Jack The Giant Slayer

We gaan niet nóg eens een inleidende paragraaf van 200 woorden wijden aan het feit dat Hollywood tegenwoordig op weinig vakkundige wijze het sprookjespantheon plundert – een trend die inmiddels de proporties aanneemt van het onderwerp voor een lijvige (zij het weinig interessante) thesis. Laat ons dus volstaan met te zeggen dat Jack The Giant Slayer, de recentste aanvulling op het lijstje dat onder andere gevormd wordt door Red Riding Hood, Mirror Mirror, Snow White & The Huntsman en Hansel & Gretel: Witch Hunters, zich losjes baseert op het sprookje Jack and The Beanstalk en de Engelse legende van Jack the Giant Killer, en een stuk beter is dan de sprookjesverfilmingen die we de afgelopen tijd op ons bord gekregen hebben. Of dat veel wil zeggen, is een andere zaak.

De obligatoire proloog die de prent opent, vertelt de legende van een reusachtige bonenstaak die het aardse koninkrijk van Cloister verbond met een in de wolken verborgen rijk waar een leger ongure reuzen woont. Het is het favoriete vertelseltje van Jack (Nicholas Hoult), een simpele, maar snuggere boerenknul, en Isabelle (Eleanor Tomlinson), een jonge prinses met zin voor avontuur. Tegen de tijd dat beide personages een jaar of achttien zijn, komt Jack door een nogal stom toeval in het bezit van de magische bonen waaruit zo’n reusachtige bonenstaak groeit en heeft hij ook een – ho ho ho! – stevige boon ontwikkeld voor de looks van de prinses. De ongelukkige combinatie daarvan maakt dat Jack zich binnen de kortste keren in het reuzenrijk bevindt, om er met de hulp van de nobele Elmont (Ewan McGregor) de prinses te redden, en tussendoor nog wat giants te slayen.

Qua clichés kan die plot dus tellen: niet alleen is er het klassieke underdog-verhaaltje van de arme, simpele dromer die de knappe en gefortuneerde prinses ziet zitten, er is ook nog Roderick (Stanley Tucci), de dweil van een hofmaarschalk met wie de prinses dra in het huwelijk zal treden, de ietwat verveelde koning (Ian McShane), en een reus met twee koppen (of toch één kop en een uitgroeisel dat wat zombie-achtige geluiden uitstoot – stem van Bill Nighy). Het team achter Jack The Giant Slayer probeert al die clichés zo goed en zo kwaad als het kan te omarmen en er dan een soort zelfrelativerende draai aan te geven, wat met momenten aardig lukt en het geheel een tonguein-cheek-gehalte meegeeft. Het maakt de film een pak makkelijker bekijkbaar en zorgt dat je de makers veel wil vergeven, maar dat zelfrelativerende toontje moet ook vaak verbergen dat de film gewoon niet zo goed is.

Neem nu die proloog: het gros daarvan bestaat uit nogal crappy digitale animatie, die te eenvoudig en te lelijk is om het resultaat te zijn van slechte wil of onbekwaamheid: het is er wel degelijk voor gedaan (hoewel: dat dachten wij van elk aspect van Twilight ook, en boy, were we wrong). Maar dat neemt niet weg dat het er wel uitziet als een goedkoop Ketnetprogramma, en niet op de plezante manier. Het zal wel te maken hebben met de doelgroep: Jack The Giant Slayer probeert enerzijds amusant genoeg te zijn voor een volwassen publiek, maar anderzijds ook modern en braaf genoeg voor een betrekkelijk jong publiek. Om een PG-13-rating te krijgen, wordt the F-word netjes vermeden, en worden gore of andere plezierigheden eerder gesuggereerd dan getoond. Dat zal de film geen windeieren leggen aan de kassa, maar het ontneemt de prent wel heel wat scherpte en de mogelijkheid tot ongebreidelde fun.

De personages in de film worden bovendien wat herkenbaarder gemaakt door de acteurs een nogal moderne look te bezorgen. Zo loopt Ewan McGregor rond met een coupe die verdacht veel op die van ondergetekende lijkt (ware het niet dat de Schotse acteur daar weer beter mee wegkomt), en werd de kostumering van Nicholas Hoult klaarblijkelijk verzorgd door Lee Cooper of Levi’s. Op de prestaties van de acteurs valt over het algemeen nochtans niet al te veel aan te merken: Nicholas Hoult is misschien niet de meest charismatische held die je je kan indenken, maar het samenspel met Eleanor Tomlinson, die een verfrissende naturel over zich heeft, werkt voldoende om de drive van de film te behouden. Ewan McGregor en Stanley Tucci hebben bovendien genoeg talent (en een rol die klein genoeg is) om hun bewust vlakke personages plezierig in te vullen – iets wat helaas niet van Ewen Bremner (Spud uit Trainspotting) gezegd kan worden, die als rechterhand van Roderick vooral gruwelijk irritant staat te wezen.

Gelukkig overleeft ’s mans personage amper de eerste akte, en biedt het middelste deel van de film, wanneer het gros van de cast in de voortuin van die reuzen speelt, voldoende entertainment tussen de veel te lange set-up en de nogal teleurstellende finale. Tucci en McGregor mogen zich dan uitleven in hun stereotiepe rolletjes, wat resulteert in een aantal plezierige scènes – denk aan een worstenbroodje zonder worst, maar met Ewan McGregor, of een leuk duel tussen Elmont en Roderick. Dat soort momentjes had de film meer kunnen gebruiken, temeer omdat ze de indruk geven dat regisseur Bryan Singer (die van X-Men, Valkyrie en het schitterende The Usual Suspects) zich wel een beetje heeft kunnen amuseren bij het maken van Jack The Giant Slayer.

Tegen de tijd dat de prinses gered is, heb je het echter wel gezien met de wereld die Singer en de zijnen creëren en misschien nog wel meer met de personages die erin rondlopen, maar dan moeten die reuzen, die ook niet altijd even geslaagd zijn qua vormgeving, nog een heuse stormloop houden op Cloister, en laat Singer zich verleiden tot nogal irritante 3D-shots van een boon die in het keelgat van een reus valt. In die laatste akte wordt het PG-13 karakter van de prent nogal storend; ’t is niet dat het allemaal echt belachelijk braaf in beeld gezet is, maar het lijkt toch een beetje op een afgezwakte versie van het type veldslag dat wel eens in een Lord of the Rings-film durft te zitten, en wie zit daar nu op te wachten?

Jack The Giant Slayer laat zien dat Bryan Singer en zijn scenaristen een duidelijk doel voor ogen hadden met hun update van Jaak en de Bonenstaak, maar hun koorddans tussen foute fantasy met gevoel voor zelfrelativering en toegankelijk jeugdspektakel met gevoel voor box office is niet altijd even elegant. Iets minder toegankelijkheid en iets meer ballen hadden geen kwaad gekund, en dat Jack The Giant Slayer een stuk aangenamer is dan Red Riding Hood of Snow White and the Huntsman, zegt helaas meer over die films dan over het nieuwste sprookjesvehikel.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in