twijfel een van de meest populaire (maar helaas ook meest populistische) bands in het genre kan noemen. Toe brengt dan weer wat meer stimulerende Japanse post-rock met veel elementen uit de werelden van math en indie rock.

Wie er naar op zoek gaat, vindt zelfs post-rockbands in het Midden-Oosten (tot Iran toe), India, China en Latijns-Amerika. Een opmerkelijke scene is te vinden in Brazilië doordat verschillende bands daar met de erfenis van Tortoise en Do Make Say Think aan de slag zijn gegaan en er hun eigen nationale muzikale erfenis aan gekoppeld hebben. Zo evolueerde Hurtmold uit São Paulo doorheen verschillende platen van een redelijk onopvallende hardcoreband tot een diep groovende post-rockband die aan de slag ging met de percussieve nadruk van de bossa nova en de samba. Constantina uit Minas Gerais deed hetzelfde maar gooide ook de meer gangbare invloeden Explosions In The Sky en Mogwai in de blender.

En laten we vooral België niet vergeten. Met Rhâââ Lovely in het onooglijk Waalse boerengat Fernelmont had ons land wellicht het allereerste specifiek op post-rock gerichte festival ter wereld, al interpreteerde de organisatie “post-rock” wel erg breed als containerbegrip voor al die rock waarin experiment voorop stond. In feite redelijk hard in de geest van wat Simon Reynolds ooit met de term bedoelde, quoi. Net toen ze daar aan de overkant van de taalgrens besloten ermee te stoppen, begon een kleinschalig festivalletje in Zottegem zich ook meer en meer als post-rockfestival op de kaart te zetten. Ondertussen is Dunk! Festival uitgegroeid tot een vaste waarde binnen de scene, een respectabel middelgroot festival dat jaarlijks in het voorjaar een rits bands programmeert die vaker wel dan niet in de traditionelere hoeken van het post-rockgesternte zijn thuis te brengen, maar die wel behoren tot de absolute top binnen het genre. Al staan er ook steeds enkele bands geprogrammeerd die minder voor een gat zijn te vangen, zoals dit jaar bijvoorbeeld Balmorhea en Stephen O’Malley.

The Strange Death Of Post-rock?

Kortom, het is duidelijk dat een platitude als “post-rock is dood” niet houdbaar is in het licht van wat er vandaag de dag nog broeit in de assen, zeker als gekeken wordt naar de alsmaar groeiende populariteit van die assen. Wel is het duidelijk zo dat er een geschiedenis van accentverschuiving achter de term schuilgaat, van het typerende experimentalisme van de begindagen tot een tegenwoordig wijdverbreid formalisme. Wie echter ver genoeg zoekt kan nog menige band vinden die op creatieve manieren aan de slag gaat met de muzikale erfenis van reeds twee decennia post-rock.

Maar dan moeten we soms even die genreoogkleppen laten vallen en zoeken naar die bands die gewoon muziek maken zonder zich daarbij ook maar iets aan te trekken van genres, invloeden en stijlkenmerken. Want net dat, het idee dat muziek maken wars van enige trend toch de moeite is zelfs al luistert er geen kat naar, dat muziek maken met als enige doel de muziek zelf, is misschien wel de sterkst voelbare nalatenschap geworden van die bands die begin jaren negentig hun huid afwierpen en en passant de eerste steen legden voor de bescheiden muziekrevolutie die men later post-rock is gaan noemen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in